dinsdag 12 mei 2015

Over kinderen, moeders, vader en vliegtuigen *.



Moederdag

Mijn dochter is op bezoek. Wij kletsen over koetjes, kalfjes en belangrijke dingen. Dan stellen wij elkaar bijna tegelijkertijd voor om een filmpje van vroeger te bekijken. Hoe dochterlief in Nederland aankwam op 15 mei 1985.
We zitten naast elkaar op de bank. De film start. Op het televisiescherm zie ik een dertig jaar jongere editie van mijzelf druk aan het redderen in de keuken. In mijn gedachten was het altijd als gisteren. Echter nu ik mijzelf  en even later mijn zoon zoveel jonger zie, besef ik dat het verleden tijd is
Flesjes gevuld met voeding heb ik al vlak na het opstaan klaargemaakt. Drinken, appels en bananen voor zoonlief en ons. Alles gaat in een tas. Een warme trappelzak met capuchon, luiers, Zwitsal poeder en zalf, een handdoek, washandjes, een rompertje, een pakje en nog veel meer voor het nieuwe kindje zitten al in een andere tas.

Op het bureau staan drie foto's van de baby.

Zoonlief zit in een hoek van de bank met een speen in zijn mond en zijn knuffel tegen zich aan. Hij zit er slaperig en wat verloren bij. Al veel langer dan negen maanden wachten hij, wij en de babykamer op het nieuwe kindje, zijn zusje dat zes maanden lang in een ziekenhuis lag en nog geen medische toestemming kreeg om Nederland binnen te komen. Zijn vader filmt.
De avond tevoren kwam onverwacht het telefoontje: ‘Jullie dochter in spé is onderweg. Ze vliegt al.’
Ja, het is anders dan een fysieke bevalling. Toch voelt het fysiek& geestelijk ontiegelijk intens. Die nacht komt er weinig van slapen.


Op Schiphol is zoonlief een heel klein jongetje. De maand ervoor werd hij drie jaar. Hij wil gedragen worden. Ik draag hem. De speen buiten staan wij toe voor een keertje. Ach ja, opvoeden …

De maatschappelijk werkster vangt ons en de andere adoptieouders op. We gaan door de douane, komen ergens terecht, waar weet ik niet meer en … krijgen nog meer papieren te lezen en te tekenen. Al die formulieren. Al die paperassen zooi. Al die jaren na alle onderzoeken. Eerst  de onderzoeken naar de kinderloosheid. Ondanks dat, was er opeens een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en daarna? Klaar. Doch de wens. de kinderwens, bleef groot.
Zoveel papieren. Ik begrijp nu waarom het mij zo tegenstaat als ik weer eens formulieren moet invullen. Vooral bij een emotioneel gebeuren, zoals dat je kinderen die van heel ver in je leven komen, voelt het invullen van papieren zo tegenstrijdig en niet kloppend en toch ook weer wel. Het is nodig.

Zoonlief is onrustig. Zelf ben ik het ook. Manlief lijkt de rust zelf, maar ik zie dat ook hij het weer spannend vindt. Dit is anders. Dit ophalen op Schiphol. Mijn lege baarmoeder krampt verdrietig dat mijn kinderen niet mijn biologische kinderen kunnen zijn. Qua liefde geven en ontvangen maakt het mij niets uit. Maar ik weet, na alle vragen die je als adoptiemoeder krijgt als je met je kind over straat loopt, dat het vanaf nu nog lastiger zou kunnen worden. Het is soms niet te filmen de impertinente vragen die je over je heen krijg. Stel je voor dat ik aan wildvreemden zou vragen hoe het met hun voorouders is, hun manier van voortplanten en met zoveel meer. Maar ja, het is zoals het is. Mensen bedoelen het goed. Meestal.

Wij zien vliegtuigen landen en vertrekken. Lawaai om ons heen. Drukte. Zó druk. We richten ons op het laatste uur dat zoonlief  daadwerkelijk ons enig kind is. We kijken samen naar de toestellen, naar de karretjes en alle bedrijvigheid. Hij vindt zijn eerste bewuste keer op een luchthaven reuze spannend. Zoveel te zien. De vorige keer kwamen wij met hem vanuit Indonesië op Schiphol aan. De hele familie van mijn man mocht- dat kon toen nog- bij de gate staan. Wij werden met ons kind, inclusief slaaptekort en een jetlag van hier tot Jakarta, binnengehaald met zoveel liefde en aandacht. Ah, en de versbakken Oma die thuis op ons wachtte. Wat mooi dat er- op de sterfdag van haar zoon en mijn broer- een kleinkind in haar leven kwam.

Maar vandaag is het anders. De drukte van Schiphol is overweldigend. Zoveel prikkels. Dan is het tijd om naar de gate te lopen. Met zijn drieën lopen wij hand in hand door de lange gang. Ik voel spanning, twijfel, onzekerheid over de grote verantwoordelijkheid voor ons meisje dat komende is. Zij heeft gevochten voor haar leven. De ziekenhuisbezoeken zullen nog niet over zijn. Echter, dan overheerst de laconieke zekerheid dat alles onzeker zal zijn, behalve dat wij nu onze dochter welkom heten met ons hele hart en ziel. Geen sprake meer van een weg terug kunnen en willen.

Alleen wij, de maatschappelijk werkster, een psychologe, een fotograaf en vijf andere adoptie ouders mogen bij de gate staan. Na lange tijd is daar opeens in de verte het vliegtuig. Herkenbaar aan het gele symbool van de Singapore airlines op de staart. Langzaam komt het toestel aan taxiën. Steeds groter wordt de luchtreus. Dan blijft het staan. We staan met zijn drieën- de armen om elkaar heen- met onze neus tegen de ruit gedrukt en ik schiet vol van vele onverwoordbare emoties. Met mijn hart reik ik naar het baby’tje dat -ondanks begeleiding- moederziel alleen in dat immens grote stilstaande toestel ligt. Ver weg van haar eigen prilste begin. Het is als een reiken naar mijzelf. Zij kerft haar naam in mijn hart, ziel en verstand. Net als haar broertje is zij zó gewenst. Vanaf dat moment is ons leven nooit meer hetzelfde. Een nieuw begin, een geboorte voor haar en …voor mij, voor ons. In gedachten buig ik mijn hoofd voor de moeders van mijn kinderen, zo ver weg en zo dichtbij.Ook de verwekkers groet ik.
Al wens ik dat het nooit nodig is dat vrouwen hun kindjes af hoeven te staan, door welke reden dan ook. Al wens ik dat kinderen nooit bij hun biologische moeders weg hoeven door welke reden dan ook, dan toch voel ik mij nederig dankbaar dat ook dit lieverdje in mijn en ons leven mag komen.

Wij hebben elkaar nodig. Moge wij de juiste plaatsvervangende keuze voor je zijn, lief.

Zoonlief is dichtbij, manlief ook. Ons leven zal écht nooit meer hetzelfde zijn. In gedachten knuffel ik nu de biologische moeders van onze twee kinderen. Ook deze moeder zal in de geest altijd een deel van mijn leven uitmaken. Bij de geboortedagen van de kinderen in ieder geval. Wat anderen ook zeggen zoals: ‘Het is al lang geleden. Laat los.’ Een kind dat je negen maanden droeg en baarde vergeet je niet. Een kind afstaan lijkt mij afschuwelijk. Ach vrouwen, ik blijf jullie twee in gedachten trouw. Het ga jullie goed. Geef mij wijze raad. Zoveel denk en voel ik,

We turen. Het vliegtuig is weer gaan taxiën. Het legt aan en na een poos spuugt het een stroom van mensen uit als vruchtwater bij een bevalling.
Als alle drukte voorbij is komen de kinderen. 

Ik herken je direct. Apathisch lig je op éen arm van de verzorgster. In haar andere arm draagt zij nog een kind. Je papa vraagt naar je. Opeens heb ik je tegen mij aan. Je broertje die zijn nieuwbakken zusje met argusogen aankijkt, klem ik eveneens tegen mij aan. Het is wennen voor hem. Hij is opeens van zijn plaats verstoten. Ik probeer mijn aandacht te verdelen. Maar oh, wat kijk je mij aan: Een vreemde witte vrouw. Maar ik weet dat je -hopelijk- mijn geur herkent van het doekje dat ik zond naar het ziekenhuis. Alles is vreemd voor je. Voor ons. Wie ben jij? In mij een stille bede.

In lack 'ech, mijn kind, geboren uit een een andere vrouw. Mag ik je mama zijn? Zullen wij ervoor gaan? Je kijkt ons aan. Je hebt geen keus. Wij evenmin, behalve alle waarschuwingen die we om de oren kregen als je het adoptietraject ingaat. Alle waarschuwingen ook uit boeken.
Je papa en ik zijn positief gestemd. Wij laten ons niet beïnvloeden door wat de geleerden over adoptie denken te weten. Vooroordelen & generaliseren. Ieder mensenkind is anders en uniek. Dus .. geloof in het zelfhelend vermogen.Natuurlijk zijn er dingen waar en natuurlijk hebben deze mensen studies gedaan. Echter, als je alles gaat geloven wat de geleerden zeggen dan hadden wij ook nooit ons zoontje geadopteerd. Ik ben het er mee eens dat men niet zorgvuldig genoeg kan zijn bij de onderzoeken. Het mag niet weer mis gaan.
Doch ...vooroordelen & generaliseren? Daar sta ik niet achter. Wel achter mijn hart en een fikse dosis gezond verstand. Vertrouwen!


Als op een eiland zitten wij daar. De wereld staat even stil. Een ouderpaar met hun kinderen. Ik bibber van binnen, alles trilt. Jij kijkt mij aan met grote wijze ogen. In je rechteroog een traan. Onze emoties zijn groot maar ingetogen. Mijn hart is open en gaat naar je uit. Dan ga je op de arm bij je papa. Dát is ook liefde op het eerste gezicht. Voor altijd. Veilig voel je je bij hem.

Dertig jaar later. We zitten samen op de bank. Jij, mijn volwassen, gezonde, krachtige, praatgrage, sociale, levenslustige, zelfstandige, vol zelfvertrouwen, hardwerkende dochter en ik. Samen kijken wij stil naar het verleden. Je ziet hoe je hele kleine zelf verwelkomd wordt. Het is heel wat. Ooit zag jij het filmpje. Lang geleden. 
Wij glimlachen elkaar warm toe en we  kijken -een paar tellen- elkaar diep in en achter de ogen, waarna ik zeg. ‘Het is Moederdag vandaag en ik steek dan altijd een kaars aan voor alle moeders in de wereld. Voor alle vrouwen. Voor alle kinderen die geen moeder(meer) hebben en ook voor alle moeders die geen kinderen (meer) hebben of nooit hadden.’
Dit keer kijkt jij toe hoe ik de kaars met de wereldvrede vlam aansteek.. Mijn eigen moeder is opeens ook dichtbij. Dichterbij dan mijn adem ver over de dood heen.
Ik voel mij dankbaar dat er moeders, vaders en vliegtuigen zijn.







Geen opmerkingen: