maandag 11 juli 2016

Gedachten van een moeder over discriminatie en vooroordelen



De vrouw kijkt naar de foto’s in mijn kamer: ‘Je hebt buitenlandse kinderen, hé?’

Vragend kijk ik haar aan. Het kwartje valt nog niet bij mij.

‘Ja, ze zijn toch gekleurd? Het zijn toch buitenlanders?’

Hoofdschuddend zeg ik: ‘nou nee, mijn kinderen zijn geen buitenlanders. Ze zijn binnenlanders (net bedacht woord.) Ze zijn Nederlanders en wonen- de éen op zes weken na en de ander op zes maanden na- hun leven lang in Nederland.’
‘Ja maar tóch, het  zijn wél buitenlanders hé? Je hebt ze wel geadopteerd hé?’

Ik heb er veel zien langskomen. Echter, deze opmerking nog niet in de afgelopen vierendertig jaar.

Het voelt raar. Buitenlanders? Zullen mijn kinderen -al zijn ze bijna hun leven lang in Nederland- altijd als buitenlanders gezien worden? Net zoals ik 
vroeger als kind in Frankrijk en België? Buitengesloten? 
Neeee, niet mijn kinderen. Maar ja, er zullen altijd mensen zijn die niet beter weten.



Wat wil deze vraagstelster bereiken?

Ik kijk haar aan en tast haar af. Schat snel in of ik mij veilig genoeg voel om mij kwetsbaar op te stellen. Ga ik uitleggen dat mijn kinderen mijn kinderen zijn? Dat we op elkaars pad mochten komen? Dat we van elkaar houden? Door dik en dun. Ga ik uitleggen dat, hoewel ze niet onder mijn hart gegroeid zijn en niet uit mijn buik geboren zijn, mijn twee lieverds wél in mijn hart zijn geboren? Ga ik haar vertellen dat wij voor altijd op ziele niveau een verbond met elkaar hebben? Zelfs al voor de geboorte toen ik nog niets wist over adoptie? Toen ik- terwijl ik uit de narcose kwam nadat mijn  verder niet levensvatbare - door zich buiten de baarmoeder te nestelen -dode
vruchtje was weggehaald (ik wou dat ik het had kunnen begraven) mijn zoon zag in mijn narcosedroom? Dat ik dit pas besefte toen ik hem jaren later in levende lijve zag en als klein ingebakerd baby'tje voor het eerst in mijn armen hield.
 Ga ik vertellen dat onze kinderen altijd gewenst zijn geweest door ons, al zijn hun papa en ik helaas gescheiden? Dat wij verbonden zijn gebleven. In harmonie. Echt, het kan.

Dan besluit ik om het heel kort te houden:’ja, we hebben onze kinderen geadopteerd.’ En …ik leid haar af. Ik trek een dergelijk gesprek vandaag niet. Eigenlijk nooit meer. Ben het zo zat. Zo vreselijk zat.

Echter, míjn aandacht is niet afgeleid want de afgelopen dagen, gaan mijn gedachten steeds weer uit naar de vijf politieagenten die in de Verenigde Staten zijn doodgeschoten. Waarom? Omdat ‘ze’ (witte agenten) regelmatig 'ze'(zwarte) burgers doodschieten? Tijdens een mars tegen geweld gebeurde het dat die vijf agenten werden vermoord. Afschuwelijk. Beschermers zomaar van het leven benomen. Te naar. Mensen van goede wil. Mensen die zorgen 

voor veiligheid. Net zo afschuwelijk als dat het is dat burgers (omdat ze zwart zijn?) om niets worden vermoord.

Afschuwelijk, afschuwelijk, afschuwelijk. 

Moge het STOPPEN.

Beide ‘ze’ (beide kanten) hebben: familie, zijn wellicht getrouwd, kinderen, vrienden, kennissen, collega’s.
Beide ‘ze’ (beide kanten) hadden een leven als unieke persoonlijkheid.

Wanneer worden die ‘ze’ (zwart of wit) wij? Wij zijn allemaal mensen! 

Mijn gedachten gaan naar alle kinderen die hun ouders of éen ouder missen. Zoals naar het meiske dat op de achterbank zat en meemaakte hoe haar vader werd beschoten door een agent. Ach meiske en ach agent. En ach vriendin van de man die lag te sterven. Je mocht je vriend niet eens aanraken. Wat zullen jullie alle vier bang zijn geweest.

Bang, boos en intens verdrietig.

Mijn kinderen vertellen mij niet meer alles. Ik vraag wel eens of ze nog gediscrimineerd worden. Ze zeggen van niet. In zijn jeugd maakte mijn zoon (en wij dus ook) een vervelende ervaring mee. Vreemde jongens wilden hem het dorp niet binnenlaten omdat hij bruin was. Ik treed niet in details, dat is aan hem. Nee, aangifte doen mochten we niet van zoon. Hij was te bang dat de jongens hem dan echt zouden pakken. We respecteerden zijn wens, hoewel die uit angst werd ingegeven.

Ik wou dat we aangifte hadden kunnen doen.

Later, op vakantie, had hij wederom twee nare ervaringen. Mijn hart bloedt er nog steeds om. Ik schreef erover in een blogbericht; discrimineren, vooroordelen en generaliseren.
 Nadien heeft hij het er nooit meer over gehad. Zelf probeer ik een positief voorstellingsvermogen te hebben. Mijn kinderen zullen nooit meer iets naars op het gebied van discriminatie meemaken, sus ik mijzelf. Ze zijn Nederlanders. Mijn zoon heeft samen met een oude schoolvriend een eigen bedrijf. 
Dat zien mensen toch aan hem? Ook als hij - dat doet hij sinds hij op de middelbare school zat- overal met zijn rugzak rondloopt? Ook als hij geen zin heeft om zich netjes te kleden en zijn haar niet te kammen? Dan zien mensen toch aan hem dat hij oké is?

Shit, zelf kijk ik ook alert naar andermans kind als deze met een rugzak loopt. Oeps. Maar ja …het is logisch in deze tijden van terroristische aanslagen en dreiging,

Mijn dochter daarentegen krijgt op haar werk dagelijks de vraag waar ze vandaan komt. Hoewel ze in plat Rotterdams zegt: uit Rotterdam, wordt er maar door en doorgevraagd. Stel je voor dat een onbekende jou, lezer, doorvraagt over je voorouders en over het hoe en waarom van hoe je leven er nu uitziet. Over het hoe en waarom wie je ouders zijn. Zo patsboem. Je kent iemand niet en  gelijk krijg je een spervuur aan vragen over je heen, Je hebt niet eens de tijd om te denken,
Mijn meiske is er laconiek over.  Ze geeft kort maar vriendelijk antwoord. Ze moet verder met haar werk.

Tja, al die vragen en antwoorden?
Net zoals mijn taalmaatje, een statushouder vluchteling, nooit spreekt over het hoe en waarom van de vlucht uit zijn vaderland/moederland. Het ligt heel gevoelig. Misschien vertelt hij er ooit over. Misschien niet. Wij ontmoeten, ont-moeten elkaar. Hoewel, ont-moeten? Er móet ingeburgerd worden en we kunnen niet sneller. De tijd dringt.

En ja, ik weet dat de meeste mensen uit oprechte belangstelling (en nieuwsgierigheid) vragen en doorvragen. Doch ik word ook over mijn taalmaatjes huidskleur bevraagd. Ik kan er zo’n buikpijn door krijgen. Ook als mensen elkaar veroordelen over hun kleding en of ze wel of niet piercings of tattoos dragen. Of dat blanken zomers graag bruin worden. Pfff. Ja, mijn taalmaatje en zijn vrouw hebben een donkere huid? So what? In zijn cultuur mag je elkaar niet recht in de ogen kijken. Dat is brutaal. Maar langzamerhand durven zijn vrouw en hij het volop. We kijken elkaar vriendelijk in de ogen. En ik moet je zeggen, lezer, dat ik mij vaak -bij hen- meer thuis voel dan bij menig medelander. Wij zien elkaar. Alsof we op een eilandje vertoeven waar we humaan mens mogen zijn. Ik probeer het eilandje te vergroten. Te verbinden.

Maar ja, dat ‘ze dit en ze dat.’

Vertel mij eens, lezer, waarom heb jij wél kinderen? Of …wat is de oorzaak dat je ze niet hebt? Waarom op die leeftijd wel of geen kinderen? Wat weet je van je voorouders? Waarom vertel je er nu niet over? Waarom heb je geen kinderen? Werken je geslachtsorganen niet goed? Aan wat en wie lag dat? Ben je ervoor bij de dokter? Enzovoort.
Waarom woon je op de plek waar je woont? Oh, je bent gevlucht. Waarom? Waarvandaan? Enzovoort. Weet je wie je biologische vader en moeder zijn? Zijn je ouders wel je biologische ouders? Leven ze nog? Ben je wel helemaal Nederlander? Waarom ben je hier? Zou je nog wel eens terug willen naar je geboorteland?
Vervelend he al die vragen? Ja, ik weet heus wel dat sommige vragen uit oprechte belangstelling worden gesteld. Echt!

Belangstelling is oké en soms weet je ook niet beter, dan wil je iets kunnen begrijpen. Dat begrijp ik. Heb ik ook.

Ondanks alle wereld-ellende kan ik nog steeds Dromen. Dromen dat iedereen- ja, naïef he?- op een gegeven moment ziet dat we op een prachtige planeet wonen en leven. Dat hier de kansen liggen.
Dat ieder mens gezien wil worden als mens en niet als een andere soort. 
Of je nou een burger, politieagent of doktersassistente bent. Of je nou een president, koning, koningin, prinses, prins, vader, moeder, buurvrouw, filmer, actrice, politieagent, verpleegster, loodgieter, tuinman, eigenaar van een zaak bent of wat dan ook doet en bent. Welke religie je ook aanhangt. Wat je opvoeding en je ervaringen zijn. Wij allemaal samen vormen de mensheid in haar vele aspecten. Wij zijn als mens verbonden met elkaar en ademen dezelfde adem in en uit. Wél zijn we unieke persoonlijkheden in diversiteit. Zie de talenten in de ander. Zie ze. Zie de mogelijkheden. 

Zie de mens in de ander. Kijk achter diens ogen.

Laten wij daarom alsjeblieft, alsjeblieft vriendelijk en respectvol zijn naar elkaar toe. Gewoon lief!
Moge mijn kinderen, andermans kinderen en alle kinderen op de wereld beschermd zijn tegen dualiteit/polariteit tussen mensen zodat ze vrij op kunnen groeien en de persoon mogen zijn die ze zijn.

Maar ja, eigenlijk is het tegen de bierkaai vechten? Of …met zijn allen. Toch weer? Steeds weer? Gij zult verbinden.

Laten wij dankbaar zijn dat er politie is en dat er een leger is. Deze mensen werken voor het behoud  van vrede  en veiligheid. Zij doen hun werk om ons te beschermen tegen kwaaddenkenden. Probeer  politiemensen en ook mensen in de Zorg en andere dienstverlenende beroepen niet  te generaliseren en te veroordelen omdat er een paar agenten zijn die het verzieken/verziekten voor de hele groep die zijn/haar best doet.
Hm, genoeg belerend gepraat, Til.
Doe ik erg belerend? 

Deze dagen denk ik ook terug aan Nelson Mandela. Hij was compassie in beweging. Wat zou híj gezegd hebben?
Opeens beginnen mijn traanbuisjes te werken. Verdriet. 





1 opmerking:

Tilly Kuiper zei

https://www.washingtonpost.com/news/parenting/wp/2016/08/09/as-seen-at-the-olympics-there-is-still-a-lot-of-ignorance-about-adoption/