dinsdag 22 mei 2012

(3) De eerste verhalenbundel van de corsonauteurs.*

Einde van mijn deelname. Opnieuw beginnen

In onze gedachten was je er al. Je was een zaadje, embryo, foetus, baby. Nu ben je als een kant-en-klaar geesteskind dat geboren mag worden? Ieder deel van je is al geboren en- naar ons gevoel- precies goed. Het mag zijn plek nog krijgen net als een nest uitvliegende vogels. Ieder een kant op. Ieder al aan het uitvliegen.
We wilden zo graag samen. Althans voor mij was het een droom. Samen een verhalenbundel schrijven en maken.
Ieder van ons werkte mee, bouwde mee, metselde mee, verwijderde hardnekkigheid, zorgvuldig maar beslist. De samenhorigheid en samenwerking waren grandioos.
Sublieme samenwerking op weg naar een fantastische samenbundeling. De verhalen  vulden elkaar prachtig aan, als een lofzang op verschillende dimensies.
We luisterden naar elkaar. We steunden elkaar. We spraken elkaar moed en vertrouwen in.
We hadden plezier, waren vol verwachting maar het was ook ons in het zweet werken. Ik zie nu in en voel het tot in mijn botten dat het om de reis ging. 

Het was een loslaten van oude denkpatronen, leren en groeien. Samen.

Ieder verhaal anders gaan zien. Niet slechts vanuit de emotie maar wat kloppend is om te lezen.  Kloppend voor onszelf en hopelijk kloppend voor de lezer.
Zelf wou ik met mijn bijdrage simpelweg iets rechtzetten. Delen. Het was en is nog steeds de moeite waard om gedeeld te worden. Zo ook ieder verhaal van de rest van de groep.
Ik voelde mij heel erg verdrietig worden en was en ben de enige niet. Ik kon het tempo niet bijbenen. Het voelde niet meer goed voor mij persoonlijk. Ik begreep er niets meer van. Had teveel aan mijn hoofd.. Het spijt mij zo.

Wij zijn net dat verhaal waarin steeds minder negertjes waren. Toen waren er maar …

Het verdriet dat ik gisteren nog had doet me denken aan toen ik ooit een embryo buiten de baarmoeder droeg dat ter dode veroordeeld was en weggehaald moest worden. Doch … alle delen/alle bijdragen van wat één bundel zou moeten mogen worden zijn niet ter dode veroordeeld,
ze bestaan nog steeds, stevig proefgelezen en wel! Het is zinloos om te zeggen dat het geen zin heeft gehad. Een dergelijk creatief proces met elkaar zou geen zin hebben gehad?
 Natuurlijk had het zin. In ieder geval hielp het mij door zowel een rouwproces heen als door een bewustzijnsproces met betrekking tot schrijven.

Misschien zijn onze verhalen op dit moment rijper dan dat we zelf op dit moment van schrijven zijn?

We mogen dankbaar zijn voor deze ervaringen. Ieder van ons onze groep, ook mensen die voor ons opkwamen- en een rapport over ons schreven- heeft een grandioze ervaring achter de rug, verrijkend voor de rest van ons- in het bijzonder schrijvend- leven.

‘En ze droomde dat ze –niemand uitgezonderd- weer bij elkaar kwamen met hun verhalen en dat hun bundel er zou komen zoals ze het hadden gezien in hun verbeelding. In gedachten bestond en bestaat de bundel namelijk al. Maar het is voorbij, er is een splitsing gekomen in de overblijvers en zo ook in onze verhalen. We gaan ieder een kant op. Twee richtingen. Twee vormen van uitgeven.’

Samenkomen is als een dans, de armen bewegend als danseressen op de zachte adem van de wind die dromen brengt.
Samenkomen is leren. Ieders eigenheid leren kennen en het vaak nog niet begrijpen, maar mijn schrijversziel snapt op dit moment vlijmscherp waarom ook ik nu een keuze maak zonder te willen oordelen. Deze keuze is de juiste beslissing voor mij -op dit moment van schrijven- zo voelt het. Het geeft mij rust. Ook dit stukje schrijven brengt rust. Einde van een leerzame periode met het behouden van schrijfvrienden. 

Loslaten van het eerdere idee is liefde. Is afscheid nemen van de samenwerking, dat meenemend wat herinnering waard is. Dankbaar zijn.

Een keuze moeten en mogen maken, is een beslissing nemen voor mijn eigen gemoedsrust. Doch in gedachten, in mijn gedachten leeft nog steeds onze Corson verhalenbundel van Wij van Corson met haar grote verscheidenheid aan verhalen geschreven door een diversiteit aan auteurs.  
Misschien dat we ooit de twee delen samen zullen weten te voegen?
Stil Til, ik laat los.

Het doet pijn dat de bundel niet zo is geboren als we gedacht hadden, maar soms lopen de dingen anders dan dat je ze zelf bedenkt. Zelf had ik het plan- indien de bundel niet voor die tijd uitgegeven zou worden- om mijn bijdrage in mijn Blog te plaatsen op mijn vaders sterfdag, 7 juli. Maar nee. Opeens kreeg ik daarover een ander antwoord.

In mijn hoofd hoor ik de Peer Guynt Suite van Grieg: Solveig’s Song. Zowel mijn overleden schrijfmaatje en ook mijn overleden vader fluisteren mij samen met en in de muziek toe: ‘Het is goed wat je ook kiest. Verbondenheid is, ook tussen de twee aanstaande bundels. Blij zijn voor elkaar. Blij zijn met elkaar’

Het doet pijn dat de samenwerking zo geëvolueerd is. Echter, wanneer ik het vanuit een ander perspectief bekijk is het oké en voelt het goed.
Ieder heeft gedaan waar hij en zij toe bij machte was. Kortom, we hebben ons stinkende best gedaan.

Ik wens ons allen veel succes met hoe het vanaf nu zal gaan. 

Sans rancune. 


Geen opmerkingen: