vrijdag 30 november 2012

Gepensioneerd




Woensdag 28 november 2012
Dacht ik woensdag net als altijd te gaan werken. Mispoes.
Ik was ruim op tijd op mijn werk aangekomen. Met soesjes ter traktatie. Kalm aan koffie willen zetten. Het gezelliger dan ooit willen maken.

De eerste bewoners komen al gauw en daarna is niets meer hetzelfde. Een collega met een ernstige ziekte -die al maanden thuis is- komt aanlopen samen met een andere collega en ja hoor mijn traanbuiskraantjes gaan zonder enige moeite open, zo ontroerd ben ik. Steeds komen er meer collega’s binnen in ‘mijn’huiskamer. Tot werken komt het niet meer, dat wordt overgenomen door de medewerkers waar ik ooit mee heb gewerkt. De bewoners krijgen weinig aandacht maar ze genieten van koffie, thee,cake en soesjes. Voor sommige mensen, zie ik, is het te druk. Echter, vandaag kan ik het niet meer voor ze keren, voel me ietwat bezwaard dat het feestje rond dit persoontje is. Ondanks dat ontvang ik met een dankbaar gevoel alle lievigheid. (Het woord lief  ga ik veelvuldig gebruiken.)Lieve lovende woorden worden gezegd. Kaarten, ook éen met specifieke lieve bedankjes van de bewoners. Mijn traanbuiskraantjes blijven hun werk doen. Lief, lief, wat zijn ze lief. Zo dierbaar.

Ik word eraan herinnerd dat ik-samen met een collega- acht jaar geleden een poos was ingehuurd om het huiskamerproject waar ik mij de laatste jaren mij voor inzet(te), heb opgezet.
 ‘Oh ja?’ vraag ik. 
‘Ja’ is het antwoord.
 Ik herinner het me weer. Anderen zeggen eveneens waar en wanneer ze met me hadden gewerkt. Feest der herkenning. Een mooie kaart waarop ik mijn tuin en mijn voeten herkende. Huh?
‘Die heb je mij gezonden opdat ik rust zou nemen en het werk het werk zou laten, Tilly.’ Zegt de zieke collega.
‘Tekst op kaart ‘Voortaan kun je heerlijk genieten van je mooie tuin Voetjes omhoog. Boek erbij. Kopje koffie erbij en heerlijk relaxen. Maarrr, we zullen je wel ontzettend gaan missen, maar je kunt natuurlijk altijd nog een keertje kan langskomen. Groetjes van al je collega’s’
Daarbij een boekenbon. Te gek.
Ondertussen breit mevrouw I. onverstoorbaar door aan een lapje voor de steeds groter wordende kleurrijke lappendeken.
Dan nog een pracht bos bloemen van het team en een toespraak van de teammanager met lovende woorden. Er worden foto’s gemaakt en  ook ik maak foto’s van velen. Ik mag gerust als vrijwilliger terugkomen. Dat is fijn.

Het wordt opeens rustiger, het ‘bezoek’ gaat weg en  ik ga nog in de huiskamer op het tweede kijken, waar ik word uitgenodigd voor een balspel door de medewerkster die destijds haar eerste dienst met mij draaide. Weer terug beneden heeft mijn collega al van alles gedaan, ik hang er nu wat bij en voel me totaal anders dan normaliter op mijn werk. Dan ga ik het verzorgingshuis door en maak foto’s van mijn collega’s in het wit, de gastvrouwen, de huishoudelijke medewerkers, van de lege gangen. 

Voor het laatst breng ik na de maaltijd ‘mijn’bewoners terug naar hun kamers. Sommigen zijn vergeten dat ik met pensioen ga. Dementerend zijn heeft ook zijn voordelen. Echter, een mevrouw-die me altijd iets aan mijn moeder doet denken- gewoonlijk best vergeetachtig, pakt me- terug in haar kamer bij de hand. ‘Het beste met je, zuster. Dank je. Kom je nog eens een keertje langs? ’(hoppa de traanbuiskraantjes beginnen weer te werken.) Ik sla een arm om haar heen en zeg dat ik het wel van plan ben, maar niets beloof. 

 'Ik heb u allen in mijn hart 'zeg ik terwijl mijn traanbuiskraantjes open blijven staan.
'Ach zuster' zegt mevrouw. Het is de omgekeerde wereld. Weg beroepshouding. 
‘Hou je goed, meisje.’zegt mevrouw. 
Ik geef haar een zoen op de wang.‘Dank u wel, mevrouw.’ Dan ben ik weg, na haar droogstaande plantjes met een sneltreinvaart water te hebben gegeven. Komend langs de kamer van de pas overleden mevrouw Z besef ik dat, al kom ik terug als vrijwilliger, er steeds meer mensen die ik ken zullen zijn overleden.

Ik maak nog een foto van de steeds groter wordende lappendeken die nog in de maak is. Geen stukje is hetzelfde, ieder stukje laat de eigenheid van de maakster zien, Een lappendeken is als het leven. Zoveel verschillende mensen, zoveel verschillende manieren om te breien en toch komt het samen tot een geheel. De een kan het heel goed, de ander wat minder. Zolang de intentie goed is, is het goed. Ieder doet zijn en haar best.

Waar de lappendeken heen zal gaan als zij af is weet ik niet. Ik laat het los.

Het was fijn om de laatste jaren in plaatst van hot naar her en der te worden gestuurd en meestal lege plekken in te vullen op éen plek te mogen blijven werken. In het begin was het wennen met veel mensen om me heen, maar naarmate ik er langer was, trok ik het als een jas aan. Niet dat het altijd even makkelijk was, maar in het algemeen heb ik fijn gewerkt. Kon en mocht ik er mijn creativiteit in kwijt en vaak lieten de bewoners zich inspireren tot iets te maken.


Dag verzorgingshuis, dag bewoners, dag medewerksters/ers.
 En ... meiden, ik heb met ieder van jullie prettig gewerkt. Dat was apart, want jullie hebben –naar mijn weten-nooit met elkaar gewerkt. Samen vormen jullie ook een lappendeken. Ieder anders, met je eigen kwaliteiten/talenten. Ga zo door. Blijf waken dat er niet te veel moeten is voor de bewoners, want geen mens is dag in dag uit een groepsmens  en geen mens is dag in dag uit graag alleen. Afwisseling en luisteren naar de behoeften/de stem zelf van de bewoners vind ik nog steeds het belangrijkste. De balans vinden tussen te veel en te weinig prikkels. Een mevrouw zei mij:' Al dat gepraat in de huiskamer, ik houd van stilte. Maar soms vind ik het wel gezellig om tussen de mensen te zijn.' De generatie waartoe deze ouderen toe behoren is niet gewend om voor zichzelf op te komen. Zijn te beleefd om tegenspraak te geven. Daarom vind ik dat we euh jullie hun stem moeten en mogen zijn. In de huiskamer maak je de bewoners meer mee dan de collega's in het wit. Ken je ze beter en weet je wat ze wel of niet prettig vinden.

 Zeker als je een lang leven achter de rug hebt met veel moeten is het honoreren van hun weinige behoeftes zo broodnodig.  Dat is mijns inziens zorgen voor. Zelfs als iemand heen en weer door de gangen loopt. Energie kan hij of zij daarin daarin iets in kwijt.

Zo, nu ben ik dit voor het laatst kwijt. Ik zal niet meer zeurpieten.

Nadien ga ik nog in het bos vlakbij wandelen en kom een collega met haar kleinkind en hond tegen. Samen lopen we op. ‘Tot ziens.’ Zeggen we tegen elkaar.
Daarna boodschappen doen. ‘Avonds is het vertrouwd gezellig met allebei de kinderen die samen plotsklaps komen eten. Dat doet goed. We eten, kletsen, lachen en ik voel mij dankbaar.

~~~~

Vrijdag 30 november 2012

Vandaag is de dag dat ik mijn werkprotocollenmap, personeelsmap, zorgpasje en laatste declaratie in ga leveren bij het Zorgkantoor waarvoor ik op twee dagen na veertien jaar voor werkte. Best ingrijpend om dit alles in te leveren. Om afscheid te nemen. Einde van een fase, een levensfase. Mijn zorgcoördinator had gezegd: ‘Dan kom je toch volgende week. Ik ben er vrijdag niet’ Maar ik was eigenwijs en wou het deze week nog gedaan hebben.
Een vriendin heeft voorgesteld om mee te gaan. Bij het wakker worden dacht ik: ‘ Waarom niet alleen?’
Toch vind ik het fijn dat ze meegaat, waardoor het einde van mijn werkend leven in de Zorg iets luchtiger wordt en we giebelend naar kantoor rijden.
De jaren gaan als een film aan mijn geestesoog voorbij. Lief en leed. Zowel de mensen van kantoor als ik hebben ons best gedaan elkaar naar beste kunnen te helpen. Er zijn weinig periodes geweest dat er geen werk was. Toch was er het wekelijkse achter werk aangaan, de stress, tot voor twee jaar terug. Er was de periode vlak na mijn scheiding, de periodes dat ik ziek was en erg ziek.  Altijd deed men op kantoor hun best om zo passend mogelijk werk voor mij te vinden en aan te bieden. Petje af om de Zorg bij cliënten altijd weer ingevuld te krijgen. Te coördineren. Lijkt me een lastig vak.
Vooral de laatste twee jaren waren een verademing door steeds op dezelfde plek te mogen werken. Er zijn medewerkers van kantoor vertrokken, ook met pensioen en er zijn jongere mensen bij. Ik ken ze niet meer allemaal en voelde mij daardoor ouder worden. Een oude getrouwe.
 
 Het meisje bij de receptie neemt mijn spullen in ontvangst. Het voelt alsof ik een deel van mijzelf inlever. Ze vraagt of er op het werk nog een afscheid voor me was en ik zeg van ja en dat dit mooi was. ‘Mooi’ zegt ze en er valt een stilte. De bureaus zijn niet bezet. Pauze.
‘Even afscheid nemen’ zeg ik. Ik kijk om een hoekje waar ik het team aan de koffie zie zitten. Ik zeg: ‘ 'Hallo allen.’
Men kijkt.
Het meisje van de receptie zegt: ‘Hier is Tilly, ze heeft haar mappen en pasje ingeleverd. Ze gaat met pensioen.’
Ik sta er opeens erg onwennig bij en heb geen woorden. Het team eveneens niet. Ik stel mijn vriendin voor en ik hoor: ‘Heb een goede pensioentijd.’ Verder kijkt men alleen maar. Het suist in mijn oren. Ik voel kou en een pijn op de borst van een emotie die ik nog niet kan verwoorden. Voel mij weer als het kind dat ik was en afscheid kwam nemen van scholen, vriendinnen, talen en landen als we met onze ouders mee  moesten verhuizen voor mijn vaders werk .

‘ Chips, ik ben vergeten soesjes voor kantoor te kopen.’ kon ik alleen maar denken terwijl ik me omdraaide met een laatste groet. Had ik moeten zeggen:
‘ Bedankt dat ik zo lang voor jullie mocht werken?’ Ik weet het niet. Ik had het gevoel dat er iets van mij verwacht werd, maar wist op dat moment niet wat.
 Ook durfde ik niet om het getuigschrift te vragen waar ik eerder deze maand om vroeg. Ook zij zeiden niet. ‘Dank voor alles.’ Dus konden we elkaar de hand geven, wat we niet deden. Ik blokkeerde. Voelde een ongeïnteresseerdheid naar mij toekomen.
Een katterig en intriest gevoel beving mij.
Misschien mag ik niet schrijven over die situatie?
Steeds weer komt er voor mijn geest: ‘Wat heb ik fout gedaan?’

Niets. Ik heb niets fout gedaan zover ik mij ervan bewust ben. Of … omdat ik hier zorgverhalen heb zitten schrijven? Zou het dat zijn? Ben altijd zorgvuldig geweest in mijn schrijven. Het is onherkenbaar.

Kortom, ik voel me dankbaar dat ik de laatste twee jaar op één plek mocht werken en zoveel ervaring heb opgedaan in de Zorg.

Buiten beginnen mijn tranen voor de zoveelste keer deze week te stromen. Dit keer niet van vreugde maar door diep verdriet en onbegrip.
Vriendin koopt een boek voor me: ‘De stad van de machtige zon.’  Lief. De pensioentijd is de tijd hebben om mij weer te concentreren op lezen. Ik probeer de zon in mij opnieuw te laten schijnen, maar de volle maan schijnt nog door en geeft mij met al haar kracht een ontiegelijk blue moon gevoel.

Vriendin en ik gingen in het zaligste koffiezaakje-Kaldi- dat je kunt bedenken koffie drinken. Met recht een bakkie troost met een overheerlijk stukje koek. Pecaannoten, walnoten, yoghurt wat er verder inzat ben ik vergeten. Zo vaak dronk ik er maandelijks koffie, vroeger met mijn dochter aan het eind van elke maand. Daarna gingen vriendin en ik allerlei cadeautjes kopen voor de december periode. Voelde me een shopverslaafde, terwijl ik –als ik niet iets nodig heb- geen bal aan winkelen vind. Het was mijn redding vandaag om die cadeautjes kopen.
 Later bij een andere vriendin, die jarig is, speelden we in een toneelstukje na hoe het ging op kantoor. We konden weer lachten.  En … huilen.

Nog steeds begrijp ik niet waarom het afscheid nemen op kantoor zo stroef verliep. Het was een wederzijds geen raad weten met de situatie. Raar toch? Komende week zal ik mijn seniorcoördinator een kaart sturen.
Dag iedereen op kantoor. Heb het goed.

 Thuisgekomen ging de telefoon. De zieke collega-zie verhaal van woensdag 28 november- aan de foon. Hoe ik het had ervaren woensdag. Aaaaaaah. Lieeef. (fijn woord, waar ik geen synoniem voor zoek)

Die dag zit met een gouden randje in mijn hart. Vandaag ook. Dierbare vriendinnen!

Om een lang verhaal kort te maken. Ik ben gepensioneerd.

Het waren me de jaren en  het maandje wel.

~~~~
Woensdag 12-12-'12

Thuiskomend van een bezoek aan een vriendin, kwam éen van mijn buurvrouwen met een beeldschone boeket bloemen die bij haar was afgegeven door een collega/leidinggevende van het Zorgkantoor waarvoor ik werkte.
Een mooie zelfgemaakte kaart erbij met de woorden: Bedankt voor je inzet namens het Team, deed mij goed, want ik zat me nog steeds af te vragen waarom het afscheid zo ongemakkelijk verliep de dertigste november jongstleden.
De lieve woorden vol erkenning en prachtige oudroze gerbera's, zachte roze met lichtgroene rozen, skimmia met hun dieprode kleur omringd door groenblijvend laurierblad balsemden mijn hart. Dank je wel, iedereen van kantoor.  Vandaag heb ik mijn leidinggevende -die mijn leidinggevende niet meer is- gebeld. Een kort maar goed gesprek. Ik zal nog eens langs komen.

Het is goed zo.

~~~~~~




6 opmerkingen:

luca zei

(((Mathilde)))
Geniet van je pensionering.

Tilly Kuiper zei

Dank je Luca. Doe ik.

elizabeth907 zei

Mooi Tilly. Met veel LIEFDE en respect geschreven.

Tilly Kuiper zei

Dank je, Lies.

Jannie zei

Mooi beschreven, Til! Je maakte mijn - doorgaans toch tamelijk luie - traanbuiskraantjes open...
Geniet van je welverdiende vrijheid!

Tilly Kuiper zei

(((Jannie)))