vrijdag 24 augustus 2012

Ik wil niet meer* ( verhaal, Zorg)



Dik in de negentig ben ik en mijn naam is Greet. Vroeger had ik samen met mijn man een drogisterij. Ik vond het omgaan met mensen en ze raad te geven, fijn. Respectvol met onze klanten omgaan stond bij ons hoog in het vaandel.

‘Behandel de mensen zoals je zelf behandeld wilt worden.’

Mijn ouders hebben deze leus bij mijn broers en mij met de paplepel ingegoten. Op mijn beurt gaven mijn man zaliger en ik dit aan onze kinderen mee. Daar denk ik wel eens aan terug als een verzorgende mij al mijn medicijnen -ik vraag allang niet meer waarvoor ze dienen- geeft door deze rechtstreeks- met haar vingers- in mijn mond te stoppen, nadat ze eerst met een duim en wijsvinger mijn kin omhoog heeft getrokken. Heel klein kan ik me dan voelen als een vogeltje dat nog in het nest zit. Daarna lach ik schaapachtig als ik het glas water van haar aanneem om de tabletten mee door te spoelen. Ik heb mij er allang aan overgegeven, maar er zijn mensen hier die weten dat het leven van mij  niet meer hoeft. Toch weet ik dat geen interesse meer in iets hebben suf maakt, de geest doodt. Een activiteit houdt je bezig en je moet er je hart aan geven wil je het met plezier doen. Dus kom ik toch hier in de recreatieruimte en vertelde net het bovenstaande over actief blijven.

Met vijf medebewoners van het huis waar ik verblijf waren we in een gesprek. Het was gezellig. De gespreksleidster had ons gevraagd wat we het allerbelangrijkst vonden in de omgang met anderen. Op dit onderwerp kwamen we door een vertelspel met kaartjes. Bij dit spel staat op ieder kaartje  een vraag waar je iets over kunt zeggen of vertellen.
Ik begon en somde op:
-Naar elkaar luisteren.
-Iedereen in zijn waarde laten.
-Iets willen of niet willen is een keuze.

Net had ik het gezegd, toen dit met de voeten werd getreden. Nog steeds ben ik er verbouwereerd over. Stilletjes bekeek ik de tragedie die zich voor mij ontrolde.


Een zuster komt binnen en stapt met medicijnen op mevrouw De Lieve af.
Mevrouw zegt zacht: ‘Ik moet plassen.’
Zuster: ‘Dat kan nu niet. Dat mag nu niet. Je bent daarnet geweest en je hebt een speciaal broekje aan, doe het daar maar in.’
Mevrouw De Lieve zegt nog zachter: ‘Ik wil niet in mijn broek plassen.’
Zuster: ‘Nou, dóe het toch maar gewoon. Die broekjes zijn er niet voor niets.’

In de ogen van mevrouw zie ik een droefheid die je ook bij geslagen honden ziet. Ik weet niet wat te zeggen. De gespreksleidster is met stomheid geslagen, maar ik hoor haar toch tegen de zuster fluisteren: ‘Al die tijd dat je praat over wel of niet plassen zou je mevrouw kunnen helpen. Of dadelijk na rond geweest te zijn met de medicijnen iemand sturen.'  Medicatie uitdelen vergt alle aandacht.
De zuster doet alsof ze het niet hoort. Tutoyerend foetert zij tegen mevrouw De Lieve alsof ze een klein kind is.
‘Ja ja, ik heb ze wel gevonden. Je pillen zaten deze keer in een wc papiertje in de prullenbak. Je wou ze niet innemen hé?’
Tegen de gespreksleidster die nog steeds met stomheid geslagen is: ‘Ondeugend is deze mevrouw, hé? Maar ik heb haar wel door, hoor. Ze houdt van verstoppertje spelen met haar pillen. Ik blijf nu bij haar totdat ze alles heeft ingenomen en doorgeslikt.’

Ik merk dat mijn andere tafelgenoten zich net zo ongemakkelijk beginnen te voelen als ik. Ik zie de gespreksleidster wikken en wegen wat ze nog meer zou kunnen zeggen.
Dan krijgt de lieve mevrouw De Lieve negen tabletten tegelijkertijd in haar hand. Die moet ze in haar mond stoppen. Ik zie haar heel zacht nee schudden.'Toe maar’ zegt de zuster ‘ik heb niet de hele dag de tijd.’
Mevrouw stopt- terwijl een traan eenzaam over haar wang loopt- de tabletten in haar mond en ik zie dat mevrouw ze in de holte van haar wang verstopt.
De zuster ziet het ook: ‘ Ik zie het heus wel. Kom op, slikken zul je.’
Mevrouw zegt niets, haar ogen spreken boekdelen. Ze slikt. Ze heeft al zoveel geslikt in haar leven. Ik meen dat ze in een jappenkamp zat in de Tweede Wereldoorlog. Te erg, dat dit nare hier er ook nog bijkomt aan het einde van haar leven. Dat ze dit mee moet maken. Dat we dit moeten meemaken. Veel zusters zijn lief. Ze doen hun best en werken heel hard. Indien men meer naar ons zou luisteren zouden ze misschien iets minder hard hoeven te werken.

De pillen zijn binnen. Nog geen tel later buigt mevrouw zich voorover en kotst haar rok onder met geel braaksel. Galkleurig zie ik.
Ze spuugt haar gal.
Dit is haar enige manier.
De zuster is nu zeer geïrriteerd: ‘Zo, dus je denkt. Ik mag niet naar de wc, dan spuug ik de boel maar onder?’

Zacht zegt de lieve mevrouw: ‘Ik wil écht niet meer.’

Mopperend en doof voor de zachte stem  trekt de zuster  ruw mevrouws rolstoel naar achteren en neemt haar mee.

Zou die zuster geen moeder of vader hebben? Zou ze willen dat deze zo toegesproken werden? Zou deze zuster later, afhankelijk van  andermans hulp , zelf zo verzorgd  en toegesproken willen worden?

Dan zegt een andere tafelgenoot die vorige week gevallen is en een van zijn heupen brak, om vervolgens rechtstreeks naar het ziekenhuis te worden gebracht voor een operatie waarin hij een kunstheup kreeg , eveneens met nauwelijks hoorbare stem tegen de gespreksleidster. ‘Ik ben het zo zat, ik wil ook niet meer.’ De gespreksleidster voelt zich onmachtig, is stil en luistert. Soms kan zij moeilijk woorden vinden. Ze  probeert ondanks alle ‘ik wil niet meer’ te motiveren en begrip te schenken door een hand op de schouder te leggen, even oogcontact te maken, een glimlach te geven. Eigenlijk wil ze vandaag eveneens niet meer met mensonterende toestanden te maken hebben, andere dagen evenmin. Zij is het eveneens zat.

De zuster komt nog terug en meldt op een soort van vriendelijke toon dat ze mevrouw De Lieve op bed heeft gelegd omdat deze mevrouw opeens ziek is.

De gezellige ochtend is voorbij.

De gespreksleidster en haar collega gaan de tafel dekken.


Le vieux chêne   ---> http://www.youtube.com/watch?v=orrWGKncqCA&feature=colike
Chanson over een oude eik.

                    *Wat U niet wilt dat U  geschiedt, doe dit ook een ander niet*

11 opmerkingen:

Anoniem zei

Oh, Tilly.
Zo herkenbaar.
En telkens plaatsvervangende schaamte en niets durven zeggen omdat jouw moeder de volgende mevrouw De Lieve zijn kan.
Alleen al dat praten over mensen alsof ze er niet bij zijn.

Ineke zei

Hoi Tilly,

Een stukje tekst met een boodschap die het verdient om onder de aandacht van een groter publiek te worden gebracht.

Anoniem zei

Ik ben niet bang voor de dood, Mathillekevrie.
Maar ik ben als de dood voor een rusthuis ...
Lien

Tilly Kuiper zei

Er zijn echt ook lieve zusters, Lien. Belangrijk is dat je voor jezelf opkomt. Wij zijn beleefd opgevoed en mochten niet tegenspreken. Belangrijk is dat je eigenwijs bent en laat zien dat je niet gek bent. Zet nu dingen op papier wat je wel of niet wilt. Zet dingen op papier die je fijn vindt. Leer eigenwijs en eigenzinnig te zijn!
(((Lienepienvrie))) ik wil niemand bang maken, maar sommige dingen moeten verteld worden opdat er maatregelen genomen kunnen worden.

Anoniem zei

Je maakt me niet bang, Mathilde. Ik heb al heel wat tijd in rusthuizen doorgebracht. En ja, er zijn hele lieve zusters, dat is waar.
Maar niet iedere rusthuisbewoner is nog mondig.
Het is goed dat je het hier verteld, (((Mathillekevrie)))

Anoniem zei

'vertelt' bedoel ik natuurlijk.

Tilly Kuiper zei

Ok.

Hopenlijk wordt men mondiger. De generatie van nu zeer zeker.

Oh die d en t vind ik nog steeds lastig. Excuus.

Anoniem zei

Hoe herkenbaar triest, is de ‘professionele’ werkhouding van de zuster uit dit verhaal. Hoe zou het zijn als elke dienstverlener minimaal een maal per half jaar in de gelegenheid zou zijn één dienst lang op de plek te zitten van zijn of/haar cliënt en deze uren dubbel uitbetaald kreeg ? Zou de zuster dan minder werktijd verdoen aan contact met collega’s en computer en zichzelf ombuigen naar de ogen en de oren en de gehele mens daarachter? Waardoor haar/zijn naam hulpverlener of zorgmedewerker gaat leven en levenszin opwekt in plaats van wegtrekt. Hoe zou het zijn als elke medewerker die de taak heeft om medicatie uit te delen weet waar de voorgeschreven medicatie voor dient en deze taak niet slechts klakkeloos uitvoert. Hoe zou het zijn als elke verzorgende hierover in contact blijft met de cliënt en de arts? Hoe zou het zijn we als allen binnen de zorg kunnen werken omdat we passie hebben voor de groep mensen en niet omdat we sociaal contact onderling nodig hebben en inkomsten.
Vanuit liefde en betrokkenheid voor onze medemens en mezelf groet ik je Hubert

Anoniem zei

Wat een verschrikkelijk triest verhaal, Tilly.
BetjeSonnetje.

Tilly Kuiper zei

Betje, met je goedvinden plaats ik hier de link naar je:https://betjesonnetje.wordpress.com/2012/08/27/oud-van-dagen/

Jouw en mijn schrijven vullen elkaar op deze manier goed aan. Helaas is het zo.

Tilly Kuiper zei

http://nos.nl/l/2084577 Het kan echt wel.