maandag 4 november 2013

Een postkantoor?*



 De vrouw staat met het pakje onder haar arm, wacht haar beurt af. Ondertussen gniffelt ze dat ze eindelijk het door hem gewenste boek opstuurt naar haar oom in Canada. Ze heeft er een stevig hardkartonnen omhulsel omheen gedaan en nu moet ze het alleen nog laten frankeren. Ze zou eens vaker een pakje naar hem moeten sturen.

Verkoopster vraagt, ‘moet het aangetekend of standaard?’ terwijl ze het pakje staat te wegen

De klant aarzelt, ‘wat is het verschil?’

’Standaard 10 euro, aangetekend 16 euro.’

‘Oké, doe maar standaard als er toch geen verschil is. Is wel duurder dan een pakje dat ik laatst hier verstuurde. Hoe kan dat?'
De verkoopster zegt het niet te weten,  frankeert, doet het pakje in een postzak en geeft het betaalbonnetje aan de vrouw.

‘Is dat alles, moet er geen verzendbewijs bij?

‘Ik vroeg toch net of u het aangetekend wou.’

‘Ja, maar ik weet het niet.’

’Ik ook niet en dit is dan 10 euro.’

‘’Graag nog 10 postzeggels.’

Die krijgt de klant ook. Er wordt afgerekend. De verkoopster heeft het druk, er staat een rij achter de klant en ze is alleen. Toch waagt de klant nog een poging.

‘Laatst verzond ik een pakje hier in Nederland. Daar kreeg ik wél een verzendbewijs voor.’’

‘Dat weet ik niet hoe dat zit. Waarschijnlijk ging dat pakje niet door de brievenbus en dit pakje wel.’

‘Hoe kan dat nou, dit pakje is groter?’

De verkoopster wordt ietwat ongedurig, haar blik onvriendelijk en koel. Blijkbaar is zij niet van plan om iets duidelijk uit te leggen zodat de klant het begrijpt. Want de vrouw wil alleen weten wat ze moet doen om haar pakje in Canada te krijgen, zodanig dat het wordt afgeleverd.  Eventueel toch aantekenen en 6 extra euro's betalen.? Ze weet het niet. Ze voelt spanning opkomen. Stress. Dan kan ze meestal slecht uit haar woorden komen. Ze draait zich om, denkt aan het pakje dat zo dadelijk de wereld ingaat zonder dat er een bewijs voor is, en keert zich opnieuw om, terug naar de kassa. Ze mag voorgaan.

‘Ja?’


‘Moet ik geen bonnetje voor de douane hebben, dat gaat er toch altijd op naar het buitenland?’

‘Ik weet het niet, het apparaat geeft aan van niet.’

Brr, de vrouw krijgt het koud. Een apparaat denkt voor de verkoopster.

‘Komt het wel goed aan met alleen die postzegel?’

‘Ik weet het niet.’

‘Ja, ik ook niet, daarom vraag ik het aan u.’

‘Ik zei toch net dat ik het niet weet.’

De klant voelt tranen van onmacht komen en geeft de 'strijd’ op. Woorden verdwijnen. In gedachten wenst ze het pakje een goede reis toe. Toch baalt ze, want ze had nog meer info willen hebben. Echter, ze kan het niet opbrengen. Ze kiest ervoor om haar stress niet te laten winnen en de winkel te verlaten.

Ze gaat terug naar huis en denkt terug aan de tijd dat er postkantoren waren, waarbij je vriendelijke en geduldige uitleg kreeg als iets je onduidelijk was. Ze gaat verder terug in de tijd. Toen waren er nog kascheques, spaarbankboekjes, chequeboekjes, veel handgeschreven brieven en telegrammen in voor gebruik bij feest of noodgevallen in plaatst van de overvloed aan whats appjes en sms berichtjes. Geen geld uit de muur of apparaten die zeggen of je wel of niet een bonnetje voor de douane op een pakje moet doen. Haar gedachten gaan langs al die gebouwen. Mooie statige postkantoren. Ze ziet ze stuk voor stuk voor zich. Ze ruikt de geur van papier en van pakjes. Voelt de sfeer. Hoort de stemmen achter de loketjes, maakt een babbeltje met iemand voor haar in de rij en wacht geduldig. Dan schudt ze haar hoofd. Voorbij.

Die tijd is niet meer.

Tegenwoordig zijn er postagentschappen in boekwinkels.

De haastcultuur en apparaten hebben voorrang gekregen. Ach, alles heeft zijn voors en tegens.

Geen opmerkingen: