vrijdag 7 augustus 2015

De week van het schrijven?




 Zij is nuttig bezig geweest deze week, hetgeen resulteerde in steeds schrijven uitstellen. Of ...was het een vermijden?
 En nu?
 
 Op haar ligbed in de tuin onder haar kobaltblauwe parasol kan zij intens genieten van de warmte, tijdschriften, een boek en een grote thermoskan thee. Meestal kijkt zij verliefd de tuin in. Verliefd op alles wat er groeit en bloeit. Dankbaar dat zij van thuis zijn kán genieten. Echter, dat sluit niet uit dat zij tegenwoordig eveneens kan genieten van het feit dat zij gemakkelijker buiten het dorp gaat. Dit alles terwijl het van 5 tot en met 13 augustus (ja, je leest het goed, augustus.) de week van het schrijven is? Wel raaaaar dat deze week dit jaar op een woensdag begint. Echter, ze kijkt nergens meer van op, al zou de week éen keer per maand beginnen, ook goed.


Nu is het dan eindelijk De Week van het Schrijven. Stellig is zij er van overtuigt. Schrijfmagie zweeft door de lucht. Ze denkt al de hele week aan schrijven. Miep voelt zich als een hooikist waarin de maaltijd aan het garen is. Doch, zelfs in een hooikist kan de boel verpieteren.

Dát wordt lekker schrijven. Nu mag én moet ze, want in deze week zou het te zot voor woorden zijn als ze het niet zou doen. Toch? Ja, dat vindt zij zelf ook. DE dagen gaan voorbij en nog steeds pende of typte zij niets.
Met de tips uit het themanummer voelt zij zich zekerder, tevens ook geblokkeerder. Doch, het zal vast beter en beter gaan. Zij wil zich zó graag kunnen uiten.

Dan, al bladerend in het themanummer van Schrijven Magazine fronst ze haar voorhoofd en tegelijkertijd valt het kwartje. Oh nee, het is nog geen week van het schrijven. Langzaam begint het te borrelen in haar buik. Lolligheid wordt wakker. Van glimlach gaat het naar schateren. Humor. Miep heeft zich weer eens in de datum vergist. De week van het Schrijven is van 5-13 september aanstaande. Vanaf de overkant hoort ze haar vader -die van grapjes hield- haar uitlachen. ‘Dag Pap, rust zacht, niet leuk dat je mij uitlacht.’ Toch lacht ze mee. Om zichzelf. 

Ze heeft nog álle tijd. Alle tijd om wat dan ook te schrijven.
Toch?

Geen opmerkingen: