dinsdag 5 juli 2016

Over een mammografie uitslag, Brexit, aanslagen en over kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen,



In mijn vorige Blogbericht wachtte en wachtte ik op de uitslag van het bevolkingsonderzoek borstkanker. Vooral omdat ik wist dat ik kalkspatten in mijn borst heb, maakte mij dat nerveus. Een knobbel erbij verhoogde mijn ‘het is niet pluis gevoel.’ Afgelopen vrijdag was ik bij de huisarts, De ‘knobbel’ is  een opgezette spier die tegen een zenuw aandrukt en zodoende tegen de ribbenkast. Dus niets bijzonders. De kalkspetters zijn …goedaardig! @ zucht van opluchting.

Wederom nieuw leven. Dankbaar. Nieuw leven. 

Nieuw leven, ondanks Brexit, aanslagen in Turkije en Bagdad. Daar schrijf ik niet over juist omdat ik te veel voel. Het laat mij geenszins koud. Het is te afgrijselijk wat gebeurde. Terreurdaden in Turkije, weer. En in Bagdad.  Ik steek een wereldvrede kaars op om alle slachtoffers te herdenken en voel mij machteloos. Nieuw leven ondanks dat  Kind het moeilijk heeft.


Nieuw leven: maar toch zorgen hebben over een van mijn kinderen.

 Pieker de pieker. Zen worden lukt even niet. Oplossingen trachten te bedenken. Zinloos. Wat te doen als een volwassen  Kind een auto immuunziekte heeft en een eigen bedrijf  samen met een compagnon runt? Als moeder kun je niets. Wat als je merkt dat hij op zijn lip loopt? Wat te doen als hij geen steun wil? Al is het maar een pannetje eten?  Wat te doen als moeder?  Wat te doen als je merkt dat Kind akelig dicht tegen een burn-out aanloopt? Slaapgebrek heeft? Hoewel het leven voor hem met een auto immuunziekte waarschijnlijk  al als een burn-out is, met lange dagen op kantoor?  Wat als Kind twee dagen niet op de zaak verschijnt? Niets van zich laat horen.  Geen telefoon aanneemt. Geen apps leest. Geen sms. Niets. Alsof hij van de aardbodem is verdwenen. Dan is het toch niet zo gek dat je je erge zorgen maakt? Dan is het niet zo gek dat je voorstellingsvermogen alle kanten opgaat, vooral in deze tijden. Ja, ik weet het nog. In mijn jonge jaren waren er geen mobiele telefoons. Echter, zelfs( juist) iemand die de leiding had liet op de éen of andere manier weten dat hij of zij niet op het werk kon komen. Mijn ouders vertelde ik ook niet alles. We schreven elkaar.

Geen teken van leven.
Twee dagen niet op kantoor verschenen.

Dan wil je gerustgesteld worden.

Compagnon belt mij middags. Hij is oprecht bezorgd. Ook als vriend. Juist als vriend. Compagnon vraagt savonds of ik meega en komt mij halen. Samen gaan we polshoogte nemen wat er aan de hand is met Kind.  De woning is als een fort.  Via de intercom maken wij  kennis  met de buurman die -vooral op het late tijdstip van ons aanbellen- natuurlijk niet de deur opendoet. Maar wel wil hij aanbellen bij Kind. Uiteindelijk laat buurman ons met een gezoem van de benedendeur binnen. Sleutel afgeven vindt Kind vervelend.

 De voordeur van Zoon  blijft hermetisch gesloten ondanks ons repeterend gebel. Van buurman mogen we via zijn balkon naar balkon van Kind lopen. De dichte rolgordijnen stralen ‘laat mij met rust’ uit.  We beginnen een zeer naar buikgevoel te krijgen en overleggen of wij de politie zullen gaan bellen. 

Doch in een laatste poging bonk ik met mijn vuisten op de voordeur. Ik vóel dat hij thuis is.: ‘Doe open, en noem hem bij zijn voornaam én bij mijn koosnaam voor hem.’ Doe open. Hier is mama.’
Nog éen keer zeggen compagnon en ik tegen elkaar: ’De politie nu bellen? Doen?’ Dan gaat de deur langzaam open. Hij ziet er niet uit. Twee dagen heeft hij ziek op bed gelegen. Met nog een bezoek aan het ziekenhuis ook. Mijn hart gaat naar hem uit. Wij omarmen hem en zeggen dat we van hem houden. 

Dan voeren we gesprekken. Voor het eerst dat ik mij met de zaak bemoei.

‘Zou het niet beter zijn om je ziek te melden? Jullie hebben  er een verzekering voor.
Of later beginnen met werken? ‘Compagnon denkt mee. Ik heb het gevoel dat Kind  voelt dat we intens om hem geven en laten hem achter. Mee met mij? Wil hij niet. Het is oké. Hij is volwassen en maakt zijn keuzes.

Maar dan … een paar dagen later. Wát als de compagnon ook regelmatig niet komt opdagen?  Wat als ik doorheb dat ze  van elkaar zeggen:’ hij komt niet, dan kom ik ook  keer op keer  niet en laat niets van mij horen.’
?
 Vicieuze cirkel. Een stille oorlog?

Volwassen kerels die elkaar vanaf hun middelbare schooltijd  kennen en hun dromen waar hebben gemaakt. Volwassen kerels die hun passie leven en nog meer dromen waar willen maken. Volwassen kerels die willen bouwen. Volwassen kerels waarvan er maar weinigen zo goed in hun vakgebied zijn. Vrienden die begaan zijn met de zaak. Hun beider zaak.

 Vrienden zijn begaan met elkaar al zitten ze in een impasse naar elkaar toe. Toch?

Vrienden.

Het is écht waar! Kleine kinderen kleine zorgen. Grote kinderen grote zorgen en … je kunt  als moeder niets. Helemaal niets. Ze gaan hun eigen proces. Je moet ze hun eigen proces gunnen en hoe moeilijk ook vertrouwen blijven houden. 
Zoon Iets voorstellen doe ik voorlopig niet.. Hoewel het later op de zaak beginnen met werken wél is aangenomen. Mij zorgen maken om Kind’s voeding? Leefstijl? Verspilde energie. Hij neemt weinig aan. Ooit gaf ik hem mee: ’zorg altijd dat je voor jezelf kunt zorgen en niet 
afhankelijk bent van iemand die voor jou zorgt.’ Fout, fout, deels fout. Ik bedoel deels onjuist, zie ik nu in. Echter, ik wou een in alle opzichten zelfstandige man de wereld insturen. En nu? Is hij op van de vermoeidheid door de ziekte in combinatie met zijn werk en n staat geen hulp toe. 

Ik voel zijn vermoeidheid. Voel mij bezwaard. Echter, de klok valt niet terug te draaien. Ook ik maakte mijn keuzes en dacht te doen wat juist was om te doen en te laten,  Ik kan nu niets. Ik mag nu niets. Slechts zeggen: ’hulp aannemen is oké. Het Is een teken van kracht en toont dat je niet alleen bent als mens. Mensen mogen elkaar nodig hebben.’

De moeder die ik mag zijn, doet weer een stap terug en wens hem goede mensen op zijn pad. Engelen. 

Ik wens Zoon  een leven vol fitheid toe, met hernieuwde energie. Met vreugde. Privé en in werk en dat die auto immuunziekte over moge gaan.  Dat hij echt om zichzelf geeft.  Maar ja, als ik ziek ben of  geen prikkels wil dan sluit ook ik de gordijnen en wil even niemand zien. Het verschil is dat ik dit dan wel meld bij mijn buurvrouw. 

 Dus … ik snap Zoon wél. 

Vandaag is weer een nieuwe dag. Voor iedereen, ook voor hem.
Dus … nieuw leven.  In verbinding blijven,

Gisterenavond zat ik tot het net donker werd in de tuin, Het werkte kalmerend. Hoewel ik het gezoef van de bladen van windturbines probeer te negeren, had het opeens ook iets rustgevends.  Het was heerlijk om lekker gedoucht in pyjama de stiller wordende dag uit te ademen. Dankbaar. En  nu?  Ben al sinds half vijf wakker samen met de beginnende dag . Stille uren, het daglicht duwde de nacht weg in een eeuwen lange Perpetue mobile. Altijd weer wordt het dag. Vogels die in de vroege morgen het rijk alleen hebben en van zich laten horen raken mijn hart.
Het enige wat helpt is vertrouwen hebben dat alles altijd weer goedkomt. Steeds weer. Dat mijn kinderen de tools hebben om hun moeilijkheden te kunnen hándelen.

Ik adem diep het nieuwe moment in en roep een liedje op. Overmorgen is de sterfdag van mijn vader, Mijn vader, met zijn humor die ik vaak verfoeide. Zijn gebagatelliseer. Ook hij deed zijn best. Mijn vader met zijn mijn aansporen tot zingen. Dank je wel, Pap
Piekergedachten, doe alsjeblieft een stap opzij. Ik kies voor een  constructief voorstellingsvermogen. Ik warm mijn stem op. 

Neuriënd begroet ik mijn kat en de dag. Gedachten kom tot rust.Kom tot rust. Zingen, laat rust meester van mijn gedachten worden.

Gedachten over de Brexit komen voorbij. Nee, nu niet gedachten. Nu niet. 
Denk maar aan verbondenheid ondanks wat dan ook. Klaar nu.



Geen opmerkingen: