maandag 30 juni 2014

Spraakverwarring



Wat denk je bij onderstaande zin?
Het is koel weer. Wat is dit een gruwelijk feest, de mensen zijn er echt vet.

Ik denk dan dat het fris weer is en dat er een vreselijk naar feest gaande is met allemaal afschuwelijke toestanden  en de bezoekers ervan zijn moddervet zo dik. Althans die plaatjes krijg ik in mijn gedachten.

Mispoes: de vertaling- in de huidige tijd- van cool, gruwelijk en vet  is:
Cool is top, fantastisch
Gruwelijk: nog fantastischer, grandioos
Vet  wil zeggen, formidabel.
Derhalve is het: Het is grandioos weer. Wat is dit een fantastisch feest,  de bezoekers ervan zijn formidabel.

Hier moet ik wel  erg aan wennen.  Een gruwelijk boek is een steengoed (vet) boek leerde ik kortgeleden.
Maar ….wat als iets echt gruwelijk is? Vreselijk, afschuwelijk naar is? Hoe heet het dan? Weet jij het lezer?

vrijdag 27 juni 2014

Leven



Het leven
    is,
 't blijft een bijzonder
     wonder.
       Daarom,
        wat er ook gebeurt
           motiveer,
   
               zodat je weer opfleurt.

                      Klinkt zo simpel.

dinsdag 24 juni 2014

Mijn Blog



Mijn Blog is een  thuis,
plek waar ik mij  kan uiten
wanneer er verbaal geen of te veel woorden zijn.

Schrijven, een zegen en een hel.

Want het is logisch, dat geschreven woorden
net zo verkeerd kunnen vallen als gesproken woorden.

Het spijt mij want dat ligt niet in mijn bedoeling.
Ik kan en mag niet alles voor een ander invullen,
noch kan een ander voor mij invullen wat ik bedoel
en voel.
We hebben  allemaal onze kwaliteiten én tekortkomingen?
Schrijven is ook een willen delen.
Een willen inspireren.


Misschien een kwaliteit?
Misschien een tekortkoming
door een tekortkoming?
Schrijven maakt mij
en mij maakt schrijven.

Communiceren



Communiceren,
communicatie kan als een brug zijn,
verbaal en non verbaal.
Een brug die ons  nader tot elkaar brengt.

Communicatie lukt me soms niet, dan is het
alsof er een netwerkverbinding met storing is
De brug der communicatie
is  dan brug der zuchten geworden.

Door woorden die ik verkeerd gebruikte?
Of iets dat ik anders had moeten doen?

Mijn hart  huilt en heeft de woorden niet
die mijn mond zou willen uitspreken.
Ik ben ook maar een mens.
Verdriet.
Oude patronen uit mijn tienerjaren
 - soms mij verbaal moeizaam kunnen uiten,
het gevoel hebben niet mezelf te mogen zijn,
het gevoel van niet mogen zijn -
spelen weer eens op.
Of voel ik wat een ander voelt. Te.
Balen.
Wanneer gaat dat over? Wanneer heelt het?
De pensioen tijd is om te helen
of om ten onder te gaan ?


Communiceren
Van goede wil willen zijn, en niet anders
want
ik kies zó graag voor harmonieuze verstandhoudingen
met wederzijds begrip voor elkaars gevoel en denken.

Het is mogelijk.

vrijdag 20 juni 2014

Mij rijk voelen



Na pijnlijke heup en voetdagen waarin ik met moeite letterlijk en figuurlijk vooruitkwam, heb ik mezelf gisteren een schop onder de kont gegeven. De telefoon gepakt en een vriendin gebeld. Ik ben totaaaaal niet bellerig, maar I did it. Na het boodschappen doen ging ik  bij die vriendin op de koffie  en at bij haar een boterham. Naderhand nodigde ik vriendin uit om bij mij te komen avondeten. Grappig he op een en dezelfde dag?

De tijd genomen om thuis  de tafel mooi te dekken met het feestservies van mijn moeder dat ik te weinig gebruik. Een lekker maal in elkaar te flansen met daarbij een schaal volrauwkost en fruitstukjes. Zomerweelde. Vriendin bracht zowaar rode rozen mee. Ik keek haar aan: wil dat iets speciaals betekenen?
‘Nee, gewoon omdat we goede vriendinnen zijn.’ Ah, maar op zich vind ik dát al een geschenk.
De rode rozen staan mij nu stil  aan te kijken als symbool voor leven, liefde en doorleven. De tekst van het lied The Rose komt in mij op.

woensdag 18 juni 2014

Australië- Nederland



Daar zit ik dan voor mijn lappie's beeldscherm te typen. Ondertussen staat de televisie aan, afgestemd op Brazilië, voor de WK voetbalwedstrijd Australië- Nederland. Af en toe kijk ik, ik hoor genoeg. Ben blij dat ik niet een echte voetbalfanaat ben, want die zou zich erg druk maken. Wat ben ik dan wel? Eh … een chauvinistische Nederlandse? Ik vind dit soort evenementen meebeleven op een afstand leuk, om het feit dat wereldwijd veel Nederlanders zich verbonden voelen met ‘onze ‘jongens in eenzelfde emotie en landsgevoel. Oh wee als de jongens niet presteren naar de hoge verwachtingen van de kijkende Nederlanders. Zijn ze dan  gelijk gediskwalificeerd door ons, het volk?
De jongens doen hun best. Oh, er komt een nieuwe in- nummer 21 heeft hij - in plaats van een ander die op een brancard word afgevoerd. Ik heb even wat gemist. Na ja, ik kijk ook niet met volle overgave, maar doe toch mijn best om mee te leven.
Ja, ik sta achter de jongens, ook als ze verliezen. De sterkste ploeg zal hoe dan ook winnen.
Het is pauze.
De stand is 1-1.
Rust.


19uur20. Ondertussen is het 2-2 geworden. Yess. Kom op, jongens, gaan met die banaan. Voetballen.
Het is nu eenmaal een wed-strijd, een com-petitie. Gewonnen schijnt er te moeten worden.
Gek woord is com-petitie. Een petitie om te commen. What's that? Comt/komt allen te samen. En dát doen ze. Yessss. Weer een doelpunt voor ons. WIJ doen het goed. Woehahahaha. Wij staan op 3 doelpunten versus Australië.
Het begint spannend te worden. Ritje in de achtbaan, op en neer. Alle kanten gaat het op, aap ik de verslaggever na. Poeh, poeh. Voel jij je ook zo Nederlands? Ik wel.
Wij zijn aan het winnen en ik ga de afwas doen. Dat leidt wat af voor het volgende doelpunt. Kunnen de jongens het rustiger maken. Is er geen druk op. Hahahaha.


Eindstand. Het is 3-2 voor ons geworden. Het is grappig dat het met sporten 'ons' is als 'we' winnen. Doch.zij als wij verliezen. Of .. is het opeens zij als zij verliezen? Wij, we willen alleen maar winnen? Dus ...als we verliezen is het gelijk zij?

Psychologisch dingetje


Uit de schuur*


Twee weken sta ik alweer in de schuur. Dat was gemakkelijk voor als de familiedag plaats zou vinden. De gang staat anders zo vol vindt de vrouw. Echter, familiedag is voorbij en zij verwacht geen bezoek.
Als ze geen aanloop krijgt, gaat ze op bezoek in de buurt en gebruikt zij mij. Ik ben haar steun en toeverlaat, vooral als het lopen niet zo best gaat en te pijnlijk voor haar is. Zij vindt het prettig wanneer ik in de gang sta, omdat mijn aanwezigheid haar eraan herinnert om mij te gebruiken.

Ik ben een optie om te kunnen bewegen. Als een gereedstaand paard in de gang. Jawel, ik geef toe dat het op mij klimmen en goed in het zadel gaan zitten een pijnlijke aangelegenheid is voor haar. Doch het lukt haar steeds weer.

Ze moet vallen voorkomen. Op bekende wegen rijden waar ze weet dat er geen hobbels en gaten zitten. Want ja, we zijn een paar keer omver gesmakt doordat ze iets niet zag en sinds de laatste keer heeft ze langer last van de val dan anders. Snerpende heuppijn en een dikke voet.

He, wat is dat? Ze komt de schuur binnen, veegt met haar hand over mijn zadel dat altijd klaar staat voor haar, pakt mij beet, houdt met éen hand de schuurdeur open, leidt mij over het smalle paadje door de keukendeur en keuken naar de gang. Voorzichtig zet ze mij neer en ik hoor haar in gedachten zeggen: ‘Vandaag is het niet verantwoord om met je uit rijden te gaan. Ik krijg mijn been moeilijk opgetild. Maar in ieder geval sta je paraat. Dank je wel fiets, dat je er bent.’

woensdag 11 juni 2014

Familiedag



Samenkomen? Een zeldzaamheid. Wij zien elkaar- ja, mijn kinderen zie ik wél vaker- bij een enkele verjaardag, een overlijden, soms bij ziekte en oudste zus is heel lief en gul. Cadeaux, zelfs in de vorm van een reis. Dan opeens in tien dagen beslist … een familiebijeenkomst op Tweede Pinksterdag.
Koffie, thee, limonade met roomboterkoekjes bij mij -zo bijzonder- in de tuin. De pan met soep die ik klaar had, is blijven staan zoals hij stond.
Fijn elkaar te zien. Zoen geven, smak smak, twee of smak, smak, smak drie. Kiezen tussen Nederlands of Frans zoenen. Lol. Terwijl het gaat om de begroeting, hoe dan ook. Geen andere moeilijkheden. Mijn paradijselijk plekje is opeens klein voor zoveel mensen tegelijkertijd.

Dan in twee auto’s richting zee. Mijn twee zussen en ik, twee zwagers, mijn twee kinderen en twee nichtjes. Dat is het. Negen man sterk. Onze overleden ouders en broer en al die er niet meer zijn zijn er in gedachten bij. De verwachte megadrukte door het warme weer op weg en strand kwam er niet. Noodweer stelde zichzelf  uit en barstte later, veeeel later ongegeneerd los als een woesteling. Ieder was toen weer veilig terug op de eigen thuisbasis.
Wij wandelden en verdwaalden door duinen, duinige heuvels, bos en over het strand. Lachten, kletsen, zweten, zochten, overlegden, luisterden of waren stil. Rode vochtige hoofden en te weinig drinken mee. Regelmatig dacht ik aan de vele  flesjes water die ik koel had  gezet in de koelkast. Voor tijdens de wandeling. Het denken eraan loste de dorst en de warmte helaas niet op.

zondag 8 juni 2014

Als een groet van mijn vader

Op het tuintafeltje naast mij is een slak al een poos capriolen aan het uithalen op zijn slaks. Ik merk hem wel op, maar toch ben ik ijverig aan het typen over de ganzenfamilie die ik in mijn vorig schrijfsel -een gezinnetje- beschreef.
Een plasje water. Slak glijdt er doorheen als met een slee. Wat een snelle. Zijn huisje wiebelt. De laptop zet ik op de grond en ik neem slak op mijn hand. Zo loop ik samen met mijn vaders symbool naar de koelkast voor een slablaadje. Mijn vader, die een fervent slakkenliefhebber was, is opeens dichtbij.
‘Dag Pap.’
‘Dag Tol’ hoor ik diep in mij weerklinken.‘Vergeet de humor niet, he Tol? Niet te veel denken en laten ontaarden in piekeren.’
‘Nee, Pap.’

Hm, mijn vader bemoeide zich nooit met mijn denken. Wel konden we goed stil zijn samen. Nooit was het ongemakkelijk. We zagen elkaar weinig in ons leven. Maar altijd was het in stilte bij elkaar zijn een ontmoeting. Stil zijn met actieve geest. Misschien juist daarom.
Een ont- moeten. Hij schreef en ik schreef.

De tranen stromen opeens over mijn wangen.

Accu van laptop is leeg. Met de stekker in het stopcontact type ik staand bij het aanrecht verder.
Buitengekomen is de slak is verdwenen. Het slablaadje ligt er nog. 

Fijn, dat morgen de familie -wat er van over is- bij elkaar komt. Bij mij thuis.

Een gezinnetje


Wandelen betekent voor mij vaak en regelmatig stoppen. Een poos stilstaan zowel voor mijn pijnlijke heupen als om te observeren wat mijn aandacht trekt. Steeds weer iets anders. Iedere wandeling of fietstochtje is vakantie voor mij. Ik ben dankbaar voor dat wat ik kan zien. Ik loop omhoog. De dijk op en hoor gegak. Boven sta ik stil en kijk om mij heen. Beneden mij is een ganzengezin. Verderop de kolonie waar ze vermoedelijk bij horen.
Ik tel zeven jonge gansjes die rustig aan het grazen zijn. Mama gans staat er bij te kijken. Alert, nu ik haar gezin observeer. Papa gans eveneens. Echter, pa draait zich om en kijkt de andere kant op. Ik begin zacht te neuriën. Mama gans ontspant en begint haar veren schoon te maken.

Ben ik rustig bij het water aan het grazen met mijn kleintjes en mijn maat, komt er opeens een tweebenige naar ons kijken. Ik maak wat nauwelijks hoorbare geluidjes die mijn gezin hoort als ‘even opletten.’ De kleintjes eten toch door. Kort doe ik enkele rek en strek bewegingen om te laten zien van wie de kleintjes zijn en dat de tweebenige er af moet blijven. Dat doet het. Ik ben de baas. Ze staat roerloos stil als een boom en ik voel haar naar mij seinen: het is oké. Ze maakt trillingen. Dat heet zingen in de mensenwereld. Dat zingen stelt mij gerust. Mijn maat heeft allang door dat ze geen kwaad in de zin heeft. 

Wij kunnen ongestoord onze gang gaan. Mijn kleintjes grazen goed. Gras en af en toe pikken ze een worm naar binnen. Opeens komen ze- als om goedkeuring te vragen om te zwemmen- naar me toe. Even zijn we dichtbij elkaar, ze raken mij aan. Wij horen bij elkaar, dan waggelen ze als eenden naar het water en glijden erin alsof ze het altijd al gedaan hebben. Ik weet niet of dit de eerste keer is, maar zo hoort het te zijn.
Een voor een glijden ze gracieus het grote nat in. Ik sta aan de kant. Zes gaan erin, en zes zwemmen weg. Ik kijk ze na. Tevreden.
Mijn zevende graast nog naast mij. Maat staat verderop met de rug naar het water naar de kolonie te kijken. Na een poos komt zevende naar mij toe, loopt langs mij heen en glijdt ook het water in. Zo snel als zijn pootjes kunnen, zwemt hij naar zijn broertjes en zusjes die nu in een rij achter elkaar zwemmen. Mooi. Dat is de bedoeling. Ze zullen ook hoog in de lucht achter elkaar moeten vliegen. Na een poos glijdt ik er ook in. Rustig zwem ik ze achterna.
Opeens, onrust. Met veel gebrom komt een ontzettend groot wit watermonster op mijn kleintjes af.
Ze zitten precies in het vaarwater van het monster.
Paniek.
Ik moet kalm blijven.

woensdag 4 juni 2014

Allergisch




Bent u een oudere?
Ben u  met pensioen?
Wordt u ook door velen generaliserend in het vakje bejaarden gestopt?
Ja, ja, want- zegt men- boven de vijf en zestig levensjaren val je onder de bejaarden. Ook ik.

Weet je -ik neem de vrijheid om op de tutoyeer tour over te gaan- waar ik afschuwelijk, vreselijk, ontiegelijk, verschrikkelijk allergisch voor ben? Misschien ben jij – even een bejaarden onderonsje – óók wel net zo allergisch? 

Allergisch dat ‘bejaard zijn’ geassocieerd wordt met alleen maar Bingo!

Net keek ik naar Utopia, de live reality-tv serie. Ja, ik ben nog steeds  een bejaarde volg- voyeuse die waarschijnlijk niets anders te doen heeft omdat ze geen bingo speelt ;-P?- Wat was het geval? In Utopia kwam  een bus met bejaarden op bezoek. Ja ja, de bus ook:-)
Zegt de warme aangenaam klinkende voice-over ( ik ben nog steeds stik nieuwsgierig  bij die stem hoort)
‘Zeg je bejaarde, dan zeg je bingo.’ Huh???
Nou ja, zeg.
‘Hap’ doet Til.Op de kast. Lol.
Kijk, nu kan ik naar talpa tv gaan schrijven. (Wederom heb ik niets beters te doen omdat ik geen bingo speel? Wahahaha)

maandag 2 juni 2014

Een soort familiegevoel (gedichtsel)



Mee
met twee vriendinnen naar een café,
een literair café chantant
Verwelkomt worden in het Frans
schenkt mij
een warm familie gevoel,
als je snapt wat ik bedoel

Een podium, een  gitaar,
een microfoon en een versterker
wachten op hun beurt, stil
in het geroezemoes.

Aan weerszijden van de ruimte
tafeltjes waaraan
stoelen bezet
door vijfentwintig plus twee hondjes
die met grote ogen rondkijken.

Kennismaken, een babbel,
gezellige, knusse warme sfeer.
Iets te drinken bestellen.
Gastheer en gastvrouw
lopen
af en aan
overal een praatje makend.
Het geeft mij een soort familie gevoel
als je snapt wat ik bedoel.

Dan, beklimt gastheer Asher het podium,
een Frans chanson klopt aan bij mijn hart en ziel,
de deur naar mijn jeugdjaren gaat weer eens
open en het lied raakt mij warm aan.