donderdag 8 juni 2017

Over tegenwind, wind mee, ziekenhuisafspraken en vertrouwen



Voorovergebogen over haar stuur fietst zij moeizaam tegen de wind in. Ze leeft. Af en toe blaast de wind haar vehikel met kracht opzij. Toch zet zij door, hijgend en piepend ademend. Diep. Doooorademen.

Twee ouwetjes - waarschijnlijk van haar leeftijd- pedaleren haar statig rechtop zittend voorbij. Achterop een snelheidskastje. Een mijnheer met hond aan de kant van de weg, roept haar toe: “dapper hoor.”


Het resoneert. Ze herhaalt het tegen zichzelf. Dapperrrr. Het woord doet haar goed. Haar gedachten gaan naar de twee meiskes die afgelopen week vermoord zijn. Om het leven gebracht door twee jongens. Te walgelijk. Wat een ‘tegenwind’ zullen die meisjes hebben gehad. Zo afschuwelijk erg. Zo vreselijk erggg. Geen woorden voor. Buikpijn. Moge jullie ziel rusten in vrede en liefde. En … moge de jongens nog in staat zijn om in te zien wat ze hebben misdaan. Doch het is onomkeerbaar afschuwelijk. Voor alle partijen.
 
De vrouw zwoegt verder naar het andere dorp. Ze denkt aan alle tegenwind die ieder mens vroeg of laat in zijn/haar leven heeft. Ze denkt aan de tegenwind die zij in haar eigen leven had. Maar ook aan alle wind mee. Ze denkt aan het jonge meisje dat zij ooit was, ze huilt samen met de regen om al het leed in de wereld en om haar inner meisje waar ze sinds haar pensionering meer naar luistert. Hm, ook toen haar kinderen opgroeiden. Ja, toch wel. Samen. Dankbaar is ze voor haar én andere kinderen op haar pad. Dankbaar ook voor alle gezelligheid en wat zij zelf mocht leren en meegeven.

De wind droogt haar tranen. Ze ademt door. Durft door te ademen. Ondanks veel is het meiske nog een springlevend deel van haar. Samen voelen zij zich stokoud en jong tegelijkertijd. 

Zouden de vermoorde meisjes hebben mogen puberen? 

Haar inner meisje heeft weinig mogen puberen in haar bakvistijd? Dát doet ze nu, vooral gisteren. Ze was en is het met haar actie eens. Gisteren heeft ze namelijk vijf ziekenhuisafspraken afgebeld. De vrouw en haar inner meisje gingen voor die tijd bij zichzelf te rade of het geen vluchtgedrag was, geen vermijdingsgedrag én of het niets met reisstress te maken had. 

Ze kwam erachter dat het voornamelijk met de veelheid aan  afspraken te maken had en daardoor met ’haar’ ja en amen modus patroon als iets haar te veel wordt. Ze was voor 1 specialist naar het ziekenhuis verwezen. Daar was het oké. Bloedwaardes goed, foto’s goed, behalve klein vlekje op de longen. Niets verontrustend. Maar ja, de vrouw werd doorverwezen naar twee andere specialisten en die twee andere specialisten wilden hun werk goed doen.
Haar neurologische reflexen bleken goed te zijn. Toch maar een MRI van haar hersenen? Ze zei ja en amen, terwijl een MRI haar te veel is. Ook het lawaai ervan. Te veel prikkels!

Ze raakte in de war. Concentratie was weg. Ze kon niet rap op snelle vragen antwoord geven, ook omdat haar zoon naast haar zat. Ook omdat haar brein zoef zoef zoef en te traag tegelijkertijd was. Oh jee …toch de-ment of wat dan ook? Ze begon te geloven dat er flink wat mis met haar was. Getriggerd.

Thuis- alleen- kwam ze weer tot rust en kwam het besef dat de warrigheid en vergeetachtigheid waarvoor ze bij de neuroloog kwam veroorzaakt worden door veelheid van wat dan ook. Waardoor ze niet meer bij zichzelf blijft. Waardoor ze geen eigen keuze kan maken.
Dus veel afspraken maken voor andere afspraken bezorgt haar warrigheid. Doordat ze warrig wordt, is ze minder geconcentreerd op éen ding. Vergeet ze dingen en wordt zij een chaoot eerste klas. Terwijl als er écht wat ernstigs zou zijn, ze niet zou kunnen schrijven, lopen, spreken enzovoort. Ze kan veel.

Dus besloot ze- na een week invoelend bij zichzelf te rade gaand- de ziekenhuisafspraken af te bellen, vertrouwend in het ‘dat het toch niets bijzonders zal zijn’ van de longarts, ( o.a. een CAT-scan in petto. Tja een scan van de bijnieren zou misschien handig zijn geweest ivm haar stresserigheid? )tevens vertrouwend op het feit dat haar neurologische reflexen goed zijn. Vertrouwen. Het is een keuze. Het voelt kloppend. Niets vermijdend. Het is een juist voelende keuze. Trouwens een blik mee brengers opentrekken lukt haar niet en bezorgde haar eveneens stress om díe logistiek te regelen. Oké, ze heeft nog wat last van een val op gezicht? 

Echter, ze voelt tot in haar tenen dat het erom gaat dat ze niet te veel hooi op haar vork neemt, maar ook niet te weinig en …als ze de dag begint en eindig met Latijns Amerikaanse muziek waarop ze letterlijke en figuurlijke stijfheid weg danst en haar conditie wederom goed opbouwt, flexibeler wordt in alle opzichten dan is dat vooral ook heel goed voor haar frontale hersenkwab. In gedachten ziet ze zowel Professor dr. Erik Scherder glimlachen als wel haar vader om haar -van hem geërfde gezonde dosis- eigenzinnigheid en eigenwijsheid in het gebruik van haar zelfbeschikkingsrecht.
Jawel, … een keuze die klopt, waar je oprecht blij van wordt is wat anders dan vermijden.

 Ze recht haar rug. 

Te veel woorden? Schrappen naar 500? Of lekker laten staan? 

Haar inner meisje mag keuzes maken, ze mág puberen, ze mág rebels maar ook verstandig zijn.

Opstandig laat ze haar schrijven staan. Daar zegt ze wél JA en Amen tegen. Windje mee. 793. 798. 799, 800. Vanmiddag gaat ze op stap. Eigen keuze. Het is volle maan. Ze slaapt en rust prima. Zonder pillen. Ze heeft wind mee.
907.  

Geen opmerkingen: