donderdag 16 juli 2015

De Boom van Zelfvertrouwen* (verhaal voor tieners en jongvolwassenen)


Onderstaand verhaal komt opeens weer bij mij boven. Ooit schreef ik het, gaf het mee aan mijn kinderen. Ook vertelde ik  het op vertelmiddagen voor kinderen. Jaren later plaatste ik het in mijn Blog.

U Nu zet ik hier weer neer. Voor jou en voor mij.





‘Grótmoeder, u doet het weer!

Jachima schrikt en stapt uit haar gedachtewereld, schudt haar hoofd als een paard dat last heeft van vliegen en focust zich op haar kleindochter.
‘Wat bedoel je, lief?’ De oude vrouw is er nog niet bij met haar gedachten.
Dance trekt aan het doorzichtige koord dat alle kanten opvliegt behalve naar haar, en trekt haar grótmoeder’s geest - als een visser die een vis aan zijn hengel binnenhaalt -  naar zich toe, terwijl ondertussen Jachima op dezelfde plek blijft zitten. ‘Een tijdreis maken, Oma, terwijl u in de tuin aan het werken bent en mij totaal buitensluit. Wanneer gaat u besluiten om het mij vertellen? Wanneer mag ik mee op tijdreis?



‘Dat zal nooit te vroeg zijn, Dance. Alles op zijn tijd.’

‘Ik ben ongeduldig.’
‘Ja, lieverd, dat weet ik maar al te goed, opgewonden standje.’



De oude en de jonge vrouw gaan naast elkaar zitten. Ze kijken en overzien overzien de tuin. Dan kijken ze elkaar glimlachend aan, hun ogen vochtig van ontroering  en ze seinen woordloos: ‘weet je nog?’ Ze voelen allebei een warm, bevestigend gevoel in hun borst. Dankbaar naar elkaar toe. Hun tuin is mooi.


Stil grijpen hun geestelijke handen- zonder fysieke aanraking- naar elkaar.
Allebei zijn ze terug in het verleden. Jachima weet nog goed hoe ze bij de ouders van Dance kwam toen deze geboren was en ze een buideltje gaf dat ze goed moesten bewaren. Later zou ze terugkomen.
Dance groeide op net als alle kinderen van haar leeftijd. Haar ouders zorgden goed voor haar en de het buideltje. Op haar elfde verjaardag kwam de oude vrouw weer. Ze weet nog hoe ze om het buideltje vroeg aan de ouders en met het zakje in haar uitgestoken hand op Dance afstapte. ‘Kijk, mijn kind, hier heb je een buideltje.' Ze deed een greep in het zakje en haalde er een piepklein zaadje uit. Hield het tussen duim en wijsvinger omhoog. 'Een geschenk.'
Vaag zag Dance het aura, een teken van leven. Toch vroeg ze.


‘Een zaadje, is dat alles?’
'Ja, mijn kind. Dat is alles. Zaadjes zijn alles. Ieder zaadje weet diep van binnen wat het ooit gaat worden. Een piepklein grassprietje, een madelief , een lekkere sappige peer of een machtige eik. Een komkommer, een schitterende roos of een appelboom. Echter, de zaadjes die in jou zitten, weten diep van binnen óok wat ze zullen kunnen zijn, later als ze volgroeid zijn. Dat noemen wij onze talenten -kortom tals- en voor een tal mag je  kiezen. Je mag ervoor kiezen om ze aan je vast te laten enten.  Er zijn verschillende soorten tals: ze hebben allen en alles met je hart te maken. De tal en de taal van de  liefde zijn het allerbelangrijkste. Deze tal leert je om van een ander mens te houden als van jezelf. Daarom, behandel anderen goed, zoals je zelf ook behandeld wilt worden. Geef om jezelf als deel van het grote geheel. Je bent nodig, je mag hier zijn. Als dit niet het geval was geweest dan had je niet geboren hoeven worden.


Over de tals. Dan heb je onder anderen het schrijf tal, het schilder tal, het danstal, het zangtal, het pianotal, het karatetal, het bouwtal, het boertal, het kunnen verzorgen van planten, dieren, mensental het ouderschapstal. Dat laatste is een lastige, het omvat vele tals. Je zult er jezelf in tegen komen. Zover ben je nog niet. 
 Ik geef je je zaadjes, zorg er goed voor. Zaai ze zorgvuldig. Kuiltje maken in de aarde, zaadje erin, aarde erover en water geven.  Geef dat laatste dagelijks - niet bij regen- en met iedere nieuwe nieuwe maan geef je ze wat mest.  Als je me nodig hebt, dan roep je me maar, ik zal er altijd meteen zijn. Mijn naam is Jachima.’ Ze verdween met in een windvlaag.


Op dit punt van hun herinnering kijken Jachima en Dance elkaar opnieuw aan. Als zo vaak zijn woorden tussen hen twee overbodig. Ze verstaan de taal van hun geest en hart. Dance herinnert zich nog als de dag van gisteren hoe ze ze de zaadjes als een schat bij zich had gedragen. Naar haar tuintje. Ze deed precies wat Jachima haar op had gedragen. Ze was er goed in om precies dat te doen wat anderen van haar verlangden, maar nu deed ze iets dat voor zichzelf was. Ze zaaide tal voor tal met liefde.


Ze wist toen nog niet dat ze er de tal van de mogelijkheden bij had gekregen. De mogelijkheid om anderen te motiveren en inspireren.


‘Kuiltje in de aarde, zaadje erin, aarde er weer over, met water begieten.’ Mompelend stopte de tiener zaadje voor zaadje in de aarde. Ze zorgde er goed voor. Beschermde ze tegen te veel zon, regen en koude. Ze was goed voor haar piepkleine tal’s. De mensen in haar omgeving zagen haar tuintje. In eerste instantie was er lof. Dance vertelde over haar plannen en was blij. Echter, later begonnen de mensen te praten, te praten en te praten. Haalden haar weg bij haar tuin. Niets van wat ze deed vonden ze goed, nooit was het goed genoeg omdat Dance het niet hun manier had gedaan. Iedereen had een ander verhaal. Gaf andere raad. Tot er het moment kwam dat Dance niet meer wist wat te doen. Jaren waren voorbij gegaan en ze luisterde niet meer naar haar gevoel, haar intuïtie die haar zei dat ze beter naar de  fluisteringen van haar hart zou kunnen luisteren, díe zouden haar de weg de wijzen. Ze keek  naar haar tuintje en zag donkere tal’s van pessimisme, neerslachtigheid, moedeloosheid, hopeloosheid, wantrouwen en zoveel meer waar ze zich intens beroerd door voelde. Alles waarin ze had geloofd was overwoekert door nare sombere negtal’s die als een grijze mist haar geest voedden met ongeloof in het vermogen van haar kunnen om iets met haar  talenten te doen..


Oh help, ze was vergeten haar tal’s te enteren, opdat het haar eigen talenten werden. Opdat ze zo’n deel van haar waren dat niets en niemand haar meer zou kunnen weerhouden om haar talenten te voeden en te delen. De tranen stroomden over haar wangen en terwijl haar maag al het onverteerde uitspuwde, kwam Jachima in haar gedachten. ‘Jachima, kommmm.’ Als een oerschreeuw kwam het diep vanuit haar buik. Nog steeds zonder geluid. Maar Jachima hoorde haar. Jachima kwam en Jachima ging naast haar zitten. ‘Kijk’ alsof ze gisteren nog naast elkaar hadden gezeten, wees Grótmoeder op de donkere sombere tal’s, die met iedere traan die op ze viel lichter en lichter werden.


Dance’s mond viel open.’Wat?’ Alle negatieve tal’s en vooral de te kritische -die het altijd en altijd op haar gemunt hadden- veranderden langzaam in constructieve tal’s. Ze zag duidelijk het zingtalent, het schildertalent, schrijftalent en bovenal het weeftalent. Ook het talent om te luisteren naar mensen die het nodig hadden om hun hart te luchten of iets blij’s te delen kwam met enthousiasme op. Net boven de aarde waren de talenten zichtbaar.


‘Dan heb ik hier nog éen zaadje voor je. Dit is de schat waardoor je de boom van zelfvertrouwen in je tuin kunt laten groeien als je ervoor kiest.’ Zaai dit zaadje op dezelfde manier als dat je eerder deed.


‘Kuiltje in de aarde, zaadje erin, aarde erover. Nee, geen zand. Water!’ Nog nooit was de Dance zo zorgvuldig geweest. Ze wist dat als de boom van zelfvertrouwen zou opkomen, ze altijd steun van die boom zou krijgen want Grótmoeder zelf zou een krachtig deel van die boom zijn in de vorm van vertrouwen.


De jonge vrouw wist nog goed hoe ze die avond ging slapen. Met een opgewonden, blij en verwachtingsvol gevoel om dan de volgende morgen te worden gewekt door een straal zonlicht op haar gezicht en het getik van de takken van de boom die voor het raam stond.‘De takken van de boom die voor het raam stond?’ Er stond toch geen boom voor het raam? Ze sprong het bed uit, liep naar het raam en jawel. Daar stond een boom. Licht buigend bewoog de stam als een groet. 
‘De boom van zelfvertrouwen.’ Ze roffelde blootsvoets met haar pyjama nog aan de trap af, gooide de tuindeur open en jawel. Daar stond de boom van zelfvertrouwen met rondom al haar talenten. Ze kon ze zien.


Met haar blote voeten liep ze voorzichtig stappend - om madelieven en talenten niet te willen beschadigen, ze begroetend en welkom hetend - op de Boom van Zelfvertrouwen af. Jonge Dance omarmde de stam. Vroeg zich af waarom hij zo oud leek en voelde diens levenskracht als het kloppen van haar eigen hartslag en die van Moeder Aarde. Met haar wang tegen de dikke ruwe bast fluisterde haar hart: ‘Dank je wel, boom. Dank je wel, talenten, Dank je wel, Jachima.’ 

In de fluistering van de wind hoorde ze Grótmoeders stem:'


 Zie je wel, dat als je echt iets wilt én er in gelooft, dat het dan waarheid wordt? Maar je moet we wél zelf iets voor doen.'

Geen opmerkingen: