vrijdag 5 december 2014

Het boek met wensen*



‘Zal ik het dan maar weghalen?’ vraagt de bedrijfsleider
Ze knikt: ‘Ja, misschien is het beter.’ Met een gevoel van opluchting, maar ook verdriet ziet ze de bedrijfsleider weglopen met het boek onder de arm.

Het zal in oktober zijn geweest. In de wereld was het ellende en daarom besloot ze het voor zichzelf klein te houden -ze kon al dat nare toch niet veranderen- en te trachten blijde optimistische gedachten als wensen te delen. Niet via Facebook. Nee, via een schrijfboek waar ieder met de hand goede wensen aan elkaar kon schrijven. Geen wensen over geld of spullen, maar elkaar opkikkeren juist ómdat het zo onrustig in de wereld was op allerlei gebied.
Na lang nadenken opperde ze het idee bij de bedrijfsleider van de winkel waar ze regelmatig haar boodschappen deed. Hij was enthousiast en vond het een leuk idee om te doen. Ze kreeg carte blanche om het goede wensen boek te initiëren in de zaak.


En zo kwam het dat de vrouw thuis in het pas gekochte lege schrijfboek een voorwoord schreef over wat de bedoeling was. Ze verkneuterde zich dat ze stiekem het boek op de koffietafel ging neerleggen. De koffietafel waar ze wekelijks tijdens het boodschappen een bakkie troost nuttigde, de krant las en een praatje maakte over de toestand in de wereld. Het was er altijd gezellig. Een goede sfeer. Net alsof je bij iemand aan de keukentafel zat. Vaak was er ook een koekje en stille verleidingen stonden in de vorm van aanbiedingen als een soort afscherming bij de tafel. Kortom, een knusse hoek.
Spannend vond ze het toen zij op haar boodschappendag, met het boek verstopt in een plastic tasje dat voorin ‘haar’ winkelwagen lag, door de winkel struinde en een gelegenheid zocht om ongezien het boek neer te leggen.

Naderhand kwam ze de bedrijfsleider tegen. Hij was ook blij en net zo benieuwd als zij. Het boek mocht anoniem beschreven worden, dát zou mensen vast over de drempel trekken.

Een week later zag ze het boek terug. Nieuwsgierig bladerde ze er doorheen, keek er nog niet echt in.  Deed alsof ze er niets mee te maken had en groette haar tafelgenoot. Deze koffiedrinker zei:‘wat een onzin zo’n boek he?’ 
Haar keel kneep dicht en ze zei zacht: ‘ het zijn toch goede gedachten die wij elkaar toewensen in het boek?’
‘Terwijl er crisis is? En oorlogen en allerlei andere klotezooi? Zeker weer een promotie actie van de zaak? Laat ze eerst maar eens de arme mensen hier gratis boodschappen geven. Laat ieder eerst maar eens gratis zorg krijgen Dát zijn pas goede gratis wensen. Al het andere is gebakken lucht.'

De vrouw probeerde het nog te redden door de gedachte achter het boek te verdedigen. Dat wij juist dáarom positief mogen denken. Ervoor te kiezen om vriendelijk naar elkaar toe te zijn.
‘Ach, diegene die dat heeft bedacht, is niet goed snik. Heeft zeker nog nooit iets meegemaakt in zijn leven.’ spuugde de man er nog uit terwijl hij zwaar geïrriteerd met zijn gezicht op onweer, zijn stoel ruw naar achteren schoof.
 ‘Nog een fijne dag, mijnheer en ... sterkte.'

Hij had het zeker zwaar thuis? Geen werk? In de WW? Logisch dat hij boos op het leven was.

Die eerste keer dat zij het boek terugzag, was alsof ze naar haar eigen leven keek. Over de meeste toffe goedbedoelde teksten was gekrast  of met koeienletters eroverheen en ook ernaast geschreven. Ze kreeg er buikpijn van. De vrijheid van meningsuiting vierde er op een vervelende manier hoogtij, de gedachten van mensen van goede  wil wegdrukkend.

Dapper schreef ze er weer een wenstekst in. 

Een week later zaten ook daar krassen doorheen, negatieve teksten vergezelden het.
 Ze sloeg steeds vaker het koffiedrinken over. Wat een muts was ze toch om zoiets te bedenken. Ooit had ze iets dergelijks gedaan en een boek in een trein achtergelaten. Niet goed snik inderdaad. Had ze gedacht de wereld te veranderen? Nee, ze wou alleen mensen door wensen verbinden via dat boek. 
Meer niet. Is dát nou zo gek? Zó ongebruikelijk? 

Toen ze twee maanden later weer eens koffie zat te drinken - er zat niemand aan de tafel dus nu kon het wel- pakte ze voor de zoveelste keer het boek op en sloeg het open. Opnieuw was er veel doorgekrast. En weer stond er allerlei narigheid geschreven. Te onvriendelijk. Ze schreef - als een koppig, naïef meisje, maar tegen het beter weten in van de oude vrouw die ze was- een laatste wens. 

Terwijl ze er net klaar mee was, kwam de bedrijfsleider naar haar toe. Ze schudden samen hun hoofd.
‘Het is niets geworden, he?’
‘Nee, wel jammer.’
‘Ja, wel jammer. We hebben ons best gedaan. Toch?
Ze knikte.
‘Zal ik het dan maar weghalen?’ vroeg de bedrijfsleider met iets van verontschuldiging in zijn stem.
Weer knikte ze: ‘ Ja, misschien is dat wel beter.’ Met een gevoel van opluchting, maar ook van verdriet zag ze de bedrijfsleider weglopen met het boek onder de arm. 'Voor het archief.'
 Ze lachte als een boer met kiespijn.

Had ze de wereld willen veranderen? Ja? Nee, niet meer. Dat kon ze tóch niet, maar misschien wel samen, sámen met andere goede wens schrijvers, het leven een heel klein beetje mooier en vriendelijker willen maken, juist omdat het zo’n soepzooitje is. 



Thuis viel ze dood neer.

Geen opmerkingen: