zaterdag 4 april 2015

Mijn broer



  Mijn zussen ik hebben een broer. Over hem praten doen we niet. Waarom niet? Te verdrietig? Ik weet het niet. Naarmate we ouder worden en er meer mensen overlijden, praten we steeds minder over alle dierbaren die zijn overleden. Zo doet iedereen het. Het is niet anders. Op die manier leeft iedereen stilzwijgend met elkaar mee.

Mijn broer benam zichzelf van het leven in 1980. Het was mei, mijn ex echtgenoot en ik waren aan het genieten van de jaarlijkse pinksterfestiviteiten in het dorp waar we woonden. Tussendoor kwamen wij lacherig even thuis. De telefoon ging en mijn ex nam op, ik begreep dat hij mijn moeder aan de lijn had en dat er iets  vréselijk ergs was gebeurd.

Lieve Free, met je zonnen, bergen, paden en regenbogen, je gaat de laatste tijd niet uit mijn gedachten nadat er op het nieuws werd vermeld dat een jonge man, een co piloot, zichzelf mét alle passagiers van het vliegtuig dat hij bestuurde, op een afgrijselijke manier van het leven had berooft. De man had donker haar net als jij en ik leef mee met zijn ouders, familie en alle nabestaanden. Woorden zijn er niet genoeg. Niet dat jij piloot was. Jij was ridder, zoals Talou zei.

Toch is het net alsof jij het was die opnieuw neerstortte met ons erbij. Dat ik daarbij bezig ben om mijn stress/angst/fobie om te vliegen, reizen, hoogtes, dieptes, ver en weg en wat dies meer zij aan het ompolen ben, maakt het er niet gemakkelijk op. Je bent weer volledig in beeld. Maar jíj was niet die co piloot, broerlief. Wel ben je nog steeds voor altijd mijn broer, ver voorbij je over-lijden heen reikt het verder dan mijn woorden kunnen zeggen. Je woont in mijn hart. Sinds 1980 nog meer. 1 9  8 0 het is als gisteren.

Mensen vragen wanneer ik een enkele keer zeg dat ik bijvoorbeeld jou, papa, mama, tante Adel, Talou en zovelen mis: Hoe lang is het geleden? Hoe oud was hij/zij?                                                                                                       Wat doet het ertoe? Gemis is gemis. Gemis kent geen tijd omdat het bewustzijn is. Ik mis je en ik wou dat ik destijds meer voor je had kunnen betekenen. Maar helaas. Weer huil ik mijn tranen om je. Tussen de tranen door zie ik ons als kinderen in onze vroege jeugd ons wonderland verkennen. De vallei met de lelietjes van dalen. De wolken en hoe we in gedachten vlogen als vogels. Hoe we paadjes maakten in het hoge gras van onze eigen wereld. We hadden woordloze gesprekken en konden praten met de slakken en alles op ons pad. Het kamperen in de tuin. Jij was zo hoog gevoelig, doch je kreeg later het stempel van schizofrenie. Oh, Freetje. Je was een mooi mens.

Ik ben dankbaar dat je mijn broer was en …bent. 


Weer komt de gedachte: hoe komt het dat ik op die Pinkstermiddag niet voelde dat je in nood was? Terwijl dat anders wel het geval was. Vergeef mij. Niemand is volmaakt. Gelukkig maar. Ik voel nu sterk dat het zinloos is om nog langer te kijken naar wat ik tekort zou zijn geschoten. Ik laat die gedachtes gaan. Ik adem ze uit en laat ze gaan. Ik ontspan.

Vandaag breng ik je op het world wide web. Eigenlijk is dat www net zo magisch als dat wij droomden, hoewel er door sommigen niet echt mooi gedroomd wordt zoals wij in onze kinderjaren deden. Maar ja, het is zoals het is. 

Over niet al te lange tijd ga ik met zoonlief, die jij niet kende, op reis naar zijn geboorteland. Het is bizar om te beseffen dat ik hem voor het eerst in de armen hield op jouw geboortedag, twee jaar na je noodlottige sprong. Het was mooi de herkenning toen wij elkaar aankeken. Het is bizar dat het toeval wil dat wij op jouw sterfdag terugkwamen in Nederland. Mama zag jou terugkomen. Maar nee, lieve Free met je zonnen en regenbogen, al doet zoonlief mij soms aan je denken. Hij is hij. Ik ben nu 67 jaar, zoonlief is 33 en jij over-leed op je dertigste. 

Bewustzijn is een vreemd iets. Daar wist jij alles van, broerlief. Het bewustzijn kent geen tijd en afstand. Al schrijvend ben ik terug bij alle mooie en ook de intens moeilijke, verdrietige momenten die wij samen beleefden. Ik zie ons weer als kinderen, maar ik zie je ook weer als ultieme redmiddel de praktijk binnenkomen. De praktijk waar ik destijds als doktersassistente werkte, en waar mijn werkgever je liet opnemen. Je zei: ’ help mij’ tegen mij. Ik stond erbij en keek ernaar. Vergeef mij. Ik kon er niets tegen doen, mijn Free, het kon niet anders al was je nog zo lief. Het was beter, hoopte ik. Echter, je knapte niet op. Heel lang had ik er een schuldgevoel over, maar ik weet dat ik deed wat in mijn vermogen lag. Ik laat het nu gaan, Free. Ik laat je gaan. Die film, van toen je je steeds naarder ging voelen, keer op keer afdraaien helpt jou niet meer en doet mij geen goed.

Mijn bewustzijn gaat nu in vogelvlucht langs jouw en mijn leven totdat het jouwe ophield. Ik voel je pijn. Ik laat jouw pijn nu los. Het was jouw leven. Ik adem door. Jij maakte jouw keuze. Mijn herinneringen met jou koester ik. 

Oké broerlief, deze zus is nu oud en jong tegelijkertijd. Et oui. 
Vandaag is het 4 april 2015 en binnenkort ga ik vliegen met zoonlief. Laat ik weer kunnen dromen. 
Moge je ziel in evenwicht, liefde en vrede zijn, Free. Dag mooi mens. Ik steek een kaarsje aan voor allen die zichzelf van het leven beroofden.
Ik wens ieder die het moeilijk heeft hulp en steun toe.  


                                Moge het leven vriendelijk voor je zijn.




En toen … belde een vriendin van heel lang geleden uit de jaren ‘50. Zij kende jou ook.

Geen opmerkingen: