dinsdag 15 januari 2013

Joy



Je naam was Joy en je bent veertien jaar geworden. 


Twaalf jaar geleden- in februari tweeduizend en éen- verhuisde je met mij naar het dorp waar ik nu woon. Mijn dochter was er al, andere hulp in de vorm vriendinnen eveneens. Zoonlief zou ‘s avonds komen. Wat een overgang voor ons allen. Mijn twee poezenbeesten zaten opgesloten- inclusief natje en droogje- in een kamer van het oude huis. Ze- Woemel en Poekie- zou ik het laatst halen als alles in het ‘nieuwe’ huis wat op orde was.
 In een - veel kleiner dan nu- aquarium gevuld voor een derde deel met water hield ik je met de nog drie andere vissen zo stil mogelijk op schoot om klotsen te voorkomen. Zittend op de stoep bij het lege huis waar we niet meer konden wonen, wou ik er niet weg: ‘ik blij ij f’ snotterde ik tegen de buurvrouw die me zag zitten: ‘ Wil je alles uitpakken? Hier?’ gaf ze als nuchtere respons.

Lachend en huilend gespte ik het aquarium met jou en co vast op de bijrijdersstoel in mijn autootje. Een knuffel, een zoen en ‘Da ag, lieve buuf, dank voor alles. We zullen elkaar vast nog wel zien.’ Niet dus.  Nauwelijks. Ik ben daar niet goed in. Wat een ellende. Weg van mijn plek. Van onze plek. Weg van het ouderlijk huis van mijn kinderen. Weg van het gezinsleven en alle aanloop die er toen nog was. Mijn man was twee maanden eerder al weggegaan, vlak voor mijn verjaardag en een uniek optreden. De negende symphonie van Beethoven  zingen als amateur met drie koren inclusief een orkest was een ervaring om nooit te vergeten. Dat alles onder leiding van een bevlogen jonge dirigent heeft me ondanks alles geholpen om door te zetten want oh wat ervaarde ik een half leeg huis bewonen-met alle emoties- als een beroerde toestand. Een ihr stürzt nieder toestand. Dan is het zwaar om over freude te zingen. Toch deed ik het maar wat voelde mij verscheurd. Gefaald. Hoewel, mijn ex met de kinderen en mijn jongste zus wel kwamen luisteren bij de tweede voorstelling.

Wat is het woordje weg toch een naar woord. Anderzijds is het woord weg- een weg- een mooi woord.

Onze weg gaan.


 Blijven? Nee, een koophuis is te duur voor een gescheiden alleengaande vrouw/moeder met een 0 uren contract in de Zorg. In die tijd dacht ik nog naïef. ‘In de Zorg heb je altijd wel werk.' Maar tjonge, wat moest ik er mijn best voor doen om een paar uur werk te krijgen. Ondertussen- mijn deel van ons huis opetend - bellen, bellen, bellen. Wekelijks. Zoeken, zoeken, zoeken -nee, nog geen tom tom- naar huizen van clienten. Twaalf jaar lang. De laatste twee jaar mocht ik god zij dank op éen plek werken. Gelukkig ontving ik ook alimentatie, daar was mijn ex echtgenoot erg trouw in.Van mijn werk hield ik, maar niet van alle stress rondom reizen, werk krijgen/hebben en inkomen. 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 Je kwam in negentienhonderd achten en negentig bij ons in het gezin, Joy, het jaar dat ik vanuit het full time moeder&echtgenote zijn weer buitenshuis ging werken. Je hielp mij keer op keer weer herinneren aan vreugde zien en voelen. Kiezen voor vreugde, hoe moeilijk het  soms ook is.

Door de jaren heen en vooral nadat mijn jongste kind de deur uit was en de katten daarna de geest gaven werd jij een steeds hechtere huisgenoot door het glas heen. Je volgde mijn hand, je zwom in mijn hand, je at uit mijn hand. We hadden plezier. Je reageerde op muziek. Ik merkte op hoe gevoelig je reageerde op allerlei muzieksoorten.  Dat heb ik getest. Pianomuziek en vioolmuziek vond je het mooist. Later, toen poezenbeest Jaydee erbij kwam zwom je naar haar kop toe als ze die dicht bij het aquarium hield. Jullie speelden een spel, maar nooit probeerde ze je echt te pakken.

Een maand geleden overleed je, je zwom omhoog mijn hand in, maakte je zwaar en …gaf de geest. Zomaar. Op mijn vijf en zestigste verjaardag ging  jij, Joy mijn leven uit. Het voelde het alsof de vreugde uit mijn leven wegliep, hoewel mijn kinderen met zulke lieve woorden en cadeaus kwamen. Dat balsemde. Je kwam op die manier, lieve Joy, zachtjes aan mijn hart kloppen door middel van mijn kinderen. Merci!

Het een sluit het andere niet uit.
In de december maand is er veel joy waarover gezongen wordt. Oké Joy, jouw erfenis aan mij is dat ik de vreugde- de joy- die jij en ik hadden blijf voelen en voeding geven. Dank je wel, huisgenootje, vriendje.

Iemand vroeg mij:’kun je echt van een vis houden?’

Waarom wel van een dolfijn of een walvis, paard, kat, hond of welk ander dier dan ook houden en niet van een sluierstaart die veertien jaar deel uitmaakte van ons en later mijn huishouden?

Ja dus, ik hield en houd van die vis. Ook Jaydee mist hem.  Echter, vandaag heb ik –die nooit een mens of dier kan vervangen- twee mini sluierstaartvisjes gekocht. Het aquarium was te leeg met alleen de twee algeneters die de bak tiptop houden.Zat nog rationeel te doen over mijn eigen leeftijd. Maar nee, niet aan leeftijd denken, maar aan leven. Ik heb een jonge kat, jonge vissen en ben kortgeleden begonnen aan een Fantasy verhaal wat ooit veel worden zal bevatten. Ook dat is nog pril en met jeugdige elan rijgen de woorden zich aaneen.

Het is best bijzonder dat Joy tegelijkertijd met de op het strand aangespoelde bultrug Johannes-die later een Johanna bleek te zijn- is overleden.


Vier a vijf centimeter van kop tot staart zijn de ieniemienietjes ongeveer. Joy is dertig centimeter geworden. Wel een verschil met de nieuwe twee.
In de loop van de avond werden de kleintjes rustiger en minder gedesoriënteerd in de grote bak. Ze hebben alle ruimte. Dit hebben ze nog niet ontdekt. Ze verstoppen zich achter stenen of gaan op-ja, op planten liggen. (Heb jij dat wel eens gezien? Ik niet.) Of … ze komen nieuwsgierig vlakbij de algeneters, die als prehistorische reuzen de bak stilletjes vastgezogen aan de ruiten domineren. De algeneters zijn negen jaar en hebben de bak een maand voor zichzelf gehad. 

Hopelijk lukt deze nieuwe territorium verdeling. Het zal zich vast settelen

Even had ik een zo beklemmend verdriet bij het zien van het schichtige van Joytwee en Paulina -genoemd naar de eigenaresse van de dierenwinkel -terwijl ik aan het bijzondere van Joy dacht. Maar ach, deze twee zijn ook bijzonder, ze zijn jong. Kunnen nog wel of niet veel leren. Joy in mijn hart om het nieuwe leven in het aquarium. Blij. Dank je, Joy.

Je verzacht alle verliezen.

Nee … in huize Kuiper is het vissentijdperk -sinds dochterlief zes was- nog lang niet voorbij.

Geen opmerkingen: