dinsdag 16 augustus 2016

Mijn rijbewijs inleveren (2).



Rijbewijs-loos.

Het was tóch een 'dingetje' toen ik mijn nog geldige bewijs -om auto en bromfiets te mogen rijden- inleverde.
De glaucomen hebben gewonnen? Of ik? Zelf heb ik het heft in handen genomen. Dus ...eigen beslissing. Niet andermans beslissing. Een verstandig besluit.
Het einde van een tijdperk in mijn leven. 

Het begin van de rest van mijn leven. Een nieuw begin.


Wanneer ik naar buiten loop heb ik iets van: ’he, he, slow down sister. Nu mag het.’ Mijn eigen tempo gaan. It feels good en ik vier het feit dat ik in  vrijheid leef en vrij ben, gepensioneerd en niet meer voor geld hoef te werken of werk hoef te sprokkelen. Ik vier het bij Café Merz zittend op het terras in het zonnetje met een Cappuccino-later nog eentje- en een boerenbroodje mango met geit. Geitenkaas wel te verstaan.  
Ja, het voelt of ik nu pas gepensioneerd ben. Doch ik val deze keer niet in een gat. Ik geef een goede invulling aan mijn dagen. Ik leef in tijd die ik net zo goed niet had kunnen hebben,  dankbaar dat ik geen borstkanker meer heb. Meestal hoef ik mij niet te haasten, val minder en heb het gevoel alsof ik nu pas begin met leven. Voel mij vitaal. Raar maar waar, het is geenszins zielig dat ik mijn rijbewijs inleverde. Het voelt kloppend en ik voel mij krachtig en zal alles doen om mijn gezondheid zo goed mogelijk te behouden en om op te letten waar ik loop. 

Ik schaam mij niet meer als ik tegen iemand aanloop en ik ben eindelijk ook over de schaamte heen van een opvouwbare blinden-taststok in mijn tas te hebben. Als het erg druk is dan gebruik ik hem@ de schaamte voorbij.

Ik hoef niet krampachtig trachten veroudering te voorkomen door bijvoorbeeld aan een rijbewijs of wat dan ook vast te houden (vooral géen wandbeugels in toilet of douche willen aanbrengen. Ik wel hoor, why not?)

Ik leef en dat doe ik in harmonie en in dankbaarheid met mijn lijf.

Mijn leven.

Gisteren en vandaag gaan mijn gedachten regelmatig naar de periode waarin ik rijlessen kreeg. Dat was in de begin jaren zeventig. Mijn ex- echtgenoot gaf mij die lessen totdat -meen ik mij te herinneren- ik voor de eerste keer zakte. Voor de tweede keer rijexamen nam ik vooraf lessen bij een reguliere rijinstructeur. 

Toentertijd (ik spreek nu over de beginjaren'70) mocht je als je een rijbewijs had, rijlessen geven. Zodoende lieten mijn ex en ik dubbele bedieningspedalen in onze oude grijsblauwe Volkswagen Kever inbouwen. Ik vertrouwde op manlief, die mij wel eens eventjes in korte tijd zou leren een auto te besturen. Ik kan mij herinneren dat wij al snel (én met een vaartje) door Rotterdam reden. Gelijk het stadsverkeer in, na even in zijstraatjes ‘íngereden’ te zijn. Wat een ellende. Voor mijn gevoel was daarna spoedig de snelweg aan de beurt. Allemachtig, ik zweette peentjes. Huilde en gilde terwijl manlief op mijn rechter knie duwde en duwde terwijl ik op de invoegstrook reed. ‘Gassen, Til.’ En Til gaste blind want ik lette niet zelf op. Mijn luie oog zat ook in de weg. Te snel ging het. Pfff ‘Invoegen, Til, nuuuuu.’ Vloekerdevloekvloek. 

Dat we tóen niet gescheiden zijn vind ik nog steeds een wonder. Behangen en auto leren rijden kun je het beste met iemand anders doen dan met je man. We verhuisden in die periode naar Voorne Putten. Daar leerde ik dijkjes rijden. Eindeloos dijkjes rijden, zo voelde het. Met mijn ene luie oog vond ik ook dat knap lastig. Die dijkjes heb ik onder de knie gekregen. Vinden anderen dat eng? Ikke niet. Zelfs met beginnende glaucoom reed ik ze nog. Op het laatst reed ik alleen nog polderweggetjes en dijkjes waar ik stoïcijns stil ging staan en stil bleef staan totdat een tegenligger erlangs was. Erg. Ja, erg. Ik denk dat het verstandig is om dát in te zien van jezelf.

Naar mijn werk als doktersassistente in een huisartsenpraktijk in Rotterdam reed ik in de jaren zeventig in de spits met manlief ernaast met onze dubbele pedaalbediening. Aan het einde van de middag haalde hij mij op. Naar gelang hoe moe hij of ik was reed ik wel of niet weer in de spits terug naar huis. Ja, hij was best een goede trainer. Zoiets als de zwemcoach van Sharon van R. Alleen heb ik geen goud op de weg behaald. Echter, zelden een bekeuring. Of nooit? Ik weet het niet meer zeker.

Altijd was ik gestrest tijdens de rijlessen (en ook later toen ik het rijbewijs al had.) Op een gegeven moment zijn we met het samen rijden in onze Kever gestopt. Ik schrok te vaak, wou uitstappen en kreeg mepneigingen. Toen ik voor de eerste keer gezakt was, kozen we tóch voor een reguliere rijinstructeur. Daar voelde ik mij redelijk bij op mijn gemak. Ik slaagde na de tweede keer dat ik rijexamen deed. Hoelang ik mijn rijbewijs heb gehad weet ik niet precies. Vermoedelijk behaalde ik het in 1973. Drie en veertig jaar geleden.

Ik ben echt wel dankbaar dat ik zelf gereden heb. Toen mijn moeder ziek was reed ik gemakkelijker op de snelweg naar Zeist heen en terug. Maar leuk vond ik het nog steeds niet, but I did it en dat gaf toch wel zelfvertrouwen en een gevoel van vrijheid.
Tijdens vakanties in het buitenland heb ik ook gereden. Dát gaf geen vrijheid. Echter, het kwam steeds zo uit dat ik vlak voor rotstukken het stuur mocht/moest overnemen. Vlák voor érg heuvelachtig landschap met de caravan erachter of … vlak voor de Périférique van Parijs, ook met caravan. Vloekerdevloekvloek, wat een stress.

Rijden is nooit mijn ding geweest, behalve als ik twee dorpen verder op -achterlangs via een dijkje- naar de Spar, later Attent- reed. Het rijden erheen was een verademing en er boodschappen doen ook. Wel wat duurder, doch het was er heerlijk rustig. Zen. Eenmaal per maand ging ik er heen. Ik mis het. Met de fiets erheen is anders.
Ook toen ik gescheiden was en late- en nachtdiensten draaide was ik dankbaar dat ik mijn wagentje had. Tevens als bescherming. En wat was het fijn om luidkeels het repertoire van het koor waarin ik zong, te zingen. Dát was wel kicken. Niemand die er last van had. 
Als ik nu bij dochterlief in de auto zit en de muziek staat te hard dan zegt ze: 'in jouw auto was jij de baas en mocht jouw muziek aan. Dit is mijn auto.'  Maar ja, rekening met iemand -met name je mam- houden kan geen kwaad. In ieder geval rijdt zij tegenwoordig rustig en regelmatig. Bij haar zit ik redelijk op mijn gemak.

Maar verder? Het is voorbij nu. Ik hoef niet meer snel. Waarom haast hebben? Ik zal mij nog meer trachten leren te ontspannen (de Valk vlieg app doet nog steeds wonderen) wanneer ik eens bij een vriendin of mijn dochter in de auto zit. Of in een taxi. Met de bus gaat het steeds beter. 
Toch is een automobiel een prachtige uitvinding. De eerste auto van mijn vader: een Opel Kadet begin jaren ’50 vond ik iets grandioos. Ik herinner mij nog die piepkleine driehoekige raampjes achterin die je op een kier open kon doen. Die raampjes hadden voor mij iets magisch. Heerlijke verse zuurstof waarbij je weg kon dromen, je  gezicht in de wind en je haren wapperden net niet te hard. Zelfs het haakje waarmee het openkon zie ik nog voor mij. 
Later gaven mijn vaders auto's mij geen fijn gevoel wanneer ik weer eens weggebracht werd naar een pleeggezin (drie stuks, om Nederlands te leren. )Het was steeds een verrassing waar ik terecht kwam en ook hoelang ik er moest blijven was eveneens een verrassing. Ik had een lollige vader en ik kan er bijna om lachen nu. Wanneer mijn vader mij weer kwam ophalen? Of wanneer ik op een internationale trein naar huis (dat was destijds Framkrijk) werd gezet in mijn tienerjaren? Ik had er geen flauw idee van. Daarom geven onder ander auto's mij een gevoel van 'ontvoering.' Het overkwam mij. Geen eigen beslissing nemen mogelijk in die tijd. Je luisterde als  braaf naar volwassenen, zelfs als tiener. Bakvis heette dat toen.

Het was onleuk om weggebracht te worden naar je weet niet waar.
hoewel een echte ontvoering waarschijnlijk veel en veel erger is. Brr.

Maar ... het vervoerd worden gaat steeds beter en ik laat mij gemakkelijker (redelijk ontspannen) transporteren, ook als ik niet precies weet waarheen.

16 augustus 2016. Het is een mooie dag. De zon schijnt. Gisteren hoorde ik op het nieuws dat dit een slechte zomer is. Ja, qua terreur wereldwijd, doch qua weer? Hier in Nederland vond ík het aangenaam. Het is een week koud geweest, maar daarvoor en daarna was er dagelijks toch een aangename temperatuur regen of geen regen. Dagelijks kwam de zon door en er is veel groen en kleur. Dan vind ik de zomer al geslaagd, hoewel  mensen op campings het waarschijnlijk als vervelend hebben ervaren.

Het is een mooie dag. Eigen ritme, eigen tempo mogen gaan. 
@ opgelucht.
Nu hopen, wensen, bidden dat ik de glaucomen met consequent druppelen in toom kan houden. 
@ ademen, doorleven en vertrouwen hebben.

Het liedje slow down zingt steeds door mijn hoofd.

Rust en vitaliteit tesamen maken zich meester van mij.

2 opmerkingen:

Corina Bloem zei

Wat mooi om met je mee te wandelen. Ik zat ook even op het terras.
Samen met jou een koppie te doen. Neus naar de zon. Slow down sister.

Tilly Kuiper zei

Dank je, B. Ik voelde dat je in gedachten naast mij zat. Xxxx