dinsdag 16 januari 2018

🏹De sprankel in zijn ogen # gefrustreerde taalcoach

Mijn eerste taalmaatje belde mij vorige week om te vertellen dat hij eindelijk - na drie maanden wachten- uitslag heeft voor de her- examenmodules spreken en schrijven. 
Hij is ervoor gezakt.

Voor de modules: kennis der Nederlandse Taal, luisteren, begrijpen en lezen is hij eerder -na lang wachten op de uitslagen- geslaagd🇳🇱.

Maar ...(nog steeds) niet geslaagd voor zijn inburgeringsexamen.

We zijn nu een jaar verder na de start van de eerste examens her én her én her’s. Wij doen ons uiterste best. 


Ik vind het een demotiverende toestand. Laat staan als ik mijzelf in zijn situatie tracht te verplaatsen. 

De vonk die hij bij het begin van het inburgeren had is aan het verdwijnen. Waar is die sprankel?Of hij ook even bij mij langs mag komen in verband met een Ov chipkaart die hij verloren 
heeft? Oké, kom maar.
Ondertussen pijnig ik mijn hersenen over het hoe en wat, want ik heb nog niet de ervaring van een kwijtgeraakte chipkaart meegemaakt.

Daar we vandaag geen van beiden puf hebben dat ik ga uitleggen wat en waarom ( ja, waarom?)hij moet handelen.  (Dat is ons te ingewikkeld vandaag) neem ik het voortouw en bel namens hem. 


We zijn een half uur verder en mijn hoofd is richting stress aan het gaan als ons duidelijk is geworden dat als je een Ov chipkaart kwijt bent je:
a) niet moet bellen naar de klantenservice behorend bij de ov-chipkaart  ( de NS in dit geval.) Kortaf staat een medewerker mij te woord. Ik voel dat hij zich irriteert dat ik niet snap dat wanneer er NS op de kaart staat. 


  1. Je moet bellen naar de maatschappij waarmee je reisde  én waarvan het soort vervoersmiddelen ( bus,metro of tram)is.
  2. Dat heb ik gedaan.  
  3. Deze klantenservice is slechts bereikbaar gedurende werkdagen.
  4. Dus ... gaan we dapper naar de website van die maatschappij
  5.  met het plan de pas te laten blokkeren.
  6. Helaas pindakaas, heeft mijn taalmaatje geen pasnummer. 
  7. Ook geen foto ervan. Noch ergens het nummer genoteerd. 
  8. Dit doen, onthouden voor een volgende keer.
  9. Een inlogcode op mijn OV. NL heeft hij - net als ik -evenmin.
  10. Ik probeer uit te leggen hoe en wat. Maar ik snap de  voor mij 
  11. onlogische logica van bovenstaande niet en ik zeg voor de zoveelste keer tijdens het inburgeren: ‘het is niet anders. Ik 
  12. kan het niet uitleggen.’
  13. Wat voel ook ik mij opeens slecht ingeburgerd in de Nederlandse Maatschappij@ zeer gefrustreerde taalcoach.

Bij taalmaatje zie ik een voelbare gelatenheid. Potjandorie, je zult 
‘ maar’ gevlucht zijn uit je land en er vol voor willen gaan in het nieuwe land drie jaar terug.

Je zet je in, maar ja ... het zijn de regels ( NET ALS IN DE ZORG) die je de das omdoen ( en ...probeer de das omdoen maar eens uit te leggen.)

Hm, heb ik kortgeleden geschreven over ruimte terugnemen ..? 🙄# nog gefrustreerder taalcoach#regels


Toch hebben we het goed in Nederland, maar hoe meer er wordt uitgevonden, hoe meer regels er zullen komen? 

In mijn e-mailbox een bericht van de Belastingdienst. Digi D code invullen. Echt niet. Ik heb nu al stress. 

Waarschijnlijk ben ik zeer ongeschikt als taalcoach? Als 
voormalig zorgmedewerker begint het mij verstandiger te lijken om alles met taal aan  vrijwilligers over te laten die in het onderwijs zitten en of zaten?

Maar ja, ik zie mijn twee statushouders als twee mensen die in míjn netwerk zitten. Als een soort familie ( ik ben hun enige ‘ familie’ verder is er NOG STEEDS GEEN Nederlander in het dorp 
waarbij het ze lukt om contact mee te krijgen. Mij lukt het evenmin. Noch lopen we de deur bij elkaar plat.) 

De twee zijn net iets jonger dan mijn kinderen. Dus móet ik doorzetten want ze voelen als pleegkinderen. Qua mensentaal spreken we dezelfde taal! We hebben weinig woorden nodig. Doch qua inburgeringstaal ... is het nóg niet wat de Overheid en 
de Maatschappij wenst@ ik vind het zo erg dat de sprankel in zijn ogen aan het verdwijnen is. Bij haar is die glans nog te zien.
Ik schaam mij soms voor Nederland. Oftewel voor alle regelgeving. Waarom kan het allemaal niet ongedwongener? Maar ja, regels en wetten moeten er toch wel zijn. Dat snap ik ook wel. Het is paradoxaal.


En dan... een paar dagen later.  Vandaag. Hij belt
Het probleem met de OV kaart heeft hij zelf ( met andermans hulp😅) opgelost. Tjakkaaaa.


 ... binnenkort mag hij toch weer herexamen Spreken en Schrijven doen.


Wij zijn blij! 

Mijn taalmaatjes inspireren mij zonder dat ze het weten.  Die twee zijn doorzetters, zoals zovelen die vluchten, dit heeft niet alleen met de Nederlandse Taal te maken. Ik voel mij dankbaar dat ze op mijn pad mochten komen.


Moge hij als eerste van ‘mijn’ twee het inburgeringsexamen behalen. Binnenkort. 
Moge het wachten op de uitslag niet weer zo lang duren.






4 opmerkingen:

Thea zei


onze Nederlandse taal nog niet zo simpel is.
(Het originele gedicht is geschreven door Charivarius.

Wij plaatsen hier een bewerking.
Onze bron is: bertanciaux.be)
Met dank aan Grietje Beekelaar voor het plaatsen.
Ik deel m graag.

Men spreekt van één lot, en verschillende loten,
maar 't meervoud van pot is natuurlijk geen poten.
Zo zegt men ook altijd één vat en twee vaten,
maar zult u ook zeggen: één kat en twee katen?
Laatst ging ik vliegen, dus zeg ik : ik vloog.
Maar zeg nou bij wiegen beslist niet: ik woog,
want woog is nog altijd afkomstig van wegen,
maar is dan 'ik voog' een vervoeging van vegen?
Wat hoort er bij 'zoeken'? Jazeker, ik zocht,
en zegt u bij vloeken dus logisch: ik vlocht?
Welnee, beste mensen, want vlocht komt van vlechten.
En toch is ik 'hocht' niet afkomstig van hechten.
En bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.
En evenmin zegt men bij slopen 'ik sliep'.
Want sliep moet u weten, dat komt weer van slapen.
Maar fout is natuurlijk 'ik riep' bij het rapen.
Want riep komt van roepen. Ik hoop dat u 't weet
en dat u die kronkels beslist niet vergeet.
Dus: kwam ik u roepen, dan zeg ik 'ik riep'.
Nu denkt u: van snoepen, dat wordt dan 'ik sniep'?
Alweer mis, m'n beste. Maar u weet beslist,
dat ried komt van raden, ik denk dat u 't wist.
Komt bied dan van baden? Welnee, dat wordt bood.
En toch volgt na wieden beslist niet 'ik wood'.
'Ik gaf' hoort bij geven, maar 'ik laf' niet bij leven.
Dat is bijna zo dom als 'ik waf' hoort bij weven.
Zo zegt men: wij drinken en hebben gedronken.
Maar echt niet: wij hinken en hebben gehonken.
't Is moeilijk, maar weet u: van weten komt wist,
maar hoort bij vergeten nou logisch vergist?
Juist niet, zult u zeggen, dat komt van vergissen.
En wat is nu goed? U moet zelf maar beslissen:
hoort bij slaan nu: ik sloeg, ik slig, of ik slond?
Want bij gaan hoort: ik ging, niet ik goeg of ik gond.
En noemt u een mannetjesrat nu een rater?
Dat geldt toch alleen bij een kat en een kater.
Je ziet, onze taal beste dames en heren,
is, net zoals ik al zei, best moeilijk te leren!

Tilly Kuiper zei

😃Thea, dank je wel. Ja, zo moeilijk is Nederlands.

Stiny Huizing zei

Haha. Dit stukje staat in een van mijn boeken geplaatst, omdat ik het wel hilarisch vond.

Tilly Kuiper zei

👍🏼😃