woensdag 9 december 2015

Buitengesloten



Het is stil in het zwembad. Waarschijnlijk doordat het de ochtend voor Sinterklaasavond is. In het binnenbad zwemt een enkeling. Het is een zonnige dag. Het rolluik naar het buitenbad is open. Als een dolfijn die uit haar nachtverblijf komt, zwem ik naar buiten waar slechts éen vrouw baantjes trekt. 

Als je gelijk onder water gaat dan ben je snel gewend aan het buiten zwemmen. Het water is iets verwarmd. Echt buitenwater zou mij te koud zijn. Mmm … een zonnetje, zacht ruisende populieren, op mijn rug naar de de wolken liggen kijken afgewisseld met baantjes zwemmen. Het doet mij goed. De andere vrouw is zonder dat ik het opmerkte naar binnen gezwommen. Ik heb het rijk alleen en oefen mij met onder water zwemmen. Af en toe uitrustend in de luwte achter een muurtje. Voel mij ietwat decadent dat ik het bad voor mij alleen heb. Doch ...vrijheid. Dankbaar.

Op een gegeven moment ben ik het zat en zwem terug naar de opening die buiten en binnenbad met elkaar verbindt.
Echter, grote schrik, het rolluik is naar beneden. Ik ben buitengesloten. Wat nu?
Ik kijk omhoog naar de ramen. Dat kijken gaat niet goed zonder bril. Oww shit. Op het luik bonzen heeft geen resultaat. Niemand die mij hoort. ‘Rustig blijven, Til, nadenken. ‘ Ik draai mij om en zwem nog een paar baantjes. Wat te doen? Heb alleen mijn zwempak aan, mijn moeders hanger, vriendinnenarmband en de sleutel van het kledingkluisje.

Mijn voorstellingsvermogen draait op volle toeren. Zal het mij lukken om uit het zwembad te klauteren? Daarna het hek over zien te klimmen en in mijn natte lijf met idemdito badpak via de hoofdingang van het zwembad weer binnen komen? Mijn artrose heupen protesteren bij voorbaat. Als later op de dag gekeken wordt bij de kluisjes, zal men toch wel hopelijk opmerken dat er éen dicht is? Ik krijg een droge mond. Er is water met beetje chloor voldoende. Bij erge nood ga ik het drinken. 

Ik heb geen idee van de tijd. 

Dan zwem ik naar het mozaïek muurtje naast het rolluik en 1, 2, 3 met al mijn kracht trek ik mij omhoog. Met mijn rechterarm reik ik naar het raam dat zonder matglas lijkt te zijn. Met platte hand sla ik ertegen, steeds naar beneden glijdend. Steeds opnieuw hijs ik mij omhoog als een drenkeling en steeds weer glijdt mijn hand na twee keer tegen het raam slaan naar beneden. Niemand hoort mij. 

In een flits: beelden van vluchtelingen. Drenkelingen die in een bootje trachten te klimmen en vluchtelingen die in een bootje op zee dobberen, geen droge draad aan hun lijf. Vluchtelingen die aan de buitengrenzen van Europa voor hekken wachten om binnengelaten worden. Over hekken klimmen. Jong en oud. Tegengehouden worden. Dát is vele graadjes erger dan mijn buitengesloten zijn. 
Het is een afschuwelijk gevoel als je ergens niet écht bij hoort. Vroeger had ik het ook. Doch dit vervaagt voor altijd door dit rolluik gebeuren. 

Na een poos zie ik beweging voor het raam. Even later gaat tergend langzaam het rolluik omhoog. Ik voel mij en dankbaar dat ik ontdekt ben. 

Gezien.

Eindelijk is de opening vrij. Terwijl ik naar binnen zwem bid ik dat er humane oplossingen komen voor vluchtelingen bij en binnen de grenzen. Moge niemand met goede intenties zich buitengesloten voelen.
De bad juf put zich uit in verontschuldigingen. Ze had mij niet gezien voordat ze het luik dichtdeed. Waarschijnlijk zwom ik net onder water of stond om het hoekje uit te rusten tegen de rand van het zwembad? Soit. Het is niet anders. Na een paar baantjes in het warme recreatiebad, ga ik mij warm douchen en aankleden. Niets is vanzelfsprekend.

Een latte machiato krijg ik aangeboden tegen de schrik. ík kan om mijn avontuur lachen. De badjuf zit er nog mee. 

Echter, het laat mij niet los. Het gevoel dat ik had toen ik probeerde iemand te laten opmerken dat ik naar binnen wou en niet kon. Langzaam kwam er iets van wanhoop. Echter, in geen vergelijking met wat vluchtelingen zullen voelen. De kranten schrijven er minder over. Althans, ik lees er minder over. Ja, af en toe wordt een opstootje in een AZC breed uitgemeten en iedereen heeft er een mening over. Is het niet erg dat er zo weinig begrip is? Alsof er niet in iedere gemeenschap soms meningsverschillen en frustraties zijn!

 Je zult maar in een vol gestouwd bootje over de zee hebben gedobberd nadat je huis, straat, dorp, stad, school en meer verwoest zijn. Naasten vermoord. Als het meezit kom je Europa in. De tocht …is dan nóg niet is afgelopen. Europa door, landen die de opvang niet aankunnen, je zowel gewenst als ongewenst voelen terwijl je niets hebt misdaan. Het niet begrijpen waarom je zo behandelt wordt. Dan eindelijk in een land aankomen. Geregistreerd worden, van noodopvang naar noodopvang. Niet begrijpen waarom er mensen zijn die je niet willen hebben. Niet begrijpen waarom er demonstraties tegen je komst zijn. Dan eindelijk in een Asiel zoekers centrum terecht komen. 

Voorbij is het reizen. Behalve nog éen keer naar een vaste woonplek. Zou jij daar ook niet tureluurs van worden, lezer? Dan de taal leren, normen en waarden van het land waar we de nationaliteit van hopen te krijgen. Doch van binnen ben jij nog jij met je hele geschiedenis, vaak onbegrepen door mensen die het niet meemaakten. Fijn, als je af en toe in je moederstaal met ex landgenoten of wellicht je vroegere buren kunt praten. Toch? 

Buitengesloten worden en je buitengesloten voelen wens je niemand toe.

Geen opmerkingen: