zondag 22 november 2015

Het visitekaartje van Europa



Griekenland vind ik het visitekaartje van Europa betreffende ontvangst en de eerste opvang van vluchtelingen! Diep respect heb ik voor de Griekse groep vrijwilligers en professionals, evenals andere hulpverleners vanuit de hele wereld, die hulp bieden aan bootvluchtelingen. 

De landen van de Eurozone wilden Griekenland de- ik weet niet meer hoeveel-twee?- miljard extra geld niet geven omdat de hervormingen te langzaam werden ingevoerd.
De Grieken zouden eerst niet alle afspraken zijn nagekomen? Een deel van mijn belastinggeld mag erheen. Griekenland en de landen eromheen hadden en hebben het namelijk enorm druk met mensen helpen.

Dit land ontvangt zoveel, zoveel mensen, zij geeft zoveel. Dat geldt ook voor wat Hongarije, Servië en de andere Balkanlanden geven en gaven. Daarbij vergeet ik heus Duitsland niet. Ieder land doet zijn best. Ook ons eigen Nederland.
 
Ik vind dat Griekenland –de ontvangende van bootvluchtelingen- menswaardige afspraken nakomt.


Diep respect heb ik voor ál het humanitaire werk dat in Griekenland en de landen rondom gedaan wordt. Jaar na jaar, maand na maand, week na week, dag na dag, uur na uur en dat Griekenland als economisch het niet goed doend land te boek stond. Dan vind ik wachten op de koppeling met mijn allereerste taalmaatje een vorm van luxe. In de  mogelijkheid zijn om erover te mogen schrijven eveneens. Het is niet vanzelfsprekend. 

Ik heb daarom een vorm van plaatsvervangende schaamte dat er in ons mooie land steeds meer op gesproken woorden moet worden gelet. Op papier of hier kan ik het éen en ander zeggen. Verder houd ik veel mijn mond dicht en luister. Wanneer ik het al vertel, is het rustiger om te zeggen dat ik een anderstalig taalmaatje ga coachen, dan dat ik zeg dat ik een vluchteling ga coachen. Te erg. Ik schaam mij dat dit nodig is. Echter, discussies voeren is niet mijn sterkste punt. Leven en laten leven in wederzijds respect wel. Het klinkt cliché, doch ieder huisje heeft zijn kruisje. Iedereen. Doch …als je uit een oorlogsgebied komt dan is dat kruisje wel héel zwaar. Daar ben je toch niet jaloers op?

Gisteren liep ik met de buren en haar kinderen mee naar het kanaal hierachter, waar de intocht van Sinterklaas zou zijn. Hij zou komen aanvaren en zo geschiede. Een hoosbui verwelkomde hem en ons. We werden allen zeikstralen nat. In een lange stoet liepen we over de dijk sompig achter de Sint en zijn pieten aan. De wind trok aan paraplu’s, pieten petten en ons. Kinderen klaagden over hun natte kleding. Doch we hadden allen een jas aan... 
Het wachten duurde vijfenveertig minuten en maximaal tien minuten duurde het tochtje naar de sporthal. De sporthal waar een feest voor de kinderen werd gegeven. Ouders en begeleiders konden mee de tot feestzaal omgetoverde sportzaal in of wachten in de kantine en een warme drank kopen.
Het was koud en kil in de nauwelijks verwarmde sporthal die paar uur wachten. Ook ik zei:’kkkoud he?’ 

Wat waren we  blij om naderhand naar onze warme huizen -vlakbij- te kunnen gaan. De kachel een paar graden hoger zetten. Warm worden. Dankbaar dat we droge kleding aan kunnen trekken, een muziekje opzetten, een warme maaltijd koken. 

Warmte, kleding, voedsel, drinken en een dak boven het hoofd in ons veilige en beschermde land.@ Dankbaar en niet vanzelfsprekend.
Een aankomst van een bootje, kleddernat worden, hevige wind en regen, een lange stoet, een sporthal. Wat hebben wij te klagen vergeleken vluchtelingen?


Ik schaam mij dat ik gisteren eveneens klaagde: ’kkkoud he?’ In totaal duurde de koude, doch feestelijke, middag drie en een half uur. In geen vergelijk met wat bootvluchtelingen doormaken nadat ze angstig en doorweekt met zeewater- als ze al aaankomen-aankomen in Griekenland en nog heel lang, lang, lang moeten lopen. Een lange reis het onbekende in omdat ze extreem geweld ontvlucht hebben. Bij dichte grenzen moeten wachten, voordat ze ergens in een ver Europees land in een sporthal mogen verblijven en dán is hun reis nog niet afgelopen. Nog steeds niet. Ook in het kleine Europa- vergeleken de rest van de wereld- is geweld aangericht door de terroristische groepering die ze ontvlucht zijn. Te erg. Voor ons is het  afschuwelijk eng om dit zo dichtbij te weten, voor vluchtelingen helemaal.

Compassie.
Samen.
Samen leven.
Samen een nieuwe samenleving opbouwen.


Steeds denk ik dat we hier en nu toekomst maken, geschiedenis schrijven. Hoe zou Europa er in 2115 uitzien? Hoe zal de wereld eruit zien? Hoe willen/wensen wij dat het eruit zál zien? Voor onze kinderen en kindskinderen. Hoe wij ons nu samen gedragen heeft effect op de toekomst. Hoe zou je willen dat onze kinderen en kindskinderen met elkaar omgingen? In angst voor het onbekende of in vertrouwen, met een open hart? 
Humaan dus met inlevingsvermogen. 


Laatst keek ik naar een aflevering over Steenbergen en deels kan ik de bewoners begrijpen dat ze bang zijn voor het onbekende en de grote groepen mensen. De lange, lange rijen vluchtelingen. Echter, ik heb ook iets van: zoals de waard is vertrouwd hij zijn gasten. Zie de individu. Écht. Een vluchteling heeft zoveel meegemaakt, die onderneemt heus geen traumatische tocht om daarna met vele landgenoten nóg niet te weten waar ze aan toe zijn. 
En bang zijn om tekort te komen wordt aangetrokken als je bang bent om tekort te komen. Zelf heb ik eveneens een gevoel van:'help' als ik de lange rijen mensen zie die hun land zijn ontvlucht. Doch doen wat je kunt is de enige optie.  
We zijn allemaal samen als mensen op deze planeet geboren! Laten wij er wat van maken. Vertrouwen hebben dat het lukt. Samen.

Als wij zouden moeten vluchten dan willen wij toch ook menswaardig opgevangen worden?

Geen opmerkingen: