vrijdag 3 maart 2017

Inburgeren. Over normen en waarden*.




‘Lang zal ze leven, in de gloriaaaaa. Er is er éen jarig hoera hoera dat kun je wel zien dat is zijjjj.’ Zing ik mijn vrouwelijk taalmaatje toe. Met een verraste blik en een blije toet stapt ze mijn huis binnen. Zelfverzekerder dan een jaar terug. Lang zat ze thuis. Ze moest nog wachten totdat er genoeg mensen waren voor de alfabetiseringscursus. Ik knuffel haar (voor het eerst.)
 
Ze mist haar familie. Familie die er niet meer is.

Vorig jaar schreef ik alleen een kaart voor de verjaardagen van haar en haar man. Dit jaar een cadeautje. Ze zou graag willen tekenen. NU gaan we voor het echte werk met kleurpotloden, een schetsboek en een mandala kleurboek. Ze is opgetogen en open als een kind. 27 jaar is ze geworden met nog een leven voor zich.

Hoewel ik overwoog om een taart te maken of te kopen, weet ik niet of ik dat ieder jaar kan waarmaken en daarom bakte ik appelflappen, legde ze op een schaal van mijn moeder, bepoederde ze met witte poedersuiker en In de herinneringsdozen van mijn kinderen wist ik nog ter versiering een klein taartkaarsje met twee net zulke kleine taart parasolletjes. Het hoeft niet groot. Het hoeft niet veel. Mijn kinderen hebben voldoende. Mijn taalmaatjes eren weinig. Zo zagen de appelflappen er toch heel feestelijk uit. 


Het brandende kaarsje brandt lang, terwijl taalmaatje met dichte ogen haar wens bedenkt.

Nu pas, na een jaar (ik kan traag zijn of het is niet het juiste moment om iets te vragen) vraag ik of haar land van herkomst ook verjaardagen worden gevierd. Ze lacht: ‘alleen eerst twee jaar.’ 'In de eerste twee jaar na de geboorte?’ vraag ik corrigerend. Ze knikt.

Het taalcoachen loopt zoals het loopt. Ze bewondert de kleurpotloden en ze leert de kleuren bij naam. Dan zijn we bij de kleuren van de Nederlandse vlag beland en bij de kleuren van haar vaderlandse vlag. Zij tekent de Nederlandse vlag in en ik de andere vlag. Ook bekijken wij de vlaggen van de landen van de Europese Unie in het van Dale beeldwoordenboek. Van de kleuren belanden we opeens in De Kleine Bosatlas waar we kijken hoe groot/hoe klein Europa is. Dan een kaart van Nederland voor ons, om de provincies met haar hoofdsteden te leren. Op de kaart het eiland waar wij wonen. We bekijken het aandachtig. Veel water en zee. Ik wijk niet af naar rubberen bootjes. Wel vraag ik of ze kan zwemmen. Nee. Samen een keer zwemmen? opper ik. Ze is niet enthousiast. Zwemmen en bootjes liggen nog steeds te gevoelig. 
Toch hebben we het over de Deltawerken, dammen, dijken, duinen en de Afsluitdijk. Over hun bescherming tegen de zee voor dit land onde rde zeespiegel. Ze is in verbazing wanneer ze afbeeldingen ervan zien. We zullen er eens heengaan. 

Twee uur verder zijn wij, wanneer we afscheid nemen. Ze kan niets meer absorberen. Bij mij is het ook op. Taalcoachen is intens. Het was een gezellige middag. Echter, het gaat niet alleen om de gezelligheid. Haar man -mijn eerste taalmaatje- die al twee modules van het inburgeringsexamen deed en hiervoor zakte, staat voor de komende drie examenmodules. Ik kan je verzekeren dat dit verre van gezellig is. De oefenexamens vind ik een verschrikking. Geen tijd om na te denken en je eigen mening te geven. Politiek correcte antwoorden worden verwacht. Ik worstel er net zo hard als hij op. Samen oefenen we.

Een aanrader voor iedere Nederlander die zijn mond vol heeft over wat een statushouder zou moeten weten.

Laat ik je dit zeggen: ik leer nog steeds. Iedere keer weer twee keer twee uur per week taalcoachen. Soms langer.

Mijn taalmaatjes werken zich een apenkriek, doch wat moet er nog veel geleerd worden. In de ogen van derden is hun Nederlands nog gebrekkig. Kortgeleden kwam ik erachter dat de drie jaar die men heeft om in te burgeren gelden vanaf het moment van binnenkomst in Nederland. Echter, ik had begrepen dat die drie jaar begonnen vanaf het moment dat de statushouders starten met inburgeringscursus begon. Mispoes. Ik ben er dus voor om vanaf dag 1 in Nederland, Nederlands te mógen leren. 

Tja, en ZE doen het toch nooit goed? Na ons verjaardagen ’feestje’ vertelde ik met plezier en dankbaarheid aan iemand dat mijn vrouwelijk taalmaatje zo blij was geweest en dat in het land van herkomst er slechts twee jaar gevierd wordt. Dus je leven lang verjaardag vieren vindt zij wel wat.
Een bitse respons was mijn deel:’ Ja, ZE moeten echt meedoen met onze normen en waarden. Zo hoort het. Verjaardag vieren hoort daarbij. ‘ Pffff … zoooo moe hiervan.

Steeds slechter kan ik er tegen de normen en waarden verkondigers die hun hart op slot lijken te hebben gedaan. Breek mij de bek niet open. In ieder geval vind ik helpen inburgeren en integreren in een samenleving een opdracht voor iedereen. Het is toch TE gek dat ik nog steeds na een jaar de enige ben in ons dorp waar ze thuis komen? Heb mijn best gedaan om ze in contact met anderen te brengen, maar tegenwoordig lijken huizen net zo dicht als dat sommige harten zijn. En ik? Tja, mijn hart verschuilt zich ook steeds vaker achter de muren van mijn woning. Heus, ik kan andersdenkenden en voelenden en wel begrijpen, maar het is vaak zo negatief. Vol vooroordelen en gegeneraliseer.

Hoe zou je zelf opgevangen willen worden indien je zou moeten vluchten naar een ander land? Of ... binnen Europa verhuisde, zonder vluchten? En je bijvoorbeeld in Griekenland die lettertekens moest leren, de taal en alle regels en kennis van de Griekse maatschappij. In het Grieks. Ga er maar eens aanstaan. En stel je dan ook eens voor dat de Grieken dan heel onvriendelijk zouden zijn naar je toe. Naar he?
Even een pluim voor de Grieken hoe zij  tijdens hun economische crisis zoveel mensen hebben opgevangen. Zij deden het en doen het nog steeds. MENSEN opvangen.


Met de verkiezingen in het vooruitzicht hoor ik dagelijks op radio en televisie onder andere dat het inburgeren van statushouders is mislukt en dat ZE zich aan onze normen en waarden moeten houden.
Na Eva Jinek’s respons op de normen en waarden van J. R. te hebben gehoord denk ik eveneens: Ja, wát zijn die normen en waarden dan? Wat zijn de verwachtingen van Nederlanders ten opzichte van de nieuwe burgers? Hoeeee gedraag je je zelf? Wat geef je je kinderen mee? Wat voor voorbeeld geef je? Fatsoenlijk?

Want … je wordt nagedaan! 

Langzamerhand vind ik het normen en waarden gebeuren eenzelfde vorm van verwachting hebben als dat een veeleisende ouder naar zijn kind toe heeft of ….een zeer veeleisend kind naar de ouder.

Je inleven, begrip hebben en vriendelijk zijn maakt alles een stuk aangenamer. 

Oké, ik leef mij eveneens in de beste stuurlui van normen en waarden aan wal, echter … zucht. Het schiet niet op dit stukje. Te lang.

Geen opmerkingen: