woensdag 16 maart 2016

En zij moeten zich aanpassen?*


Het heeft even geduurd, want ik haal niet gemakkelijk onbekenden in huis, maar daar zijn ze dan. Twee nieuwe bekenden. In anderhalve maand tijd zijn wij nader tot elkaar gegroeid. Mijn taalmaatje inburgering en zijn vrouw. Naast elkaar zitten ze op de bank. Hij, een cursist inburgering die heel graag zo snel mogelijk het basisexamen inburgering wil halen. Zij moet nog alfabetiseren. Hij leerde het westerse alfabet in twee maanden. Nu leert hij het haar. Het zijn slimme, leergierige, gemotiveerde jonge mensen. Bikkels. Taalmaatje maakte mij erop attent dat het westerse alfabet maar zesentwintig letters bevat terwijl hun lettergrepentaal oneindig meer mogelijkheden heeft.
Ik begrijp ervan dat iedere letter onder andere zeven verbuigingen -liet hij mij zien -heeft en ik zie  hun moedertaal voorlopig als een onneembare vesting. Maar ook ik leer woordjes en dan lachen ze vriendelijk om mijn uitspraak. Ik lach mee.We hebben oogcontact.


Sinds mijn taalmaatje en zijn vrouw begin 2014 in Nederland aankwamen, ben ik de eerste Nederlander bij wie ze in huis komen. Te verdrietig.

Vooral zij leeft in een isolement. Zes en een halve maand geleden werden wij dorpsgenoten zonder het van elkaar te weten.
Ik maak ze duidelijk dat in de lente de mensen meer naar buiten komen. Opener kunnen zijn en spontaner een  praatje kunnen beginnen. Is dit wel zo? Het is afwachten. Velen zijn steeds meer op zichzelf en probeer dát maar eens uit te leggen.


Met grote ogen kijken de twee mijn woonkamer rond. Er is veel te zien.
Schemerlampen die vanzelf aangaan. Vissen in het aquarium. Twee oude algeneters maken ze aan het lachen. Mijn poezenbeest laat zich niet zien. Mogelijk dat een minileeuwtje te veel voor ze zou zijn deze eerste keer. Moet je je eens voorstellen hoe vreemd het is om dieren in huis te hebben terwijl je het niet gewend bent.

Het aquarium met mijn vier vissen. Zij staart ernaar en mijn gedachten gaan - door mijn associatie met het water- naar hun vlucht over zee in een gammel bootje. Sinds mijn taalmaatje mij een paar weken geleden vroeg wat het verschil is tussen zee en ze, weet hij het. Even verwijst hij naar de vlucht terwijl zijn ogen verder kijken dan dat ik kan zien en voelen.Dan zegt hij, het Nederlands vergetend: ‘It was terrible.’ Doorvragen over hun verleden doe ik niet. Taalmaatje en zijn vrouw willen de toekomst in. 


Door hun ogen zie ik mijn woonkamer. Hoewel de kamer netjes oogt, is er geen plekje onbenut. Twee volle boekenkasten, planten in de vensterbank, kaarsen, de oude kast van mijn moeder, her en der liggen schrijfspullen en overal prullaria waar een herinnering aan kleeft.
Ook veel foto’s van mensen en dieren die mij lief waren en zijn. Van overledenen en levenden.

Kortom een kamer die bij mij past. Een salontafel heb ik niet en ik heb geenszins een doorsnee Nederlandse kamer. De theespullen rijd ik binnen op een gammel theewagentje. Met gele tape (geel vind ik  een vrolijke kleur) heb ik de kapotte handgrepen gerepareerd. Beiden schateren als ik zeg: 'geen salontafel maar een roltafel, een theewagen.'


Mijn woonkamer vergelijk ik met hun keurig nette, opgeruimde kleine woning. Met slechts het hoognodige aan meubelen. Geen herinneringen aan dierbaren te zien. Konden ze wel iets meenemen, behalve in hun geheugen? Ik betwijfel het. Ik wens ze toe dat ze vele waardevolle nieuwe herinneringen krijgen.


Hij en ik begonnen anderhalve maand geleden op neutraal terrein, in een dorpscafé, gesprekken in de Nederlandse Taal zijn huiswerk begrijpbaar te maken, ondersteund met handen en voeten. Het fijne vond ik dat we er feedback kregen van de weinige kroeggasten. Iedereen bemoeide zich ermee op een positieve manier. Dan vroeg ik een manlijke stamgast mij te helpen (ik overtrof mijzelf) en acteerden hij en ik lacherig -maar wij bleven wel serieus-bijvoorbeeld de begrippen: voor, achter en naast door het visueel te maken. Bijvoorbeeld: de man staat naast de vrouw. Op deze manier maak je veel duidelijk op een gezellige wijze.
Sinds een paar weken kom ik bij ze thuis, dat was voor ons drieën een hele maar ook natuurlijke stap. Zij maakt zich ondertussen het alfabet eigen. Langzamerhand groeit er een band.


De sfeer is ontspannen. Daar zitten ze dan. Zij, met een oranje shawltje. Hij, met knaloranje schoenen. In zijn maat is het moeilijk om tweedehands schoenen te vinden. Uiteindelijk heeft hij zelf voor het eerst passende gekocht. Hij ziet dat ik kijk. Breed lachend zegt hij in zijn beste taalgebruik: ‘Echt Nederlandse schoenen, Mathil.’ Hij ziet er zowel krachtig als kwetsbaar uit met zijn oranje stappers. Zijn blijde reactie ontroert mij. Hij doet zó zijn best om zich aan te passen. Ik hoop dat Nederlanders dit zien. Hém zien. Haar zien. Beiden mooie mensen. Jongvolwassenen die gemotiveerder zijn dan dat sommige landgenoten zijn.


Dan vertel ik over Koningsdag en dat bij belangrijke sportevenementen er vele landgenoten zijn die zich in het oranje kleden. Taalmaatje en zijn vrouw kunnen voor de dag komen.


Op de inburgeringscursus wordt de term een kopje koffie drinken geleerd. Toen taalmaatje mij er iets over vroeg legde ik hem uit dat het gebruik om bij iemand een kopje koffie of thee te gaan drinken inhoudt dat je een kort bezoekje brengt bij iemand. Dat heet bij iemand langsgaan of langskomen. Dit vond en vind ik zeer moeilijk om uit te leggen. Je blijft niet lang. Hooguit twee uren, hetgeen mij best wennen lijkt voor mensen die uit een cultuur komen waar de gastvrijheid hoog in het vaandel staat én tijdloos is. Ik geef toe dat ik even bang was dat ze heel lang zouden blijven. Echter, ze passen zich aan, want na exact een uur stappen ze op. Blij, hij op zijn knaloranje schoenen en zij met haar oranje sjaaltje.


Nee, de Nederlandse Taal leren gaat misschien niet zo snel als dat sommige Nederlanders zouden willen.

Heb geduld. Geef statushouders* de tijd. Het is zinloos om stéeds te zeggen dat zij zich moeten aanpassen. Want het gros is gemotiveerd en leergierig. Stop met commentaar te leveren als een ouder die langs een voetbalveld naar zijn kinderen staat te schreeuwen over wat ze nog niet kunnen en fout doen. We hebben het hier nu over gemotiveerde mensen. Niet over de mensen die er een zooitje van zouden kunnen maken, zoals in Keulen, waar Nederlanders- die ontdekken dat ik een taalmaatje heb- mij continu voor waarschuwen. En ik? Ik voel mij als vrouw net zo veilig bij ze als bij mijn kinderen, mijn buren, goede vrienden en familie.
Generaliseren en vooroordelen hebben is naar. Ook voor jezelf!


Heb geduld. Ook als er straks een AZC* of AVO* bij je in de buurt zou komen. Sommige bewoners zitten nog in de asielprocedure, maar ze doen al wel boodschappen en verkennen de omgeving. Nee, zij mogen helaas de taal -in de vorm van inburgeringslessen- nog niet leren.

Heb geduld. Ook met de statushouders die pas zijn begonnen met inburgeren. Geef ze de tijd. Want de meesten willen snel leren  na bijvoorbeeld een jaar of veel langer in een AZC te hebben gewacht.  Daar mogen nog geen inburgeringslessen gevolgd worden.
Heb geduld en begrip. Wij hebben evenmin in een paar maanden tijd een vreemde taal in voor ons onbekende lettertekens onder de knie. Grieks, Russisch, Chinees of Arabisch leren enzovoort kost ons toch ook tijd!

Heb geduld. Besef dat je inburgeren/integreren in een samenleving van twee kanten moet komen.

Zij willen heus wel. Mensen vluchten niet voor niets. Zullen wij er daarom wij van maken?
Doe je mee om een vriendelijke samenleving met wederzijds begrip, geduld, compassie en respect te laten ontstaan?



·         AZC= Asielzoekers centrum
·         AVO=Aanvullende vluchtelingen opvang
·         Statushouder is een asielzoeker die de status van vluchteling  heeft gekregen en meestal al een verblijfdvergunning (tijdelijk of niet tijdelijk) heeft

5 opmerkingen:

Anoniem zei

Heel mooi en aangrijpend stuk, Tilly!

En je hebt helemaal gelijk: inburgeren moet van twee kanten komen, want anders kan het nooit slagen. Wij, als 'natuurlijke' Nederlanders, moeten onze harten en onze huizen openstellen, om de nieuwe, toekomstige Nederlanders een blik te gunnen op, en vertrouwd te laten worden met onze cultuur en gewoontes. Hoe kunnen ze anders ooit werkelijk integreren in onze samenleving...?
We moeten het gezamenlijk doen, er is geen andere manier.

We zijn trots op jou!
Liefs van Herman en Renée

Tilly Kuiper zei

Dank jullie wel voor jullie lieve, krachtige, begripvolle reactie, Reneé en Herman.

X Tilly

Jennifer zei

Ik kwam op je blog via je schilderijen, maar ik lees dit blogbericht over je taalmaatje als eerste berichtje.
Je hebt helemaal gelijk!! Hoe moeten mensen inburgeren als ze lastig uit hun isolement komen? Ik hoop dat je ze goed op weg kunt helpen met de Nederlandse taal.
Ik heb me ook aangemeld als taalcoach. Ik ben heel benieuwd naar mijn eerste ervaringen.

Succes met coachen en veel plezier met uitwisselen van taalkennis!
groetjes, Jennifer

Tilly Kuiper zei

Hoi Jennifer,

Dank voor je bericht en je begrip👍🏼.
🍀
Ik wens je heel veel succes (en ook plezier) met je aanstaand taalmaatje.
Dat het coachen goed moge lukken.
Spannend he?

Prachtige schilderijen maak je👍🏼😊, ik zal zeker vaker komen neuzen op je blogspots en inspiratie opdoen.

Tilly Kuiper zei

20-04-2016

Een kind dat naar school gaat kun je toch ook niet aan zijn lot overlaten?

Alleen de inburgeraar is verantwoordelijk voor het slagen voor het inburgeringsexamen?

Zij moeten inburgeren?
Zij moeten zich aanpassen?
En wij? Jij?
http://nos.nl/l/2100445