maandag 19 oktober 2015

Hoe de reis door Europa begon ná de oversteek

In Europa is de discussie gaande over de opvang van vluchtelingen. Hevig wordt er naar ruimte voor noodopvang en Aziel Zoekers Centra gezocht. Nu er al twee grenzen dichtzijn, kan ik mij er iets van voorstellen  dat de gevluchte mens zich moedelozer dan hij al was voelt.
Onze machteloosheid over waar de stroom mensen onder te brengen is daar vast niets bij.

De vluchtelingen hébben al zoveel meegemaakt.

Stel je eens voor dat ons dit  alles zou zijn overgekomen! De overtocht in een rubberboot overleven  is nog ' maar' het begin van de reis na alle oorlogservaringen..


Diep respect heb ik voor alle hulpverleners en vrijwilligers.

Opdat we niet vergeten hoe de vluchtreis begon voor de reis door Europa een aanvang nam, neem ik de vrijheid om onderstaand verhaal te plaatsen.

Het  is geschreven  door Annemieke Berg van de Stichting Bootvluchtelingen in Lesbos.

LESBOS -  'Een lichtje wat nog niet gedoofd is'

Ze bleef maar baby's aangeven, de Afghaanse moeder. Zo leek het vanochtend toen ze allemaal drijfnat uit de boot stapte die hier aankwam. Het bleek om een drieling van drie weken oud te gaan. Kleine natte bundeltjes mens. Nog geen weet van de oorlog, wanhoop en angst om hen heen. De moeder liep emotieloos (zo leek het) voor ons uit, soppend in haar lange natte jurk. Ze gaf zonder enige aarzeling haar baby's aan ons en leek alles wel prima te vinden. Ze kon niet meer, en was allang blij dat we het eventjes van haar overnamen en ze alleen nog maar hoefde na te denken over de ene voet voor de andere te zetten. Samen glibberden we over de natte rotsen en voetje voor voetje liepen we langzaam richting de Oase van Stichting Bootvluchteling. Achter me liep een jongetje van een jaar of vijf oud. Klappertandend zeulde hij zijn zware rugzak met zich mee, net als een drijfnatte deken die daardoor loodzwaar was geworden. Ik wilde de deken overnemen en uitwringen, maar met in 1 hand een baby ging dat moeilijk. Ik kreeg er maar een paar druppels uit. Hij lachte klappertandend naar me. Ik las in zijn ogen: 'Het geeft niet, ik draag hem wel’. Wat een krachtig kind. Ik keek in zijn ogen en zag, in tegenstelling tot de ogen van zijn moeder, behalve hoop, een lichtje dat nog niet gedoofd was.

Bij de Oase zakt ze neer op een grote steen aan de waterkant om uit te rusten. Want dat doe je bij een Oase. Wat een toepasselijke plek. Ik kan het niet laten om van een afstandje vol liefde en verwondering te kijken naar ons team. Dat zich met hart en ziel inzet om deze mensen het gevoel te geven dat ze welkom zijn. Ik hoor het ze de hele dag zeggen. 'Welcome, welcome.' Sommige kunnen het inmiddels zelfs in het Arabisch. Ze delen liefde uit. In de vorm van een knuffel (voor de vrouwen), een klap op de schouder (bij de mannen), een boks (bij de puberjongens) en een kusje, kietel of met twee handen een hartje vormend voor de kinderen. Ze plakken pleisters, snijden fruit, delen water uit, ruimen het strand op, zoeken tijdenlang in een bak naar het juiste paar schoenen in precies de goede maat, gaan op zoek naar die ene trui of paar sokken waarvan je hoopt dat het een glimlach op het gezicht van de kinderen tovert en rijden tig keer die vreselijke dirt-road op en neer die je nieren flink door elkaar rammelt.

Met sommigen hebben ze direct een klick. Twee mensen die iets in elkaar zien wat verbindt. Zo was er die Syrische jongen die in een van onze teamleden iets van zijn moeder zag, die hij had achtergelaten in Damascus. Hij was zonder familie als 20-jarige op weg naar Europa. Er kon geen lachje af toen hij met haar praatte over de verschrikkingen van IS die hij mee had gemaakt. Maar toen hij met hangende schouders aan het einde van de middag naar de bus sjokte, ging hij toch rijker weg dan dat hij kwam. Hij had weer een stukje medemenselijkheid ervaren en we zagen een heel voorzichtige glimlach. Hij was ‘gezien'. Een van de teamleden vroeg zich af hoe ze dit thuis kon uitleggen. Je maakt het hier mee, maar hoe breng je het over. De geur, de wanhoop, de uitzichtloosheid. De tranen schoten me er vanmiddag letterlijk van in de ogen. En ik weet het zeker, dit maakt verschil!

Het maakte sowieso verschil voor Achmed uit Syrië, een jongen van 10 met leukemie. Doodziek en op de vlucht. In een rubberbootje tijdens de overtocht de stuipen op het lijf gejaagd door de Turkse kustwacht.  Hij werd door twee van onze teamleden samen met zijn familie naar Mytilini gereden en krijgt hopelijk de behandeling die hij nodig heeft. Daardoor hoefde hij niet in de rij te staan voor de bus, niet te slapen langs de weg of te vechten voor een plekje in de rij bij Kamp Moria om geregistreerd te worden.
Net als Noera uit Afghanistan. Zo op het eerste oog niets aan te zien behalve dat hij, gezeten op een stoepje aan de kant van de weg, zijn benen steeds vasthield. Hij bleek verlamd te zijn. Zonder rolstoel op weg gegaan en nu zat hij hier. Hij werd gedragen door zijn vader. Hij kreeg voorrang bij de bus en een kaartje voor in het kamp om naar de dokter te gaan. Wie weet kunnen ze hem een rolstoel geven.

Zomaar een dag op Lesbos. Vol verhalen van mensen op reis. Waarheen? Naar een plekje waar ze welkom en veilig zijn.

Door Annerieke Berg


 Echter, eerst was er De Overtocht
  https://decorrespondent.nl/3487/Zo-smokkel-je-een-vluchteling-Griekenland-in/256836707578-add5f5c5

Geen opmerkingen: