donderdag 30 april 2015

Opruimen




Samen met oudste zus spullen van onze overleden vader opruimen.

Kijken, kijken, kijken in zijn leven. Voor de zoveelste keer. Hij overleed 7 juli 2011 of was het 2012? Het voelt als gisteren. We begonnen elkaar net goed te leren kennen.

Geboren aan het eind van de Eerste Wereldoorlog en vervolgens de Tweede Wereldoorlog te hebben meegemaakt, als eindtwintiger, is het mijn vaders gewoonte geweest om bijna alles wat je je maar kunt bedenken te bewaren. ‘Je weet nooit of je het nodig kunt hebben. Het is altijd ergens goed voor.’ Als klein jongetje weggestuurd te worden naar Nederland door zijn ouders - die in Nederlands-Indië woonden - resulteerde er waarschijnlijk eveneens in dat hij intens hechtte aan zijn spullen. Ik heb dat ook wel maar ik heb niet de structuur die onze vader had, hoewel … het begint te komen.

Oudste zus en ik struinen door de vele dozen en doosjes vol foto’s, dia's en negatieven. Stel je het eens voor. Mijn vader werd bijna 97 jaar. Zoveel foto’s. Zwart wit foto’s soms erg onduidelijk van bloemen, stenen, watertjes, meren, zeeën en mensen, vele mensen, onbekende mensen soms met mijn vader op de foto. Foto’s ook, heel veel foto’s van zijn levenspartner, die het onze moeder zeer zuur maakte. Wat veel foto’s, dia’s en negatieven. Zó netjes geordend. (ik doet het hem even na en dan is het na een poos weer chaos op mijn tafel.) 

‘Foto’s mag je nooit wegdoen’ hoor ik in hem in mijn herinnering zeggen.

Ik denk aan mensen die bijna niets van hun ouders hebben. Aan mensen die door oorlogen en rampen alles kwijt zijn. Ik denk, last but not least, aan mijn kinderen die mijn ex en ik mochten adopteren. Zij hebben niets van hun biologische ouders, behalve zichzelf.
Dít is een ander uiterste. 

De kamer die eerst van mijn dochter was en na haar uit huis gaan op het bed na een jaar of twee leeg stond, staat sinds een paar jaar nog steeds stampvol met spullen van mijn vader. Net alsof hij er nog een beetje is. Ik heb al heel veel weggegeven, zorgvuldig uitgezocht, maar ik vind het moeilijk. Oudste zus niet. Zij is meer van: ‘hoppaaaa in de vuilniszak.’ Ze moest wel, eerder ook toen mijn vader op zijn drie en negentigste van Parijs naar Nederland verhuisde. Zijn verdieping en die van zijn, destijds pas overleden, levenspartner waren volgestouwd met wat dan ook. Arme oudste zus, maar ze stond erop het alleen te doen. Zelf werkte ik nog. Jongste zus ook. Je moet blij zijn dat je werk hebt. Tien anderen voor je als je te lang wegblijft.

Mijn vader had een groot historisch besef. Daarom bewaar ik zijn collectie agenda’s maar en nog meer. In zijn pietepeuterige handschrift hield hij een vorm van dagboek bij in die agenda’s. Van 1950-2010. Dat is toch niet niets? Aan het eind van 2010 hadden de glaucomen zijn zicht overgenomen. Schrijven ging niet meer, noch zijn geliefde pisidiums bestuderen door de microscoop. Ah, Papa.


Tranen stromen weer, want ik weet hoe hij aan zijn spullen gehecht was. Een vriendin zei eens: ‘sommige dingen zijn andermans herinneringen uit diens leven. Dát is niet jouw leven.' Maar ja, dít zijn tastbare herinneringen van mijn vader, herinneringen aan mijn vader. Dit zijn niet zomaar souvenirs. Het is zijn leven. Zo was hij. Hij verzamelde keurig netjes spullen zoals hij ook pisidiums verzamelde. Mijn hart smelt. Compassie voor de mens die hij was, voor het jongetje dat hij was en die  op vierjarige leeftijd in een internaat werd geplaatst omdat het zendelingen werk van zijn ouders voorging. ( nog snap ik niet hoe hij oudste zus en ik in (steeds weer andere) pleeggezinnen kón plaatsen. Ieder apart. Achteraf, in zijn laatste levensjaar, zei hij wel eens: 'maar jullie zaten wel in een gezin.' Tja, hij deed naar beste kunnen. Het was niet anders.) 

Mijn zus en ik zitten wel een kwartier over een agenibis houten doosje te praten. De onderkant van het doosje op zich is goed, alleen de deksel is een in driedelen kapot en zo versleten. Ik discuteer met mijn zus: ‘de onderkant zou ik in de schuur kunnen gebruiken. Of er ooit weer een dode vogel in begraven.’

Hm, tegenwoordig komt poezenbeest Jaydee nauwelijks meer met vogels thuis.
Of de duvel er mee speelt kwam zij de dag erna- gisterenavond- triomfantelijk met een mus binnen. Ik word er helemaal naar van. Op een gegeven moment rammel ik met de doos kattenbrokjes en Jaydee laat het vogeltje los die snel in de doos vlakbij hupt. In een reflex, sneller dan mijn poezebeest kan beseffen pak ik de doos op, ga ermee naar de schuur, doe er hooi in, bakje water en een bakje met zaadjes. Dan laat ik het musje. Die wordt er echt niet beter van als ik met mijn handen die net wat groter zijn dan het hele lijfje ga ontdekken wat voor wonden het heeft. Eerst rust, de nacht door. 

Vanmorgen is het eerste wat ik doe naar de schuur lopen en …de vogel is gevlogen. In het golfplaten dak zitten openingen. Vandaar. Ik ben blij en hoop dat het niet te gewond is en zichzelf kan redden. Hopelijk wordt het beter of overlijdt op een rustig plekje. Eventueel weer de schuur in en ik laat er alles staan. 

Jaydee - die na een zeer luie winter obesitas heeft ontwikkeld - zit op een streng dieet van 2x 10 gram kattenbrokjes per dag. Heeft honger en is erg loerderig naar vogels. Ze blijft rond de schuur snuffelen.

Ik loop naar binnen. In de gang staat nog steeds de vuilniszak met foto’s én dat ene doosje. Het lukt mij niet om ze met zak en al in de vuilnisbak te doen. Zal ik erin kijken en dat ene houten doosje eruit halen? Of de foto’s er toch uithalen? Wie weet wie ik er nog blij mee kan maken?

De foto’s en rouwkaart van ene Abraham Ephraïm Pennings hebben wij tussen alle foto’s uit gevist en verplaatst naar mijn woonkamer. Deze jonge man overleed op 24 jarige leeftijd als vlieger -ergens in deze geteisterde wereld, zoals op de rouwkaart staat - op 28 april 1941. Oudste zus en ik vonden ook nog een krantenknipsel over een militaire promotie van deze Abraham. Eergisteren, het was ook 28 april! Toeval bestaat niet. Graag zou ik deze spulletjes aan zijn nabestaanden willen geven.
 
Op Facebook heb ik ook al een bericht hierover rondgaan. Mogelijk dat iemand zijn nabestaanden kent? Via een reactie hieronder of per Twitter: @Mathilde1947 kunt u contact met mij opnemen.

Dan loop ik naar de gang en vis het agenibis doosje uit de vuilniszak. Weer huilen. Wat kan opruimen toch moeilijk zijn.

Je weet nooit hoe het nog eens van pas komt.

4 opmerkingen:

Tilly Kuiper zei

Dit is wat ik gevonden heb over de omgekomen vlieger A.E. Pennings waarover ik hierboven schrijf. http://wingstovictory.nl/database/database_detail-du.php?wtv_id=606

Zou hij ooit gevonden zijn?

Tilly Kuiper zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Tilly Kuiper zei

Vandaag startte ik op Twitter een zoektocht naar nabestaanden.

Tilly Kuiper zei

Nog steeds heb ik de spulletjes niet aan nabestaanden kunnen geven.
Heb contact opgenomen - via via- met eme Zsuszoe Pennings, doch zij schreef nooit terug.