zaterdag 3 augustus 2013

Mijn draakje

(krokodil mag met een c en met een k. Met een c vind ik het wat vriendelijker klinken :-)

Mijn poezebeest staat al een poos in de brandende zon met naar voren gerichte oren nieuwsgierig naar de grond te kijken.

‘Wat is dat, Jaydee?’

Ze kijkt op en weer naar beneden. Op het smalle paadje ligt een diertje. Zeg maar gerust een dier. Groot voor zijn ‘soort’. 7-8cm lang. Soort? Nooit eerder zag ik een dergelijk wezentje.

Op het eerste gezicht lijkt het op een grote dikke rups. Nog beter kijkend, lijkt het op een crocodilachtige uitziende rups. Of…toch een worm? Het heeft op de nek en op de kop- die op een mini formaat crocodillenkop lijkt-die hij in en uit kan steken- stekels. Stekels zoals crocodillen en draakachtigen uit Fantasy verhalen hebben.


Mijn fantasie geeft me allerlei associaties. Ook dat er straks misschien een grote crocodil in de tuin rondstruint en in de vogelwaterbakjes zijn heil probeert te vinden. Met mijn telefoon camera maak ik foto’s, die ik dan weer over de schutting naar ene buur, dan weer over de heg naar andere buur laat circuleren. Enggg vinden ze. Nee, nog nooit gezien.  Een buuf komt live kijken, en stelt voor hem verderop uit mijn tuin in bosjes neer te zetten. Hier voel ik niets voor. 'Draakje' woont in mijn tuin. Doet mij geen kwaad. Dan hoeft hij echt niet te verhuizen. Ondertussen heb ik hem/haar wel in een bakje met veldsla, een aardbei en beetje water op een deksel van een conservenpotje in een kweekbak voor planten op de keukenaanrecht gezet. Daar is het koel. Mogelijk dat mijn minikrokodilletje op weg was naar water? Inderdaad, na een poos zie ik hem drinken.

Ik bel de dierenbescherming om te vragen Hoe en wat. ‘Nee mevrouw, we zijn er alleen voor katten, honden en andere kleine dieren’  

‘Dit is toch ook een dier?’
'Ja' geeft de man toe ‘Helaas kan ik niets voor u betekenen.’

-Ondertussen stond het paard in de wei verderop nog steeds in de kokende zon. Dierenbescherming  gaf mij het nummer van de Dierenpolitie. Toch gebeld. Ik weet niet of ze actie ondernamen. Ten tijde van dit schrijven zijn we een dag verder. De temperatuur is 13 graden gezakt. Paard- niet alleen dit paard- zal het hopelijk beter hebben. Áls hij geen zonnesteek heeft opgedaan.

Afijn, terug naar de rupsachtige.

 Mijn zoektocht op internet begint. Hoe ik ooit een werkend leven had, mag joost weten want de hele middag ben ik er mee bezig. Niets, helemaal niets te vinden. Dan de vlinderbescherming opgezocht. Op de site zie ik veel, maar kan mijn rupsachtige crocodillenworm niet vinden. Misschien is het toch een worm? Een correspondentie volgt. Jammer dat ik met mijn telefoon geen foto’s weet te verzenden in een e-mail. Wel naar Facebook, waar ik gelijk allerlei reacties krijg. Ook hele grappige. Niemand weet wat voor wezen het is. In mijn grote dieren encyclopedie vind ik evenmin een gelijkend plaatje. Raar.

De Vlinderstichting. ‘Of ik een foto wil sturen.’ Wil ik wel, maar het lukt me niet. Ik  weet niet hoe. Zij weet niet hoe, hoor ik in mijn hoofd zingen wahahaha. Via de phone gaat het niet en via mijn laptop ook niet, dan moet ik een URL meesturen. Snap er niets van en vergeet steeds om het aan zoonlief te vragen.
Op mijn Blog een foto plaatsen kan niet meer. Ik heb het maximale aantal te plaatsen afbeeldingen bereikt L.  Helaas pindakaas.

Dan …een berichtje van een vriendin. Het is een olifantenrups. Ik googel en bij Natuurmonumenten zie ik inderdaad een ietwat op mijn draakje gelijkend  plaatje.


‘Schrik niet’ zegt Natuurmonumenten. Toch, vind ik mijn draakje nog steeds op een minicrocodil lijken, dan op een slang met olifantenslurf. Zo jammer, dat ik geen foto hier mag plaatsen. Ik wou dat ik bij Blogger extra ruimte kon kopen.

Draakje heb ik teruggeplaatst vlak bij de plek waar Jaydee hem/haar vond. ‘Word maar een mooie vlinder.’ Fluisterde ik het toe. Nu is het wachten tot het diertje zich gaat verpoppen. Eerst moet het zich nog volvreten.

Hopelijk zal ik weten dat het ‘mijn draakje’ is, als ik over een maand of twee een beeldschone joekel van een vlinder zie rondvliegen met de naam Het Groot Avondrood.

En toch, toch ben ik er nog steeds niet volledig zeker van dat het wezentje inderdaad een rupsachtige is. Echt, de kop leek niet op een slang of olifantenkop, maar op een krokodilletje. De hals met stekels.

Mogelijk dat er door de tropische temperaturen, ons onbekende diersoorten naar Nederland verhuizen? Gisteren vertelde een vriendin mij dat er nauwelijks meer Hollandse lieve heersbeestjes zijn. Die zijn opgegeten/vervangen door een grotere soort die meekomen op fruit en groenten uit de tropen.

Laat ik maar blijven uitkijken naar ‘mijn’ Groot Avondrood.

**************************************************
Heeft u, lezer,  naar aanleiding van bovenstaand epistel een idee heeft of het iets anders dan een aanstaande Vlinder? Dan lees ik het graag. Want het houdt mij bezig.

Dank u wel
Ah, ik had een tante die alles wist van vlinders, mijn vader ook. Zoveel boeken had hij over deze diertjes. We gaven ze weg. Het was te veel.
Heeft u dat ook, dat wanneer je een vlinder ziet je het ziet als een groet van een overledene? Maar waar kan ik aan denken als ik een rupsachtige crocodilletje zie?

1 opmerking:

Tilly Kuiper zei

Dit was weer een lap tekst. Ik probeer het af te leren en te korten. Heb geschrapt en geef het op.
Fijn weekend.