zondag 8 juni 2014

Als een groet van mijn vader

Op het tuintafeltje naast mij is een slak al een poos capriolen aan het uithalen op zijn slaks. Ik merk hem wel op, maar toch ben ik ijverig aan het typen over de ganzenfamilie die ik in mijn vorig schrijfsel -een gezinnetje- beschreef.
Een plasje water. Slak glijdt er doorheen als met een slee. Wat een snelle. Zijn huisje wiebelt. De laptop zet ik op de grond en ik neem slak op mijn hand. Zo loop ik samen met mijn vaders symbool naar de koelkast voor een slablaadje. Mijn vader, die een fervent slakkenliefhebber was, is opeens dichtbij.
‘Dag Pap.’
‘Dag Tol’ hoor ik diep in mij weerklinken.‘Vergeet de humor niet, he Tol? Niet te veel denken en laten ontaarden in piekeren.’
‘Nee, Pap.’

Hm, mijn vader bemoeide zich nooit met mijn denken. Wel konden we goed stil zijn samen. Nooit was het ongemakkelijk. We zagen elkaar weinig in ons leven. Maar altijd was het in stilte bij elkaar zijn een ontmoeting. Stil zijn met actieve geest. Misschien juist daarom.
Een ont- moeten. Hij schreef en ik schreef.

De tranen stromen opeens over mijn wangen.

Accu van laptop is leeg. Met de stekker in het stopcontact type ik staand bij het aanrecht verder.
Buitengekomen is de slak is verdwenen. Het slablaadje ligt er nog. 

Fijn, dat morgen de familie -wat er van over is- bij elkaar komt. Bij mij thuis.

Geen opmerkingen: