donderdag 14 juli 2016

Over mijn vader en spiralen.



Zeven juli, mijn vaders sterfdag, en veertien juli( le quatorze juillet)2011, de dag van mijn vaders crematieplechtigheid, vijf jaar geleden. Vandaag zag ik dat een slak zich aan de voordeur had vastgezogen. Dit zie ik als een groet van jou, Pap. Nu pas dringt het echt tot mij door dat jouw symbool-de slak- een spiraalvorm heeft. Malacologie heeft alles met het leven te maken. De levensspriraal.


Van een schrijfmaatje ontving ik een mail waarin hij naar aanleiding van mijn vorige blogbericht (gedachten van een moeder over racisme, discriminatie, vooroordelen en generaliseren ) schreef over de positieve en negatieve spiraal in het leven. Dat er mensen zijn die in de negatieve spiraal van wrok, haat en kwaadheid blijven hangen en dát voeding geven. Maar dat er ook vele mensen zijn -ja zo zie ik het ook-  die kiezen om keer op keer opwaarts te spiralen. Alles van twee kanten zien. Ja, zo zie ik dat ook. 

Een spiralende ladder, een wenteltrap in beweging gebracht door de Wind.
In mijn gedachten zie ik een Tibetaanse houten windspinner. Pfewww de wind blaast ertegen en het spiraalt naar boven. Dan draait het langzaam weer terug. 
Perpetue mobile. 

De zin van het leven is dat we steeds zelf zin aan ons leven mogen geven, zodat het leven in ons zin krijgt om te leven. Zinnig, hé?
Steeds weer kiezen voor de opwaartse spiraal. Doorademen. En uitblazen. Niet te hard en niet te zacht. 

Die levensspiraal doet mij aan de DNA wenteltrap denken in ieder van ons. De blauwdruk van wat wij meekregen van onze Voorouders. Wonderlijk. Vol met unieke patronen.
Het is maar hoe de wind er tegen aan blaast.
Het is maar hoe wij met ons denken en met onze patronen omgaan.
Gedachtepatronen. Le patron is de baas. Ja, gedachtenpatronen zijn soms de baas.
Positief en negatief.

Van mijn ouders erfde ik er vele positieve, maar ook ingewikkelde die het de familie lastig maken.

Uitleggen lukt mij nog niet, want ze zijn moeilijk te vatten. Maar ik merk ze wel op. Anderen ook.
Mijn vader onderzocht veel pisidiums (mini erwtenmosseltjes.) Ik denk dat ik het willen begrijpen van veel van hem heb meegekregen. Dat zit in mijn DNA. Maar ja, het DNA kan ook wijzigen. Soms herken ik aan mijn kinderen iets van mijzelf terwijl wij geen bloedband hebben. Misschien als we heel bewust ervan zijn dat alles wat wij denken en doen invloed heeft op ons voelen, en dus ook op ons DNA? Dat er dan meer ten positieve kan veranderen. 

Het was een hectische week die ik achter de rug heb. Tussendoor wou ik over mijn vader schrijven. Het kwam er niet van. Maar spiralen ook in de vorm van slakkenhuisjes kwamen steeds op mijn pad deze zeven dagen. Ah, slakken. Mijn vaders passie. Wij kunnen van ze leren. Wat? Sta stil, hoor, zie, luister, voel en wees stil.

 Daar zit ik dan achter mijn laptop te typen. Op de plek waar mijn vader tientallen jaren pisidiums heeft zitten determineren. Met een geconcentreerdheid en een focus waar ik jaloers op ben. Míjn gedachten tasten alle kanten af, terwijl ik dit zit te schrijven. Vergeleken met mijn vader ben ik warrig.

Ah, mijn lieve Pap, hij hield niet van eerbetoon, hij was een bescheiden man. Gevoelig ook. 

Hm, ik krijg nog niet verwoord wat ik zou willen zeggen. 

Daar zit ik dan aan de grote tafel waar Papa tientallen jaren boven zijn microscoop zat te turen, te schrijven en te tekenen.
Daar zit ik dan en mijn gedachten spiralen omhoog.
Verbindingen willen leggen en diplomatisch trachten bezig te zijn.
In mijn vaders voetsporen, maar totaal anders.
Deze week dacht ik dat het liep als een trein. Het tegendeel was het resultaat.
Ik die zo van harmonie houd, heb mij op een zeer rare manier laten beïnvloeden.

Mijn levensspiraal draait vandaag weer rustig omhoog en omlaag. Ik voel het.
Het werkt kalmerend.
Maar ja, die wind he?
Het is maar hoe de wind waait. Het is maar hoe wij denken.
Ik adem in, ik adem uit en adem in
Het is maar welke gedachten we in en uit ademen
Het is maar hoe je er tegenaan kijkt
Het is maar hoe de Wind van al onze adem er tegenaan waait.


Ik mis je humor, Pap. Ik mis het hoe we stilletjes bij elkaar konden zitten tijdens het weinige logeren dat ik deed.
 (en dan zit ik te miepen dat zoonlief al meer dan twee maanden niet is geweest. Zelf was ik erger. Maar ja, Parijs ligt niet naast de deur. Vooral niet toen ik een gezin had)

Daar zitten we dan, het zonlicht schijnt op wonderschoon manier op het tafelblad.Zoals het alleen schijnt in jouw appartement.
Jij, schrijven of tekenen. Zo precies.
Ik, tekenen of schrijven. Euh … chaotisch.
(Maarrr ik ben aan het opruimen, ook in mijn geest)
Praten doen we weinig. Woorden zijn vaak overbodig.
Soms kijken wij elkaar aan. trekken een gekke bek
en …vonden dat we interessant bezig waren.

Ah, mijn laatste echte logeerpartij in Frankrijk. Ik mis de ontbijtjes. Nu eet ik zelf á la Pap; een bruine boterham (pain complet) met boven op de margarine, mosterd, een plak kaas en dun gesneden appelschijfjes. Soms met confituur tussen de appel. Wekelijks koop ik Peijnenburg gemberkoek. Je vond het zo lekker, pap. Ik eet het tegenwoordig zelf en daardoor is het alsof je een beetje bij mij bent. Veel in te halen. Alsof ik een beetje jij bent. Ah, niet aan Kyrr of Dubonnet gedacht. Ik hoor het sloffen, het slepen van je voeten over het krakende parket in je appartement in Vaucresson, op je afgedragen pantoffels. Je wou geen andere. Sloffe, sloffe, slofff. Ik ben blij dat wij elkaar de laatste jaren beter zijn gaan kennen, Pap.

Vijf jaar na je overlijden is het nu. Zo lang al. Zo kortgeleden. Ow, je wetenschappelijke dagboeken. Ze zijn nog bij oudste. Ik beloof aan Naturalis dat ze echt bij je collectie komen. Het doet mij zeer dat dit nog niet het geval is. Maar ik begrijp oudste ook dat ze de boeken nog bij zich wil houden.

Maar ja, het is je levenswerk.Samen de collectie pissidiums & hun determinatie in woord en verfijnde tekeningen. Het móet compleet zijn. Dáar leefde jij voor! Maar toch óok een beetje voor ons? ‘Ja, Tol.’ Hoor ik je zeggen.

Geen opmerkingen: