donderdag 28 juli 2016

Thuis




Mijn beide kinderen kwamen vorige week om en om logeren. Heerlijk dat ze er waren.
Ook een vriendin kwam voor het eerst sinds haar ziekte weer zelfstandig. Zij bleef eten toen zoonlief vertrokken was. Ze overlapten elkaar.
Veel gekookt, gezorgd, geluisterd en gesprekken tot in de late uurtjes in de tuin. Wat was het gezellig om met elkaar de maaltijden te nuttigen. Het samen brunchen en avonds in de tuin te vertoeven om van de zwoele zomeravonden te genieten bij sfeervolle ledlampjes en kaarslicht. Wat was het intens fijn.
Dan … na het uitzwaaien, dankbaarheid. Ook in vrede met het weer alleen zijn. Ieder mens heeft zijn eigen ritme en tempo. Vooral als je met pensioen bent dan wen je daaraan. Anderen gaan vaak veel te snel. 

Maar toch, tijdens het rustig wegwerken van de laatste grote vaat denk ik: ‘al heb ik nog zoveel bezoek en aanloop, nooit komt er meer iemand echt thuis. Ja, dát is echt voorbij.’
Het is zoals het is. 
Toch kan het nog pijn doen. 

Mijn lege nest.


~~~~

Wandelen. 
       Bewegen. 
             Soms stilstaan. 
Dankbaar zijn voor alle ogenblikken van schoonheid die er waren met het gezin en nóg  zijn met mijn kinderen. Ogenblikken van schoonheid met buren, vriendinnen en  mensen die je  tegenkomt.
Alleen en soms eenzaam. Ach, in een relatie heb je dat ook. Misschien wel meer, vooral als je je te veel plooit naar de ander en jezelf verliest in de ander.

Ik wandel en ben dankbaar voor dat wat in mijn gezichtsveld komt. Steeds meer oefen ik mij in details zien en deze te fotograferen. Ik kijk, zie, ontdek, tast, voel en draai mijn hoofd alle kanten op, zodat alles binnen het minder geworden brede veld van mijn ogen komt. Blijf nog lang bij mij, gezichtsveld. De natuur laat zich zien en inademen. Keer op keer weer kies ik. Mijzelf zijn. Het mag, al zijn er mensen die vinden dat ik te veel denk en te gevoelig ben. ‘Denk niet zoveel. Wees niet zo gevoelig.’ Niets kan ik er meer mee. Ja, ik schaaf heus nog aan mijzelf, maar verder…? Mijn leven lang heb ik getracht mij te veranderen omdat ik nooit goed genoeg was in andermans ogen. Hélaas pindakaas. Ik ben mijzelf en voel mij verbonden en een deel van het geheel. Een eenheid binnen het geheel.

Een-saam en soms eenzaam. Dat is normaal. Je kent dat vast wel.
En ja, ook ben ik dankbaar dat ik een huis- thuis heb, waar ik keer op keer kan terugkomen. Dat is niet vanzelfsprekend als je de vele mensen ziet die hun woning, hun thuis moesten verlaten.

‘Hoi huis, joehoeeee poezebeest. Ik ben weer thui- huis.’

Geen opmerkingen: