zondag 8 juni 2014

Een gezinnetje


Wandelen betekent voor mij vaak en regelmatig stoppen. Een poos stilstaan zowel voor mijn pijnlijke heupen als om te observeren wat mijn aandacht trekt. Steeds weer iets anders. Iedere wandeling of fietstochtje is vakantie voor mij. Ik ben dankbaar voor dat wat ik kan zien. Ik loop omhoog. De dijk op en hoor gegak. Boven sta ik stil en kijk om mij heen. Beneden mij is een ganzengezin. Verderop de kolonie waar ze vermoedelijk bij horen.
Ik tel zeven jonge gansjes die rustig aan het grazen zijn. Mama gans staat er bij te kijken. Alert, nu ik haar gezin observeer. Papa gans eveneens. Echter, pa draait zich om en kijkt de andere kant op. Ik begin zacht te neuriën. Mama gans ontspant en begint haar veren schoon te maken.

Ben ik rustig bij het water aan het grazen met mijn kleintjes en mijn maat, komt er opeens een tweebenige naar ons kijken. Ik maak wat nauwelijks hoorbare geluidjes die mijn gezin hoort als ‘even opletten.’ De kleintjes eten toch door. Kort doe ik enkele rek en strek bewegingen om te laten zien van wie de kleintjes zijn en dat de tweebenige er af moet blijven. Dat doet het. Ik ben de baas. Ze staat roerloos stil als een boom en ik voel haar naar mij seinen: het is oké. Ze maakt trillingen. Dat heet zingen in de mensenwereld. Dat zingen stelt mij gerust. Mijn maat heeft allang door dat ze geen kwaad in de zin heeft. 

Wij kunnen ongestoord onze gang gaan. Mijn kleintjes grazen goed. Gras en af en toe pikken ze een worm naar binnen. Opeens komen ze- als om goedkeuring te vragen om te zwemmen- naar me toe. Even zijn we dichtbij elkaar, ze raken mij aan. Wij horen bij elkaar, dan waggelen ze als eenden naar het water en glijden erin alsof ze het altijd al gedaan hebben. Ik weet niet of dit de eerste keer is, maar zo hoort het te zijn.
Een voor een glijden ze gracieus het grote nat in. Ik sta aan de kant. Zes gaan erin, en zes zwemmen weg. Ik kijk ze na. Tevreden.
Mijn zevende graast nog naast mij. Maat staat verderop met de rug naar het water naar de kolonie te kijken. Na een poos komt zevende naar mij toe, loopt langs mij heen en glijdt ook het water in. Zo snel als zijn pootjes kunnen, zwemt hij naar zijn broertjes en zusjes die nu in een rij achter elkaar zwemmen. Mooi. Dat is de bedoeling. Ze zullen ook hoog in de lucht achter elkaar moeten vliegen. Na een poos glijdt ik er ook in. Rustig zwem ik ze achterna.
Opeens, onrust. Met veel gebrom komt een ontzettend groot wit watermonster op mijn kleintjes af.
Ze zitten precies in het vaarwater van het monster.
Paniek.
Ik moet kalm blijven.


Ik kijk naar de zijkant, focus en zie een groot jacht aankomen. Met mijn beide armen zwaai ik hoog in de lucht naar het gevaarte om het tot vaart minderen te doen bewegen.

Gelukkig, het gevaarte gaat langzamer varen.

De tweebenige maakt gebaren met haar vleugelachtige dingen zonder veren, als om het monster tot stilstand te krijgen. Zelf maak ik mijn speciale dwingende gak geluid. ‘Gevaar! Zwem je veilig maar niet naar mij.’ Mijn maat is ook in het water gekomen en maakt hetzelfde geluid. De kleintjes moeten ons vertrouwen en van ons weg zwemmen, al is de situatie nog zo onveilig. Levensgevaarlijk zelfs. De zeven doen het. Ze zwemmen zich ongans naar de andere oever. Zouden ze het halen?
Dan komt het monster tussen ons.
Het duurt..

Het duurt een paart tellen maar het lijkt een eeuwigheid. Al is het Jacht langzamer gaan varen, toch raast het door het water. Net tussen de kleintjes en hun ouders in. Ik voel me als een toeschouwer bij een ramp op televisie waarbij ik niet tot hulp kan komen. Een schietgebedje. ‘Het komt goed. Laat het goed komen. Water, draag ze.’

Het monster is voorbij geraasd. Het water golft wild. Mijn maat en ik gakken en ja, mijn kleintjes zijn er nog. Allen? We moeten nog dichterbij zwemmen. We gaan mee met de beweging van het nat, we komen er wel. De tweebenige staat ver weg aan de andere kant van het water, ik kan haar nauwelijks zien. Hopelijk wel al mijn kleintjes.


Langzaam loop ik ontroerd verder, wat kunnen we veel leren van dieren. Steeds weer. Ze zorgen goed voor hun jonkies die perfect hun ouders nabootsen , net als dat jonge mensenkindjes ál hun ouders gedrag nadoen.
Het beste met jullie, ganzengezin. Wat zorgen jullie goed. Wat kunnen jullie goed loslaten.

Verderop ligt het zwanenpaar dat ik gisteren ontmoette, eveneens met zeven kleintjes, rustig in de zon naast een sloot te luieren.




`````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````
Op de rivier de Bernisse gaat men als proef toestemming geven aan gemotoriseerde bootjes. Ik hoop dat het niet zulke kolossen als het dominante jacht van net zijn. Zoals dat soort schepen soms tekeer gaan over het kanaal. Niet leuk meer.
Ik hoop dat de motorbootbestuurders op de Bernisse oog zullen hebben voor alle vogels en watervogels in dit gebied. Hopelijk komt er een bordje: ‘langzaam varen' Gemeente?

Geen opmerkingen: